Qoph = Nauwe opening, Oog van de naald.

24-05-2021 door Dr. K.D. Goverts

De 19e letter Qoph heeft een getalswaarde van 100. De letter lijkt op een Kaph met een lange Waw ervoor. Na de eenlingen en de tientallen komen nu de honderdtallen. Het getal 100 duidt net als de getallen 1 en 10 op het begin van een nieuwe tijd. In het 100e levensjaar begon voor Abraham een nieuwe levensfase: toen ontving hij Isaäk en werd hij ‘vader van vele volken’, vóórganger in het geloof, voortrekker. Na 100 tijden of 100 ervaringen komt ook voor ieder lid van het volk van God de eigen unieke levenstaak in zicht: om in het spoor van vader Abraham een voorganger te zijn, een volwassen Aleph, die zich met heel zijn leven, met al zijn krachten, begaafdheden en bezittingen wil inzetten voor de komst van het Koninkrijk van God vanuit Tsion voor alle volken. Deze nieuwe fase begint met afstand nemen van al het eigene. Qoph betekent nauwe opening of oog van de naald.

Om inzetbaar te zijn voor de Zaak van de God van Israël, om ingeweven te worden als een unieke draad in Zijn programma met de 70 volken, moeten we door het oog van de naald. Alles wat we in onze moderne, hoogontwikkelde ‘Babylonische’ stadscultuur moeizaam hebben opgebouwd en ons hebben toegeëigend, moeten we bij het passeren van die nauwe opening kunnen opgeven, afgeven. Abraham gaf vrijwillig wat God van hem vroeg; zonder dwang liet hij Ur achter zich, zonder dwang gaf hij zelfs zijn eigen, enige zoon. Het verrassende van dit vrijwillige offer is dat Abraham op het beslissende moment, toen hij Isaäk, ‘zijn alles’,  had losgelaten, alles terug kreeg: Isaäk als nieuw, als uit de doden opgestaan. Het loslaten van al het onze is de grondslag voor een nieuw leven, voor geestelijke groei, voor levensrijpheid, voor leiderschap. Wie niet door het oog van de naald is gegaan, wie te veel vast zit aan de ‘gegevens’, wie liever in Babel wil blijven, kan geen voorganger zijn, geen echte Aleph in het spoor van Abraham. Qoph betekent ook aap. Wie niet door het oog van de naald is gegaan, blijft een na-aper: wordt geen originele Aleph, in wie de Eén, de Unieke, Zich weerspiegelt. Er bestaat een interessante legende  over de bouwers van de Babylonische toren: omdat zij wilden opklimmen tot God, zou God hen hebben vernederd tot apen, tot wezens die niet meer in het beeld van God zijn, die geen directe, unieke relatie meer kennen met de Ene, de Unieke. Zoals later de trotse, Babylonische koning Nebukadnezzar gedegradeerd werd tot een grazende koe. Daarom wordt gezegd: ‘niet mensen stammen af van apen, maar apen stammen af van mensen’.

Veel bijbelse kernwoorden beginnen met Qoph. Qáwáh dat hopen of toekomst zien betekent houdt verband met qaw dat lijn betekent. Hopen is een lijn zien naar de toekomst. Het houdt ook verband met qúm dat opstaan betekent, máqom dat plaats betekent, náqam dat rechtzetten betekent en qáhal dat bijeenroepen betekent. Qádash betekent heiligen. Wat betekent heiligen? De grondbetekenis is apart zetten of afzonderen. De eerste keer dat het woord in de Torah wordt gebruikt is in verband met God Zelf: Hij heiligt de 7e dag, Hij zet deze dag apart, zondert deze af van de overige dagen. Later wordt ook Israël afgezonderd van de volken: gij zult mij een heilig volk zijn, van heilige mensen. Binnen Israël wordt de stam van Levi en in het bijzonder het nageslacht van Aäron afgezonderd. Ook zijn er heilige plaatsen: de tabernakel als een aparte tent te midden van de overige tenten en Tsion als een aparte berg, afgezonderd van de rest van het Land. Maar afzondering is nog geen heiliging. Een aparte dag is nog geen sabbat, geen heilige dag. Hoe wordt iets heilig? Heiligen: met de Heilige verbinden. Heiliging voltrekt zich uitsluitend via de Heilige Zelf. Hij alleen is Heilig, Apart, Uniek en alleen datgene wat met Hem verbonden wordt, wordt heilig, apart, enig, uniek. Als de 7e dag met Hem verbonden wordt door Schriftlezingen, door dankzegging, gebed en viering, wordt de dag die God geheiligd heeft ook apart, enig, uniek, heilig. Het afgezonderde heeft geen doel in zichzelf, maar dient als startplaats, als uitvalsbasis. De sabbat wordt afgezonderd, deze ene dag wordt met de Heilige verbonden door lezingen en vieringen, opdat alle dagen heilig zijn, aan Hem verbonden zijn. Het volk Israël is afgezonderd, is als eersteling met de Heilige verbonden en als eerste uitgedaagd om gehoor te geven aan Zijn heilige Torah, opdat alle volken zich met Hem verbinden en zich laten onderwijzen in Tsion, op Zijn heilige berg. Want vanuit deze berg in het midden van het Land wil de God van Israël heel de aarde heiligen. Van elk mens wil Hij het hart ter woning, als een startplaats van elk huis wil Hij de huistafel als plek van dankzegging en van elke stad de stadsgehoorzaal als liturgisch centrum.

