Water en woestijn

30-06-2010 door Dr. K.D. Goverts

Het is opvallend, dat je in het Evangelie van Marcus steeds weer twee symbolen tegenkomt. Die symbolen vind je trouwens ook in de Te­nach en in de profeten. Het zijn de symbolen water en woes­tijn. Het lijkt net of rondom die symbolen het hele leven zich af­speelt. Woestijn en water, midbar en majim. Je ziet die symbolen meteen al in Marcus 1: «Geschiedde het, dat Johannes doopte in de woestijn» Marc.1:4. Eigenlijk is het een merkwaardige combinatie. Bij een woestijn denk je nu niet direct aan een doopdienst. Het wordt trouwens met­­een aangekondigd met een citaat uit de profeten: «De stem van een, die roept in de woestijn»  Marc.1:3. Johannes de Doper predikte, staat er, de doop der bekering, de te­- s­ju­­bah en tesjubah is omkeer.

Mensen mogen terugkeren

Mensen mogen terugkeren, terugkeren tot God, terugkeren tot hun oorsprong. Dat woord bekering klinkt soms wat moralistisch, wat dreigend, zo van: je moet je bekeren. Het gaat hier veel meer om de uitnodiging. Kinderen, kom naar huis. In dat woord te­sju­bah hoor je Deuteronomium klinken, en in dat woord hoor je ook de pro­feten klinken. ‘Heimkehr’ zeggen de Duitsers. «Tot vergeving van zonden (letterlijk: loslating)» Marc.1:4. «En het gehele Joodse land liep tot hem uit en alle inwoners van Je­ru­zalem, en zij lieten zich door hem dopen» Marc.1:5. Met zijn allen in de woestijn. Het lijkt wel: terug naar af. En in Mar­­cus 1:9 zien we ook Jezus in de woestijn en tegelijk is daar het water. Jezus is de vergriekste vorm van Jesjua’, wat Be­vrij­­der be­tekent. De oorspronkelijke naam geeft een stuk herken­ning. De Eeu­wige zal ruimte brengen, want dat woord be­tekent ook: ruimte schep­pen, ruim maken. Het is goed om die oor­spron­ke­lijke naam te gebruiken. Juist in de naam van Jezus is er vaak een stuk ti­ran­­nie uitge­oe­fend. Opgelegde lasten, dingen die moeten, voor­schriften, Chris­­te­lijke wet­ten…. Heel lang geleden stond ik met mijn voeten aan het water, oeroud wa­­ter. Het stond stil en dat was al eeuwen zo. Ge­spiegeld door de staal­blau­we hemel zonder één enkele zucht verborg het een diep geheim. Het ge­heim van de eeu­wigheid. En wie weet, was het wel het geheim van de Eeuwige. Het meer, want dat was het, lag in een kom. Rondom rezen de bergen op in die merkwaardige vorm, die het landschap zijn karakter gaf. Stalen bergen met de kleur van afgetrapt gras in de winter, maar dan verzengd in de hitte van de zomer. Het oeroude water lag er on­be­roerd bij.

Het woord wordt vlees

Het verhaal van de woestijn en het water. Wanneer schrijft Marcus? Een verhaal is nooit tijdloos. De ver­ha­len van de Eeuwige gaan ín in de tijd. Het woord wordt vlees. Je kunt dus ook zeggen: het woord wordt tijd. Het woord wordt daar­mee ook heel kwetsbaar, want vlees is heel kwetsbaar. De mens is vlees, basar. Dat is de mens in zijn kwetsbaarheid, in zijn breek­baar­­heid. Het woord wordt dan ook breekbaar. Het wordt ook ge­bro­­ken, als brood. Het woord is geen massief blok beton, het woord is geen bunker, maar het woord is een huis. Het woord is een ruimte waarin de mens kan wonen, zoals in die prachtige oude kerken waar je de ruimte en de stilte ervaart. Het woord is een ruimte, die de mens omgeeft.

