Wenste Paulus verbannen te zijn?

26-05-2010 door Joop Neven

Want zelf zou ik wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees { Rom. 9 vers 3}.

Waar Gods genade zo groot is dat ze de goddeloze rechtvaardigt, de vijand verzoent zodat hij nooit meer van Gods liefde kan worden gescheiden, daar is het voor de apostel, zelf een Jood, zo ontzettend pijnlijk, dat het volk, dat hij lief heeft zich van Christus afkeert en van Zijn genade niets wil weten. Hij verstaat hen zo goed. Was hij vroeger niet als zij? Heeft hij niet de tijd gekend, dat hij evenals zij nu nog Christus vloekte, niets van Hem wilde weten, Hem tegenstond met de kracht die in hem was? Zodra hij aan Israëls verharding denkt hij er aan terug en schrijft, ik wenste een vervloeking te zijn, ik zelf van Christus weg. Niet zoals de St. Vert. het heeft: ik zoude zelf wel wensen verbannen van Christus te zijn voor mijne broederen. In de eerste plaats is het woordje “wel” door de vertalers ingevoegd. Maar in de tweede plaats is het woord “euhomén” in de verleden tijd en dat betekent: “ik wenste” evenals in Hand. 27 vers 29 van de scheepslieden wordt verteld: “zij wensten, dat het dag werd”: niet, “zij zouden wel graag wensen”. Paulus vertelt in Rom. 9 vers 3 eenvoudig, hoe hij er vroeger tegenover stond. Toen wenste hij een “anathema”, een vervloeking te zijn van Christus, van daar zoals in de Griekse wereld iemand die tot anathema werd gesteld weggedaan werd van het volk. De St. Vert. legt hier Paulus woorden in de mond die hij niet zo kon bedoelen. Verbannen te zijn van Christus, dat betekent toch in de mond van de vertalers: voor “eeuwig”{aioon} verloren te zijn, en het wordt dus voorgesteld, alsof Paulus wel de “eeuwige” verdoemenis zou willen ondergaan als hij daarmee Israël maar zou kunnen redden. En dan verwijst men naar Mozes, die naar men meent in Ex. 32 vers32 evenzo zou hebben gesproken: die ook ten behoeve van Israël wel uitgedelgd wilde worden uit Gods boek. En bij dat boek denkt men dan aan een lijst van degene die in de hemel zullen komen terwijl de andere verloren gaan. Maar daarover gaat het niet in het geval van Mozes. God heeft in vers10 niet gezegd dat geheel Israël eindeloos verloren zou zijn maar dat het volk zal sterven en dat Mozes tot een groot volk zou worden, zodat in hem de belofte aan Abraham zou worden vervuld. Maar in vers 32 wijst hij dat af. Integendeel hij vraagt te mogen sterven en dat het volk mogen leven. De overige jaren van zijn leven wil hij geven voor het leven van Israël.

Volgens de gewone lezing wil Paulus veel meer geven. “Eindeloze” pijn wil hij lijden voor het behoud van zijn volk. Maar dat is meer dan Christus gegeven heeft. Hij gaf Zijn leven, Hij gaf Zijn ziel, Hij werd tot zonde. Maar Hij deed het om de vreugde, die Hem voorgesteld was. Hij leed geen “eindeloze” pijn; Hij leed niet gedurende de eeuwen. Laten wij dan toch niet van Paulus vertellen dat hij dit wel wilde. Neen Paulus zegt niets daarvan, hij vertelt enkel hoe het geweest is bij hem: Ik wenste een vervloeking te zijn, ik zelf, van Christus. Juist die klemtoon op het woord ik had ons de weg kunnen wijzen tot de juiste opvatting. De klemtoon ligt niet op het woord vervloeking, maar op ik. Zoals mijn volk nu is, zo was ik vroeger ook. En omdat Paulus zo goed wist wat vijandschap tegen Christus is, daarom heeft hij grote droefheid en voortdurende smart om zijn broeders, zijn bloedverwanten naar het vlees.

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391861 bezoekers sinds 07-06-2010