Wie is de bruid

28-05-2010 door Joop Neven

Wie is de Bruid? Velen denken dat wij, de hedendaagse gemeente uit de volkeren, de Bruid zijn. Hierbij gaat men van de verkeerde veronderstelling uit. Men gaat ervan uit dat wat aan Israël beloofd is, eveneens op ons van toepassing is. Paulus beschouwt men in deze visie als één van de twaalf apostelen. Maar Paulus werd juist afgezonderd van de twaalf apostelen, om het evangelie der genade aan de heidenen te verkondigen. De gemeente die de Bruid is heeft betrekking op Israël. Het is een ándere gemeente als de gemeente uit de Jood en de Griek {heidenen}, die vormen samen het Lichaam van Christus.

Enkele verschillen.

– Er zijn veel symbolen in de Evangeliën die op de Bruid slaan. Paulus echter spreekt zelfs niet éénmaal over de Bruid.

– Niet alleen dat Paulus het nooit over de Bruid heeft maar evenmin dat de Evangeliën nooit over het Lichaam schrijven, een term die alleen bij Paulus voorkomt.

– Ten tijde van Johannes de Doper was de Bruid reeds aanwezig {Joh.3 vers 29, vergelijk Matth.9 vers 15}. Het Lichaam, waarvan Christus het Hoofd is, werd niet eerder geopenbaard dan toen Paulus geroepen werd en tot de heidenen {de natiën} gezonden werd.

– In de gehele beschrijving van de “bruidsgemeente” is er niet één aanduiding, die een plaats voor de heidensvolkeren inruimt.

Neem bijv. De toekomstige woonplaats van de Bruid; de heilige stad, het Nieuwe Jeruzalem met zijn 12 fundamenten en de 12 poorten. Het heeft alles betrekking op de zonen van Israël, de Bruid van het Lam! Wanneer de heidensvolkeren genoemd worden, zijn zij steeds buiten, zij wandelen in haar licht en brengen hun eer en heerlijkheid in de stad. Op de 12 fundamenten staan de namen van de 12 apostelen van het Lam,! {Openb.21 vers 14}. Waarom wordt Paulus niet genoemd, wanneer ook de heidenen deel zouden hebben aan de heerlijke stad? Er is maar één verklaring, de gemeente welke Zijn Lichaam is, is niet gebouwd op het fundament van de 12 apostelen, het was namelijk een geheimenis, door de bediening van Paulus onthult. Haar plaats is ook niet in de eerste instantie het Nieuwe Jeruzalem {op aarde} maar in de hemelse gewesten. De Here Jezus Zelf gebruikt het woord “gemeente” maar 3 keer {Matth.16 vers 18, 188 vers 17, twee keer} Niet éénmaal heeft deze betrekking op het later geopenbaarde Lichaam. Jezus spreekt wel over de Bruid {Joh.3 vers 29}, waarvan Petrus, als apostel der besnijdenis als steunpilaar gold {Matth.16 vers 18; Gal.2 vers 9} De Bruid des Lams is dus een gemeente, een uitgeroepen volk uit de Joodse natie, welke het Koninkrijk zal bezitten met al zijn beloftes en zijn heerlijkheid.

Enkele Bijbelteksten

– Israël is de bruid of de vrouw {Jer.3 vers1-6; Jes.54 vers 1-8; Hos.2 vers 1-19; Ezech.23 vers 1; Jes.62 vers 5; .Jer. 2 vers 2}.

– De hedendaagse gemeente is het Lichaam van Christus {Rom.12 vers 5; 1Kor.6 vers 15, 10 vers 17, 12 vers 12-27; Efeze.5 vers 30; Kol.1 vers 18,24}.

– Het Lichaam van Christus is een inniger relatie tussen Christus en Zijn gemeente, dan de huwelijksvoorstelling van bruid of vrouw! Wij zijn één vlees met Hem! {Efeze 5 vers 31}. Wanneer nu de gemeente de Bruid zou zijn, zou deze uitdrukking toch wel bezwaarlijk zijn: het één vlees zijn kan moeilijk van de “Bruid” gezegd worden.

– Efeze 1 vers 22-23 onthult dat de gemeente het Lichaam van Christus is!

– Efeze 4 vers 13 spreekt over de gemeente als “volkomen man”, als deel van dé man, Christus, “tot de mate van de grootte van de volheid van Christus” Letterlijk, de volmaaktheid van Christus. Wij zijn één Lichaam met Hem; daarom zullen wij ook Hem gelijkvormig worden {Fil. Vers 21}.

Al deze voorstellingen zijn meer dan de aanduiding van een bruid, of van een huwelijk het houdt in de volkomen éénheid met Christus, wij zijn als het ware, zijnde Zijn Lichaam; deel van de Bruidegom”, deel van Christus. Het is eigenlijk verrassend te ontdekken dat Christus met zijn gemeente de Bruidegom is, en Israël de Bruid! De “gasten” aan het Koninklijke bruiloftsmaal zullen dan ook de gelovigen zijn uit de volkeren, die in het Messiaanse Rijk het grote feest van vrede en gerechtigheid zullen ervaren. Er zijn nu nog twee teksten die men meestal aanhaalt om te bewijzen dat ook Paulus de gemeente als de Bruid ziet.

Het zijn: 2Kor.11 vers 2 en Efeze5 vers 21-33.

