Zieleslapers

07-11-2012 door Aren van Waarde

Toen we ingebonden jaargangen van een “pinkstertijdschrift” doorbladerden troffen we een denigrerende uitdrukking aan die we nog niet kenden. Hebt u ooit van “zieleslapers” gehoord? Na enig onderzoek bleek dat het ging om gelovigen die menen dat een gestorvene zich van het interval tussen zijn sterven en zijn opstanding niet bewust is. Een opvatting die voluit Bijbels is. Want de Bijbel noemt de gestorvenen “hen die slapen”. En de Schrift zegt dat de doden niets weten en de HERE niet kunnen loven. Zie bijvoorbeeld Jesaja 38:18-19, Prediker 9:5, Psalm 6:6, Psalm 30:10, 1 Thessalonicenzen 4:14.

Protestanten keren zich op dit punt tegen het bijbels getuigenis. “Wat troost geeft u de opstanding des vlezes”? vraagt de oude Heidelberger in Zondag 22. Die vraag is onschriftuurlijk, want “vlees” staat niet op. Gelukkig maar, want in ons “vlees” woont geen goed (Rom.7:18) en het kan zich niet aan God onderwerpen (Rom.8:7). De vraag had moeten luiden: “Wat troost geeft u de opstanding der doden?”. Het bijbels antwoord is heel eenvoudig: ”Als er geen opstanding der doden was, dan was het over enkele jaren voorgoed met ons afgelopen!” . Maar zo simpel is het volgens de Catechismus allemaal niet.

In calvinistische prediking hoort men dikwijls het volgende betoog (dat indruist tegen het onderwijs van de Hebreeuwse Bijbel):
1. Wanneer vijanden ons lichaam doden, dan blijft onze ziel voortbestaan.
In Mattheüs 10:28 maakt Christus onderscheid tussen het lichaam dat door mensen kan worden gedood en de ziel die niet kan worden gedood.
2. In Johannes 11:26 zegt Jezus dat wie in Hem gelooft, nooit zal sterven. Ook daaruit blijkt dat onze ziel blijft leven wanneer ons lichaam bezwijkt.
Om aan te tonen dat wie in Hem gelooft niet sterft riep de Messias Lazarus uit het graf.
3. In Lukas 23:43 zegt Jezus tegen de moordenaar aan het kruis “Heden zult u met Mij in het paradijs zijn” .
Zodra het lichaam van de berouwvolle misdadiger was bezweken, mocht zijn ziel bij God verkeren.
Kortom: onze ziel wordt na dit leven “van stonden aan” (d.w.z. meteen) “tot Christus, haar Hoofd, opgenomen”.
“Dit ons vlees” wordt (later) opgewekt om “weer met onze ziel verenigd” te worden.

De genoemde teksten moeten o.i. anders worden verstaan:

1. In Mattheüs 10:28 plaatst Christus het vonnis van aardse rechters tegenover het vonnis van de hemelse Rechter. Hij sprak deze woorden toen het koninkrijk der hemelen nabij was en de toekomende eeuw elk moment kon aanbreken. Mattheüs gebruikt in deze tekst een heel bijzonder woord voor “doden”. Feitelijk staat er “Heb geen ontzag voor hen die het lichaam terechtstellen maar niet bij machte zijn om de ziel terecht te stellen, heb ontzag voor Hem die bij machte is om zowel lichaam als ziel te doen omkomen in Gehenna”. Het vonnis van ‘stadhouders en koningen’ (vs.18-22) staat tegenover het vonnis van God (of van de verheerlijkte Messias). Over een “onsterfelijke ziel” gaat het beslist niet –  God zal immers de ziel van bepaalde mensen samen met hun lichaam “ombrengen”, “verderven”, of “tenietdoen”! Waar het om gaat is dat aardse machthebbers Jezus’ discipelen vanwege hun geloof ter dood konden veroordelen. Geen nood, want zulke discipelen zouden het leven van de toekomende eeuw ontvangen. Gehoorzaamheid aan God was belangrijker dan gehoorzaamheid aan de aardse overheid. Want wanneer het koninkrijk aanbrak zouden degenen die tegen God waren opgestaan in Gehenna worden geworpen en tijdens de hele toekomende eeuw tot afgrijzen zijn, d.w.z. dood blijven (Jes.66:24). “Wees God meer gehoorzaam dan de mensen” was binnen het Jodendom een bekende oproep. Hetzelfde geluid klinkt in 2 Makkabeeën 6 en 7.

2. In Johannes 11:26 zegt Jezus niet dat wie in Hem gelooft “nooit zal sterven”. Hij zegt dat wie in Hem gelooft “niet zal sterven in de eeuw”. In vs.25 belooft Hij dat wie in Hem gelooft “zal leven” (toekomende tijd), “ook al is hij gestorven”. Het gaat in dit gedeelte niet over een voortbestaan van de ziel na de dood, maar om de opstanding van de rechtvaardigen aan het begin van de toekomende eeuw. Wie in Jezus gelooft zal op dat moment mogen opstaan uit de doden, hij “zal leven”.
En wie dat opstandingsleven eenmaal heeft ontvangen zal “in de (toekomende) eeuw niet meer sterven”. Jezus wekte Lazarus op om de heerlijkheid van God te demonstreren (vs.40). Een heerlijkheid die inhoudt dat Hij het niet-zijnde tot aanzijn kan roepen en daarom de doden kan opwekken. Wat Hij zal gaan doen wanneer “de eeuw” aanbreekt, d.w.z. de “ Olam Ha-Ba” van het Jodendom.

3. De komma in de Nederlandse vertaling van Lukas 23:43 zou op een andere plaats moeten staan:  “Voorwaar, voorwaar, HEDEN zeg Ik u: Gij zult met mij in het paradijs zijn”. Heden: nu jij ondanks wat je ogen zien en je overige zintuigen waarnemen, vertrouwt op Mij en op Mijn komend rijk. Nu je het bovennatuurlijke, door God gewerkte geloof, ten toon spreidt. Nú zeg Ik: de deur van dat rijk is voor jou geopend. Al aanschouw je vandaag niets anders dan dood en verderf, je mag eten van de boom van het leven. In het paradijs”.

De bewering dat wie dood gaat niet echt sterft, is een leer van demonen (vgl. Genesis 3:4). Volgens de Bijbel sterven zielen en zijn daarom beslist niet onsterfelijk. Indien er geen opstanding der doden is (NB “der doden”, NIET “des vlezes”!), dan zijn ook wie in Christus ontslapen zijn, verloren (1 Korinthe 15:13-18), Zonder opstanding was het voorgoed met ons afgelopen – niet alleen met ons lichaam maar ook met onze ziel.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410212 bezoekers sinds 07-06-2010