De Geest van God op de wateren

16-03-2021 door Dr. K.D. Goverts

Duisternis lag op de vloed

«En duisternis lag op de vloed»  Gen.1:2.

Letterlijk: «Duisternis op het aangezicht van de vloed (tehom)».

Het woord tehom hangt samen met het woord haman, wat rumoer ma­­ken betekent. Tehom heeft ook in zich de betekenis van: draai­kolk, chaos, vloed. De kolkende, bruisende vloed. Bij de Babyloniërs was het Tiamat. Buber spreekt van Urwirbel. Er zit dus een immense drei­ging in dat woord tehom.

De aarde was dus volstrekt onbewoonbaar. God kon daar ook on­mo­ge­lijk een mens neerzetten. En dan komt de roeach Elohim, de adem van God, de wind van God, zwe­vend boven de wateren, de majim. Majim is altijd een meervoud.

Je hebt dus twee parallel-zinnen. Er is steeds iets op iets. Duisternis op de vloed en de Geest van God op de wateren.  In het eerste gedeelte gaat het over de tehom. In het tweede gedeelte over de majim. Dat is hetzelfde, maar er verandert tóch iets. De tehom verandert in ma­jim. Die chaotische oervloed wordt tot ‘gewone wateren’ getemd. In die oer­dreiging voltrekt zich dus een rustbrengend proces.

Regel a begint dus met duisternis en regel b met de adem van God. Die twee staan dus tegenover elkaar. De ademhaling van God is het begin van het leven. De adem van God in vers 2 loopt uit in het spre­ken van God in vers 3. Eerst komt Gods adem en dan zijn woord.

Dat zie je ook in:

Woord en adem

“Door het woord des HEREN zijn de hemelen gemaakt,door de adem van zijn mond al hun heer”  (Ps.33:6).

“Hij zendt zijn woord en doet ze smelten, Hij doet zijn wind waaien,- daar vloeien de wateren” {Ps.147:18}.

Hier is dus ook weer sprake van woord en adem.

Vergelijk daarmee ook:

“En met de adem zijner lippen de goddeloze doden”  {Jes.11:4}.

De adem van God is het begin van de schepping, ook van de genezing, van de herschepping. Levinas wijst er ook op, dat er twee keer aangezicht staat. Het aangezicht van de vloed en het aangezicht van de wateren. Bij God krijgen de dingen weer een gezicht. Dan verdwijnt de anoni­mi­­teit. Dan is er geen maskerade meer.

Dan is het niet naamloos meer. De adem van God is in wezen het nieuwe begin.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Kharib

Carl Friedman vertelt over een jongen, hij heette Hakan en hij was zes jaar, ze zag hem buiten, op een braakliggend veldje. Hij had een bal bij zich, en hij staarde ernaar, alsof hij hoopte dat die vanzelf in beweging zou komen. Ben je aan het voetballen? vroeg zij. Ja, maar er is niemand om […]

588112 bezoekers sinds 07-06-2010