Het jaar van de ramp – 70

Marcus schrijft in het jaar 70. En als je dat jaar 70 noemt, denk je meteen aan de verwoesting, de afbraak, de catastrofe. Het rampjaar, de ramp. En daarna is het nooit meer gewoon geworden. Titus verovert Jeruzalem, verwoest de stad in naam van kei­zer Ves­­­pasianus. Titus zal later zelf ook nog keizer worden. In Jeru­za­lem brengt hij de Pax Romana, de Romeinse vrede. Hij had wel heel wat soldaten nodig om die vrede te brengen. Maar dat is wel va­­ker zo. Zo ban­­jert Titus met zijn Pax Romana de stad van de sja­­lom binnen, toch een wrange paradox. De Talmud zegt: “Als die hei­de­nen had­den geweten wat ze deden, hadden ze nog harder ge­huild dan de kin­deren Israëls”. En wellicht gaat het nog een keer gebeuren, dat er op een dag soldaten staan te janken bij de Klaag­­muur. De go­jim zullen ook nog een keer huilen. Die hui­len ook wel, maar meest­al alleen later. Die heidenen moeten zich eerst nog zo lang groot­houden. Titus was de bevel-hebber. Het volk van de Eeuwige was de ver­­haal-hebbers. Ze zijn maar weer het verhaal gaan vertellen. En al die bevelen gaan voorbij, maar het verhaal blijft. Het laatste woord is niet aan het bevel, het laatste woord is aan het verhaal. Bij de Eeuwige mag je op verhaal komen. En dan valt Jeruzalem. Sommigen konden nog uit de stad weg­vluch­­­ten, mòchten ook nog uit de stad wegvluchten. En dan gaat Mar­­cus zijn verhaal schrijven. Marcus kwam úit Jeruzalem. «Naar het huis van Maria, de moeder van Johannes, bijgenaamd Mar­­cus» Hand.12:12.         Johannes Marcus is dus opgegroeid in Jeruzalem. In de dagen van Jezus zal hij wellicht teener zijn geweest. Zijn moeder woonde in Handelingen 12:12 nog in Jeruzalem. En dan komt het jaar 70, het rampjaar. Vanuit dat rampjaar is Mar­­­cus gaan schrijven. Dat verhaal van Marcus zul je moe­ten ver­­­staan vanuit dat einde van Jeruzalem. «Zegt zijn discipelen en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; daar zult gij Hem zien». Marc.16:7

De sleutel tot het verhaal is het slot

Soms moet je een verhaal bezien vanuit het einde. De sleutel is het slot. Slot en sleutel horen trouwens toch bij elkaar. Het gaat hier over de opstanding van Jezus, over het open graf. Het is een Paasverhaal. Er komen drie vrouwen, dochters van Sion, naar het graf en ze staan daar bij die afgewentelde steen. Jezus gaat zijn leerlingen voor naar Galilea, Hij is de Voorgan­ger, de Voortrekker. In Galilea zullen ze Hem zien. En Galilea stond be­kend als het Galilea der heidenen. Uit Galilea kwam nou niet di­rect de elite. In het jaar 70 vluchtten ze ook inderdaad vanuit Jeruzalem naar Ga­li­lea. Daar gingen die ballingen heen. Galilea staat hier dus ei­gen­­­lijk als een soort symbool van de ballingschap. Galilea – galut – golah… De woorden roepen elkaar op. In de ballingschap, daar zult gij Hem zien…. «Gelijk Hij u gezegd heeft» Marc.16:7. Dat verwijst terug naar Marcus 14. «Maar nadat Ik zal opgewekt zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea» Marc.14:28. Dat zegt Jezus in die laatste nacht, in die Paasnacht. Het woord voorgaan dat hier gebruikt wordt, duidt heel vaak op de her­der die voor de kudde uitgaat. De herder gaat vooruit, de kud­de komt daar achteraan.