Een belangrijk heiligingsmiddel is het offer en de offermaaltijd. Het Hebreeuwse woord voor offer qorban komt van qárabh dat naderen betekent. Een offer is een nadering, geen verdienstelijk werk onzerzijds, maar een van God gegeven middel om tot Hem, de Heilige te naderen. Voor de schuldige mens is het bloed van het offerdier een onmisbaar naderingsmiddel. Hét naderingsmiddel en tegelijk hét heiligingsmiddel dat de Heilige ons toereikt is het Bloed van het Lam.

Het woord ‘heiliging’ als ‘tentpin’ in de aarde typeert het onderscheid tussen de bijbelse godsdienst  en de algemene religie, die gericht is op onthechting van de aarde en het aardse. Zich heiligen of een heilige zijn in de algemene religie wil zeggen dat men zich probeert los te maken van de aarde en het aardse: heiligen is uittreden uit het leven. De bijbelse heiliging betekent dat men kleine stukjes van de aarde, van de tijd, van het geld afzondert opdat heel het leven, heel de aarde en alle bezit met Hem verbonden wordt, zodat heel de aarde, heel ons leven en samenleven een tempel wordt waarin God Zelf kan binnentreden. De kern van de bijbelse heiliging is dat God ons nader, dat Hij tot ons afdaalt: het Hebreeuwse woord voor afdalen is járad.

Qáráh betekent roepen, hardop lezen, noemen of benoemen. Roepen vanuit de mensen en roepen vanuit God. De mens roept in zijn ellende, God roep uit de ellende. Hij roept Adam uit zijn schuilhoek, Israël uit de verdrukking van Egypte. Maar Hij roept ook tot: Samuël wordt geroepen tót profeet en richter om het volk weer op rechte wegen te zetten. Samuël is een geroepene. Ook Israël als volk van God  is een geroepene en als geroepenen vormen zij tezamen een qáhal, dit betekent gemeente. Er is een samenhang tussen qáhal  en qól dat stem betekent. De samenkomst van het geroepen volk heet een miqrá’qodesh, dit betekent heilige samenroeping, waar de Heilige Zelf aanwezig wil zijn en waar Hij rekent op de aanwezigheid van Zijn geroepenen: deze samenroepingen zijn geen vrijblijvende bijeenkomsten. Er is een verband tussen qárá’ en bárá dat scheppen betekent. Scheppen is oproepen en vooral ook ‘bij de naam noemen’. God noemde het licht jóm dat dag betekent en Hij noemde het donker lajláh dat nacht betekent. Door het benoemen wordt het duister beteugeld: het donker is van nu af aan lajláh, met daarin een Jod en de Hé van de naam van God en 2x de Lamed die door de bovenlijn gaat als een verwijzing naar de ontzagwekkende Grootheid van de God van Israël die het duister in Zijn greep heeft.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Hoe ver kan liefde gaan?

Op 4 mei herdenkt Nederland alle Nederlandse slachtoffers sinds de Tweede Wereldoorlog. Dit zijn militairen en burgers die stierven in oorlogssituaties en bij vredesoperaties. Intussen zijn er weer militairen en burgers omgekomen in de Russische / Oekraïense oorlog. “Dit nooit weer” is weer niet gelukt. De vraag dringt hier en daar op of God Poetin zal straffen […]

601655 bezoekers sinds 07-06-2010