2Kor.11 vers 2. “..verbonden aan één man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen”. Wat zegt Paulus hier? Hij zegt niet “gij zijt de vrouw van Christus” of “gij zijt de Bruid van Christus” {Dit laatste is overigens een term die in de gehele Schrift niet voorkomt}. Paulus vergelijkt hier de gemeente met een reine maagd. Verbonden aan één man. Dit laatste houdt in dat de gemeente zich niet moet verbinden aan “andere mannen”, ofwel, afgoden. Dit was Israël overkomen. Dat was tevens de reden dat het tot een scheiding moest komen De Schrift noemt dat hoererij. Jezus had gezegd dat dit de enige reden was om een vrouw weg te zenden {Matth.5 vers 32; luk.16 vers 1}. Wanneer we dit vergelijken met 1Kor.7 vers 10-11 zien we dat Paulus geen enkele uitzondering meer noemt tot scheiding. Deze voorbeelden hebben een “profetische” betekenis. God Zelf verbrak “het huwelijk” met Israël op grond van hoererij. De enige reden tot scheiding. Paulus openbaart aan gaande de gemeente die het Lichaam van Christus is, iets anders: “niemand verloochent zijn eigen lichaam” Onze band met Christus is onafscheidelijk. Paulus wil in 2 Kor.11 vers 2 niet de nadruk leggen op het “vrouw” zijn van de gemeente, maar op het rein zijn, “als een reine maagd” het gaat hier om niets anders dan de reinheid, waarin de gelovige tot Christus moeten staan. “Bruid” is in het Grieks “numphê”, en betekent: pas of nog ongetrouwde jonge vrouw. {Matth.10 vers 35; Luk.12 vers 53; Joh.3 vers 29; Openb.18 vers 23; Openb.19 vers 7 en Openb.22 vers 17}. Paulus gebruikt hier echter niet het woord “numphê, maar “partthenos”. Dit is een ongetrouwde jonkvrouw, een reine maagd {1Kor.7 vers 37-38} Dit benadrukt nog eens extra dat het Paulus om de reine maagd, of een ongetrouwde jonkvrouw. Zestien keer komt dit woord in het Grieks voor in de betekenis van “apart gezet meisje”, maar nooit in de betekenis van “bruid” of “vrouw”.

Hooglied.

Hooglied het Lied der Liefde. In het Hooglied is er een bruidegom en een bruid, een man en een vrouw. Het gaat daar over God en Zijn volk. In het Hooglied zit heel de geschiedenis van Israël, van het volk van God, van de Bruid. De Bruid is niet alleen maar een volk, maar inclusief het land, het land der belofte, het land van “melk en honing”. In Hooglied 4 vers 11 zegt de Bruidegom tot de Bruid; “van honing druppelen uw lippen, bruid, honing en melk is onder uw tong”. In Exodus 3 vers 8 wordt gezegd: “Ik ben de Here uw God en zal u brengen naar een land vloeiende van melk en honing”. Het Hooglied begint met olie en eindigt met balsem. Zo genezend is God voor zijn volk. “De Koning voerde mij naar zijn vertrekken, laten wij juichen en ons in u verheugen” {Hooglied 1 vers 4}. De Bruid blijft niet op een afstand. Ze staat niet bij de deur om een glimp van de Koning op te vangen, neen ze mag in de kamer van de Koning. Zo kom je in de verborgen omgang met God. “Zolang de Koning aan zijn tafel is, geeft mijn nardus zijn geur” {Hooglied1 vers 12}. Zolang de Koning aan zijn tafel is… dan gaat Hij zijn intocht houden De eindtijd is de intocht van de Koning. Dan moet de vijand aftocht houden. Dat is onze verwachting en de Hoop voor Israël. “Alzo lief heeft God de wereld gehad…”

Het huis van mijn moeder. {Hooglied 3 vers 4}

De bruid wil de bruidegom brengen naar het huis van haar moeder. In Jesaja 66 vers 13 staat: “ Zoals iemands moeder hem troost, zo zal Ik u troosten, ja in Jeruzalem zult gij getroost worden”. Jeruzalem is het huis der vertroosting. In het huis van de moeder worden bruid en bruidegom ten volle partners. Jeruzalem is op weg naar de bruiloft. De Joodse traditie heeft nog iets merkwaardigs. Op de dag van de bruiloft krijgt de bruidegom van de bruid een kleed, een wit kleed. En dat heeft een dubbele betekenis: het is het feestkleed voor de bruiloft maar het is tegelijk en onlosmakelijk daarmee verbonden het doodskleed. De bruid bekleedt de bruidegom met het doodskleed. Dat hebben ze bij de Here Jezus ook gedaan. De bruid {Israël}heeft Jezus bekleed met het doodskleed en zo werd Jezus Bruidegom, maar tegelijk bloedbruidegom. Bruidegom ten dode. Het huwelijk is een verbintenis ten dode, in kwade en goede dagen, totdat de dood ons scheidt. Op de dag van de bruiloft trekt Jezus het doodskleed aan en zo verbindt Hij zich op leven en dood met Israël, met zijn Bruid, en daarom krijg je ze nooit en te nimmer uit elkaar. De Messias draagt het doodskleed en dat is tegelijk zijn bruiloftskleed. Hij, die het leven is, kent onze dood.

 

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391322 bezoekers sinds 07-06-2010