Beth = Huis,Veiligheid , Vertrekpunt

24-05-2021 door Dr. K.D. Goverts

De 2e letter Beth, die ook het getal 2 is, lijkt op een open huis: het dak is een langgerekte Jod, de achterwand is een Waw en samen staan ze op een stevig fundament. De Beth is het taalsymbool voor het ouderlijk huis. Het kind krijgt een dak boven het hoofd, een steun in de rug en vaste grond onder de voeten. De Beth is een schuilplaats, een binnenplaats waar het geborgenheid vindt, maar tegelijk ook de plek van waaruit het verder kan reizen op weg naar een eigen uniek leven in relatie met de Éen. Het ouderlijk huis is schuilplaats en startplaats tegelijk, een thuisbasis en een uitvalsbasis.

De Beth typeert het ouderlijk huis: er is de tweeheid van het veilige binnen en het onveilige buiten, maar ook de tweeheid van mannelijk en vrouwelijk, van vader en moeder, zoon en dochter. Er is in elk gezinslid een tweeheid: een mannelijke kant (logisch, ordelijk, rechtlijnig) en een vrouwelijke zijde (intuïtief, creatief, verrassend). In de bijbelse visie staan mannelijk en vrouwelijk niet naast elkaar, ook niet boven of onder elkaar maar tegenover elkaar. In deze tegenover positie heeft elk een eigen blikveld: de één ziet wat de ander niet kan zien. Dat geeft spanningen maar samengevoegd geeft het ook een enorme blikverruiming.

Het getal 2 zit ook in de letter zelf want de Beth heeft een tweeërlei klank: hard en zacht. Aan het begin van een woord is de klank hard en aan het eind zacht.

De bijbel begint met een Beth, bêré’shíth = in beginsel. Waarom begint de bijbel met een Beth en niet met een Aleph? Daarover zou de Aleph zelf zich bij God beklaagd hebben (in de Hebreeuwse taaltraditie zijn letters als ‘levende wezens’): waarom mag ik als eersteling niet de eerste zijn? God zou hem duidelijk hebben gemaakt dat hier, aan het begin van het scheppignsbericht juist de Beth op Zijn plaats is. Immers, het doel van Gods Schepping is dat deze zal worden tot een Beth, een huis, voor Zijn volk en voor Hemzelf. Hij zal wonen te Tsion en van daaruit zal Zijn Woord uitgaan naar alle volken. Maar bovendien wordt de hele schepping in belangrijke mate gekarakteriseerd juist door de Beth, door het getal 2. Immers in tweevoud schiep God de wereld: hemel én aarde, dag én nacht, aarde én zee, man én vrouw, sabbat én gewone dagen. Er wordt verteld dat de Aleph met deze uitleg genoegen nam, vooral ook omdat God eraan toevoegde: u krijgt een ereplaats in de kern van de torah, vooraan bij de 10 Woorden. Deze beginnen met de Aleph: ‘ánokhi’= ‘ik’. Ik ben YHWH uw God die u doet uittrekken uit Egypte, Ik de Ene (Deuteronomium 5:6). Ook mocht de Aleph vooraan gaan staan bij de naam Abraham, de eerste die uittrok in de richting van het Beloofde Land.

Het woord vader (‘ábh) begint met een Aleph. Het woord zoon (ben) begint met een Beth. De vader draagt de Aleph, hij gaat voorop, hij is de eerste, de eerdere, de oudere. De zoon wordt getypeerd door de Beth, hij is de tweede, die later is ingekomen in de Goddelijke tijdsorde. Een bijbelse grondregel voor een gezonde samenleving is dat de ‘lateren’ de ‘eerderen’ erkennen en respecteren om de Woorden van God die hen zijn toevertrouwd. Waar vader en zoon zich op deze wijze verbinden ontstaat een hecht fundament. Vader (‘ábh) + Zoon (ben) = Rots (‘ebhen). De rots gaat splijten, de samenleving valt uiteen waar de zonen zich losmaken van de vaders en de Woorden van God negeren. 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Kharib

Carl Friedman vertelt over een jongen, hij heette Hakan en hij was zes jaar, ze zag hem buiten, op een braakliggend veldje. Hij had een bal bij zich, en hij staarde ernaar, alsof hij hoopte dat die vanzelf in beweging zou komen. Ben je aan het voetballen? vroeg zij. Ja, maar er is niemand om […]

592063 bezoekers sinds 07-06-2010