Verheerlijken

29-10-2021 door Dr. K.D. Goverts

«En plotseling was er bij de engel een grote hemelse legermacht, die God loofde, zeg­gen­de…»  Luc.2:13

Hier is de NBG-vertaling correct. Inderdaad staat er nu niet het woord zege­nen, maar loven (of: prijzen). In het Hebreeuws is het woord prijzen hillel; daar komt ook het woord hallelujah vandaan; dat betekent: Prijs de Heer. Het grondwoord waarvan ‘hillel’ is afge­leid betekent doen lichten. Als je dus iemand prijst, doe je die ander ‘lich­ten’, dan laat je die ander als het ware uit de verf komen. Je laat de ander oplichten, die gaat daarvan stralen. Die an­der krijgt door dat prijzen de ruimte om te kunnen zijn. Want juist in die weder­ke­rig­heid komt het ‘zijn’ van God en het ‘zijn’ van de mens tot uiting.

In de Bijbel draait alles altijd om het zijn, nooit om het hebben. Dat is ook weer typisch een verschil tussen het bijbelse denken en de ma­­gie. Bij magie gaat het altijd om het hebben. In de magie krijg je grip op de godheid. In het bijbelse denken is het onmogelijk om God te heb­ben. Het Hebreeuws heeft zelfs geen woord voor hebben, dat is toch wel heel ty­pe­rend. Het is vaak al bijzonder tekenend om te zien, welke woorden er in een bepaalde taal ontbreken. Het Hebreeuwse denken is dus hele­maal niet gericht op hebben, maar op zijn.

Juist door je relatie met God, wordt een mens mèns, dan gaat die mens ko­men tot het echte zijn. Dan kun je op een gegeven moment zeggen ik ben. Om­gekeerd is dat ook zo. Juist in zijn verbinding met de mens gaat God zijn, gaat Hij tot zijn identiteit komen. In vers 13 van Lucas 2 staat dus, dat de engelen God loven, die doen Hem stralen, die doen Hem oplichten. En dan zeggen ze in vers 14:

«Ere zij God in de hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbeha­gens». Letterlijk: «heerlijkheid aan God in de hoogsten».

En dat wordt er dan niet bij gezegd, maar je kunt zelf in­vullen: «de hoogste plaatsen», of «de hoogste gebieden». Het kan ook betekenen: «onder de hoog­sten», «te midden van de hoogsten». Te midden van de hoog­ste autoriteiten is de heerlijkheid aan God.

«En de herders keerden terug, God lovende en prijzende om alles wat zij hadden gehoord en gezien, gelijk het hun gezegd was».  Luc.2:20

Letterlijk: «God verheerlijkende en prijzende».

Daar zie je weer die wederkerigheid, want er stond in Luc.2:

«En de heerlijkheid des Heren omstraalde hen».  Luc.2:9

Dat gaat van God uit, de heerlijkheid van God gaat hen om­stralen. In H.2:20 komt dan het antwoord: de herders verheerlijken God. Daar zie je weer woord en wederwoord. Daarom is het zo belangrijk, om dat in de vertaling ook te laten uitkomen.

«Verheerlijkende en prijzende God».  (SV).

Lucas gebruikt nogal eens dat woord verheerlijken. Die wisselwer-king in dat verheerlijken loopt als een rode draad door het Evangelie van Lucas heen.

«En onmiddellijk stond hij voor hun ogen op, nam hetgeen, waar  hij op gele­gen had, mede en ging naar zijn huis,God verheerlijkende. En ont­zet­ting beving hen al­len en zij verheerlijkten God, en werden met vrees ver­vuld, zeggende: Wij hebben he­den ongelooflijke dingen gezien».  L­uc.5:25:26

Die verlamde wordt opgericht, wordt tot zijn bestemming gebracht. Dat hoort tot het wezen van God: mensen oprich­ten, mensen tot aan­zijn bren­gen, mensen weer tot hun iden­titeit brengen. En juist dàn gaat die weder­ke­rig­heid in­treden. Dat is een vast patroon, dat je in het Evangelie van Lucas kunt ontdekken.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Kharib

Carl Friedman vertelt over een jongen, hij heette Hakan en hij was zes jaar, ze zag hem buiten, op een braakliggend veldje. Hij had een bal bij zich, en hij staarde ernaar, alsof hij hoopte dat die vanzelf in beweging zou komen. Ben je aan het voetballen? vroeg zij. Ja, maar er is niemand om […]

588102 bezoekers sinds 07-06-2010