Veertig jaar en veertig uur

Als Jezus de Paasmaaltijd houdt met zijn leerlingen, staat dat al he­lemaal in het teken van het jaar 70. De kruisiging heeft waar­­schijn­lijk plaatsgehad in het jaar 30. De val van de stad is 40 jaar later. Israël heeft 40 jaar door de woestijn getrokken en 40 jaar omvat één ge­­neratie. Misschien spreekt Marcus daarom wel zo veel over dit ge­slacht, over deze generatie. Eén generatie maakt het mee. Van het jaar 30 naar het jaar 70. «En toen het zesde uur geschiedde (letterlijk)… geschiedde er duis­ter­nis over het gehele land tot het negende uur» Marc.15:33. «En zeer vroeg op de eerste dag der week gin­gen zij naar het graf, toen de zon opging».  Marc.16:2. Het zesde uur is om 12 uur ‘s middags. Als je dan doortelt tot de op­­­­­stan­dingsmorgen, zijn er ongeveer 40 uur voorbij. In die 40 uur vol­­trekt zich in wezen wat weerspiegeld wordt in die veer­tig jaren. Veertig uren, de weg van de Messias; van Golgotha tot Paas­mor­gen. Veertig jaren de weg van Israël door lijden, door ballingschap heen. Het lijkt net of Marcus die tijden in elkaar laat schuiven. De Mes­si­­­as doorleeft in die veertig uren de hele weg van Israël. Hij door­leeft wat zijn mensen in veertig jaren doormaken. In veertig uren sa­­­men­gebald wat zich in veertig jaar heeft voltrokken. Hij ver­een­zel­­­vigt Zich met al die mensen. Hij wordt helemaal één met hen.

De verzoeking in de woestijn

Er is ooit een Mens geweest die kwam uit het water en stond in de woes­­tijn. Hij stond daar met die roeping, met die vraag: wat ga Ik doen met mijn leven. En tegenover Hem in de woestijn stonden al die krachten, die Hem tot wanhoop trachtten te brengen. Of Hij die stenen ook kon eten. Of Hij ook kon zweven zonder dood te vallen. Of zijn hoofd alle kronen van de wereld kon dra­gen. Ze had­den Hem dan ook bijna te pakken, die krachten, maar ze kre­gen Hem niet. Zo stond Hij daar in de woestijn; uit het wa­ter in de woestijn. Zou je die stenen kunnen eten? Zou je kunnen zwe­­­ven boven de aarde? Zou je op één hoofd alle kronen kunnen dra­­­gen van de hele wereld? Dat hebben ze altijd weer geprobeerd, de machthebbers, de bevel­heb­­­bers. Hoeveel kronen kun je dragen op één hoofd? Daarom wer­­­­den die machthebbers ook meestal ‘De Grote’ genoemd. Karel de Grote, Wil­helm der Grosse. De ene machthebber wilde nog gro­ter zijn dan de ander. Allemaal hebben ze geprobeerd hoeveel kro­nen er op één hoofd pasten. Kan één hoofd al die kronen dragen? En dan komt daar die ene Mens. Hij komt uit het water en Hij staat in de woestijn. Hij eet geen stenen. Hij zweeft niet boven de aar­de, Hij staat met zijn beide voeten op de grond. En Hij draagt geen kronen. Ongekroonde koning, koning zonder kroon. Dat is de grootste Ko­ning, Ko­­­ning met geen enkele kroon. De enige kroon die Hij droeg, zo wordt het van­­­ouds gezegd, is de kroon die elke zoon van Israël mag dra­gen: de kroon van de Torah. Zijn enige kroon was de To­rah van de Vader. Het woord van de Eeuwige. Als Hij daar staat in het water, komt er een stem uit de wolk. En daar­­mee wordt Hij aangesteld tot Zoon. Een hand uit een wolk. Vanouds is er in de Joodse traditie maar één manier waarop de Eeu­­­wige mag worden uitgebeeld, of afgebeeld, en dat is als een hand vanuit de wolk. Want de Eeuwige màg niet worden uitge­beeld, niet worden afgebeeld. Want dan leg je God vast. God is de God van beweging, de God die met de mensen on­der­weg is. Een hand uit een wolk. Daarin zit een prachtige sym­bo­liek. Een hand uitgestoken vanuit een wolk. Wolken, die het uit­zicht be­­lemmeren; maar uit die wolken wordt een hand ge­sto­ken, een toe­gestoken hand. Aan de ene kant heb je het symbool van die 40 uur, de balling­schap. Aan de andere kant heb je daar het gegeven van die drie dagen en drie nachten. Deze twee zaken worden wel aan elkaar ge­­koppeld, maar staan er ook weer los van. Daar komen we nog op terug.

