Gedicht: Ik ben herkend

10-02-2013 door Frederik van Eden

Ja Vader, ja ik ben het;

uw lang verdoold en diep rampzalig kind.

Nog zwerft het moe en eenzaam.

Ach, gewen het weer aan uw roep,

dat het U wedervindt.

Van eind’loos verre deed uw stem zich horen.

Ik wist het wel,

ik ben nog niet verloren,

ik ben herkend.

 

Ik ben herkend,

hoogzalige gedachte.

De Heer van aarde en hemel zag mij aan.

Een oogwenk was het alsof Hij teder lachte,

als had Hij zelf een blijde vondst gedaan.

Zijn kind kwam weer uit duist’re, woeste beemden.

Nu zijn wij één,

niets kan ons meer vervreemden.

Ik ben herkend.

 

Ik ben herkend,

o Vader, hoelang zocht ik Uw schijnsel

in der werelds donk’re straten.

En hoeveel schrikkelijke uren overbracht ik

mij wanend in al eeuwigheid verlaten.

Nu kan geen macht uw stille glans verdrijven.

Nu zullen wij voorgoed vertrouwelijk blijven.

Ik ben herkend.

 

Dat was het verhaal van Frederik van Eeden. Hij schreef het op 25 April 1926, maar ook nu is het nog steeds heel herkenbaar.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Kharib

Carl Friedman vertelt over een jongen, hij heette Hakan en hij was zes jaar, ze zag hem buiten, op een braakliggend veldje. Hij had een bal bij zich, en hij staarde ernaar, alsof hij hoopte dat die vanzelf in beweging zou komen. Ben je aan het voetballen? vroeg zij. Ja, maar er is niemand om […]

588091 bezoekers sinds 07-06-2010