Woorden achterstevoren

29-05-2013 door Dr. K.D. Goverts

woorden achterstevoren

zijn naar u onderweg:

om ze gewoon te horen

zijn uwe oren weg.

Zo begint een van die wonderlijke verzen van Gerrit Achterberg. De dichter die soms met simpele woorden een diepte kon bereiken die bijna onbestaanbaar leek. Horen is blijkbaar moeilijk. Laatst stond ik bij de Kerk van Sint Anna-parochie, een klein dorp ergens in het noorden van Friesland. Op een bord was aangegeven, dat in 1889 Domela Nieuwenhuis daar kwam spreken. De kerk werd beschikbaar gesteld en er kwamen duizend mensen naar hem luisteren. Wat bewoog al deze mensen om de tocht te maken, allen te voet natuurlijk of met paard en wagen, en toen waren ze daar en Do­mela begon te spreken en ze wisten, ze gevoelden, ze beseften: hier gebeurt iets. Hij sprak tot het hart van het volk. Op een maandagavond kwam Domela Nieuwenhuis naar het verre Finsterwolde, een klein vergeten dorp in het oosten van Groningen en hij sprak tot het hart van de een­voudigen, het hart van de arbeiders en de zaal was vol, stampvol en ze wisten, ze ge­voel­den, ze beseften: dit is het, dit is een gebeurtenis, dit vergeten wij nooit meer. En de zondag daarop kwam er niemand meer naar de eigen predikant. Wat hebben zij gehoord? Heldere woorden, klaar en duidelijk, ze hebben vernomen wat ze waard waren. De waarde van een mens. Mens, wie zijt gij? Toen hoorden zij het nergens anders meer. Henri van den Bergh van Eysinga was een ge­drevene en zo sprak hij in het Friese Stiens en de hoorders wisten niet wat hun over­kwam. Toch hebben zijn geestverwanten hem zo dikwijls in de steek gelaten, zo werd gememoreerd in de herdenkingsdienst na zijn heengaan. Zij hadden het kunnen horen, maar waarom hebben zij het niet vernomen? Waarom ging het aan hun oor voorbij? Om ze gewoon te horen, zijn uwe oren weg. Een oude psalmdichter zong reeds: Oren ziet men aan hun hoofd, maar zij horen er niet mee. Ooit liet een predikant dit per onge­luk zingen bij een bevestiging van nieuwe ambtsdragers.

Mensen wachten op een woord. Of je nu hoofdman bent met een zieke knecht, of in hoog­heid gezeten met een zieke ziel. Is er nog een woord, maar de wonden zijn al zo oud en de pijn duurt al zo lang. Het is al zo vaak geroepen, troost, troost mijn volk, maar het volk was er niet en de troost was aan dovemans oren gezegd. Waar is de pijn en het doet nog altijd zeer, ook al is het jaren geleden en het boek werd gesloten en het staat alleen nog in vergeelde notulen, maar het hart huilt, ook al is het allang vergeten waarom. En je zoekt naar de deur, maar de sleutel is gebroken en er is geen timmerman die de sleutel maken kan.

Kunt u het nog volgen? riep de spreker, maar de zaal was inmiddels leeg gelopen en er was alleen de echo van zijn eigen woorden, net als in dat verhaal van die bever, die op de oever ging staan en riep: ik zoek een vriendje, en toen klonk er van de andere zijde een verre stem die zei: ik zoek een vriendje en hij dacht dat daar iemand was die hem graag als vriend wilde hebben.

En Frans Breukelman, die wonderlijke, onvergetelijke troubadour, die zo kon spreken en het hart kon raken, zei menigmaal dat hij zich voelde als iemand die om een gebouw heen liep, op zoek naar de deur, op zoek naar de sleutel, op zoek naar het slot. Maar de pijn bleef, ook na vele jaren, na dato, na daden, zou Lucebert zeggen, en hij had gelijk, want hij had de taal in haar schoonheid opgezocht, maar hij kon haar niet vinden. Zou het kunnen: ons huis, een herberg langs de weg, zij kunnen hier op adem komen, wier wezen werd ontnomen?

Woorden achterste voren, zou dat helpen? Of moet het misschien eerst maar helemaal stil worden, een open ruimte, een zachte nevel die geneest. Tenslotte, als je leven achterste voren leest, krijg je: nevel. Zou het kunnen: nieuwe woorden horen, oude woorden als nieuw, laat mijn ziel in U genezen, laat mij deel zijn van Uw zee. Of doet het te veel pijn? Gemeente zijn: dat doe je toch samen? Of is dat misschien het moei­lijkste?

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God, de God der beloften,

die in het leven roep wat niet bestaat,

die verdrukten opricht en ballingen thuisbrengt.

Hij is een levende God.

Ik geloof in Jezus Christus die gekomen is

om op te zoeken wat verloren was,

die zich gegeven heeft voor alle mensen,

om de verspreide kinderen van God

samen te brengen in één huis.

Hij is de hoop van de wereld.

Ik geloof in de Geest van vrede en eenheid

die ons een zelfde taal doet spreken,

die waar zal maken al wat ons werd beloofd.

Hij is de Geest der beloften.

Amen.

 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

384775 bezoekers sinds 07-06-2010