Zeventig, het getal van de volken

Bij Sukkoth, het Loofhuttenfeest werden 70 stieren geofferd. Dat was om het heil voor de volkeren uit te beelden. In Genesis 10 zien we de 70 volkeren der aarde over wie de Eeu­wi­ge Zich wil ontfermen. Het Sanhedrin had 70 leden. Zo is Jezus veroordeeld: door alle stammen der aarde. In het laatste lied van Mozes, in Deuteronomium 32 wordt ge­zon­gen over al de volkeren, waaraan God Zich wil betonen. Dat lied van Deuteronomium 32 telt ook 70 regels. Dit is het lied dat zal gaan tot alle volkeren. Als Jeruzalem wordt verwoest in het jaar 70, moet je in dat jaar­tal nu niet meteen deze symboliek terugzoeken. Jaartallen zijn na­tuur­­­lijk ook pas later gegeven. Onze jaartelling is waarschijn­lijk niet zo precies. Jezus werd waarschijnlijk geboren in het jaar 4 v. Christus.

Dit mijn lichaam

«En na de lofzang gezongen te hebben, vertrokken zij naar de Olijf­berg» Marc.14:26. Het was sederavond. Dan werd de lofzang, het Hallel, bestaande uit Psalm 113–118, ge­zon­­gen. Daarna gingen ze naar de Olijf­berg. «Nam Hij een brood, sprak de zegen uit, brak het, gaf het hun en zei­de: Neemt, dit is mijn lichaam» Marc.14:22. «En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit, en gaf hun die en zij dronken allen daaruit».  Marc.14:23. «En Hij zeide tot hen: Dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt».  Marc.14:24. Dit is mijn lichaam. Dit is mijn bloed. Sooma en haima. Deze woorden rijmen in het Grieks. In de loop van de kerkgeschiedenis heeft men een hele discussie gevoerd over een woord, dat er niet staat. Luther en Zwingli hadden een nogal diepgaand verschil van me­ning over de avondmaalsviering. Op een gegeven ogenblik zei Lu­ther met stemverheffing: “Er staat is…is…is…in het La­tijn”. Maar…in het Hebreeuws hèbben ze dat woord niet eens. In dit ver­­­band is het opmerkelijk, dat Luther eens heeft geschreven: Ik zou nog zo graag eens Hebreeuws willen leren. Blijkbaar was het in die tijd helemaal niet vanzelfsprekend, dat een theoloog He­breeuws kende. Luther heeft dit dus vanuit het Latijn geïn­ter­pre­­teerd. Zo kwam Luther tot het standpunt: er staat is. Dit is mijn lichaam. Zwingli zag dat meer symbolisch. De meest waarschijnlijke terugvertaling voor lichaam is basar=vlees. In feite hééft het Hebreeuws geen specifiek woord voor li­chaam. Zèh basari heeft Jezus dus gezegd. Dít mijn vlees. Dit spreekt Jezus dus uit bij het tafelgebed op die sederavond. H­et was heel ongebruikelijk om dan opeens verklarende woorden te gaan spreken.

Sprak de zegen uit

«En terwijl zij aten, nam Hij een brood, sprak de zegen uit» M­arc.14:22. Hierbij wel te bedenken, dat niet dat bróód wordt gezegend. In de­ze tekst is Marcus weer oer-Hebreeuws. Bij die zegen staat geen ob­­­ject. Er staat niet: Hij zegende dit of Hij zegende dat. Er staat ge­­woon: Hij zegende (geen lijdend voorwerp). In ons westerse den­ken verwacht je hierbij: wie of wat wordt er dan ge­zegend? Als er staat ‘Hij zegent’, wordt er altijd bij bedoeld, dat je de Eeuwige ze­gent. Als je een gebed uitspreekt voor een maaltijd, moet je het voedsel ook niet zegenen, zoals nog zo vaak wordt gezegd. (Here, zegen deze spij­­ze, amen). Dat is een wat vreemde traditie. Vanouds is het ge­bed: «Gezegend is Hij, die het brood uit de aarde doet voort­komen; ge­zegend zijt Gij, die de vrucht van de wijnstok heeft gegeven». Vanouds waren er bij de sederavond ook uitleggingen. Zo bijvoor­beeld bij het brood. Dan wordt er gezegd: dit is het brood der el­len­­de. Het brood, dat we aten in Egypte. (Deut.16:3). Of: het brood, dat in tijden van droefheid gegeten wordt. Het wordt ook wel uit­ge­legd: het brood waarover men vele woorden spreekt. Of: het brood van de armen; het aangebroken brood. Het is ook won­der­lijk, dat bij het gebruik van het brood en de be­ker er vanouds ook uitleggingen worden gegeven in verband met de toekomst. Op Se­der­avond, als het gezin aanligt aan tafel, dan gaat de vader ver­­tellen. Want daar hoort een ver­haal bij. Bij een feest hoort een ver­haal. Zonder verhaal hangt het feest in de lucht. Maar juist door dat verhaal krijgt het feest voe­ten in de aar­de. Daardoor gaat het landen. En dan gaat de vader vertellen: Wij zaten in Egypte, maar de Eeuwige die kwam en Hij sloeg de doodsengel en Hij haal­­de ons eruit… Dat Paasmaal, dat gedenkmaal is symbool van wat gaat ko­men. Hier­uit zult gij weten, wat Ik in het einde zal doen. Die onge­zuur­de broden zijn een verwijzing naar de volheid van ko­ren die er zal zijn in het land. «Een overvloed van koren zij in het land; op de toppen der bergen golve zijn vrucht als op de Libanon» Ps.72:16. Zoals het volk Israël werd gevoed tijdens de tocht door de woes­tijn, zo is dat een voorbeeld van de volheid van brood in de Mes­si­aan­­se tijd. Sederavond is onderpand, voorproefje, van de Messi­aan­­se tijd. En dan, in dat jaar 30….

Vlees….zo kwetsbaar

«Dit, mijn vlees (basar)».Vlees heeft in de Bijbel verschillende betekenissen. Vooral onder in­­­vloed van de brieven van Paulus heeft het woord vlees vaak een wat negatieve gevoelswaarde gekregen. Dan wordt vlees geïnter­pre­teerd als ‘de oude mens’, de wereldgezindheid, enzovoort. Maar vlees, basar, is in het Hebreeuwse denken gewoon: je hele mens­­­zijn, dat wat je bent. Tegelijk zit daar ook in: het is de mens in zijn breekbaarheid, in zijn kwetsbaarheid. Vlees is alles wat je bent, in je afhankelijkheid.

De volledige studie is in boekvorm te verkrijgen bij:

J. Bies

Schaperstraat 104

3317  LR Dordrecht

Tel:078-6510685

Giro 1292693

E-mail jan.bies@kpnplanet.nl

– Prijzen zijn excl. Verzendkosten

– Van elk boek wordt € 2.25 afgedragen aan het Afrika-fonds 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

405521 bezoekers sinds 07-06-2010