Voor en na Handelingen 28

12-07-2010 door Joop Neven
Hieronder staat in tabelvorm een samenvatting van enkele van de verschillen tussen de gemeente die tijdens de periode van het boek Handelingen ontstond en de gemeente die daarna ontstond.

Tot aan Handelingen 28 Na Handelingen 28
Titel

Het woord “verborgenheid” of “geheimenis” wordt nooit in verband met deze gemeente gebruikt. Dit gezelschap is met het Oude Testament verbonden {Gal.3 vers 8; Hebr.11}.

Titel

De verborgenheid bekend gemaakt, die vóór die tijd verborgen was in God {Efe.3 vers 2-9; 5 vers 32; Kol.1 vers 26}. Geen relatie met het Oude Testament.

Tijd

De periode waarmee deze gelovige worden verbonden is van de grondlegging der wereld af {Matth. 13 vers 35; 25 vers 34}.

Tijd

Deze gemeente werd verkoren voor de grondlegging der wereld {Efe.1 vers 4}. Die uitdrukking wordt op andere plaatsen alleen maar voor Christus Zelf gebruikt {Joh.17 vers24, 1Petr.1 vers 20}.

Plaats

Het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt {Openb. 21 vers 2, 10}

Plaats

De rechterhand van God, “boven alles” {Efe.1 vers 19-21;4 vers 10}.

Zinnebeeld

De Bruid, de Vrouw van het Lam {Openb.21 vers 2,9 en 10}.

Zinnebeeld

De Nieuwe mens {Efe.2 vers 15}, een Volwassen Man {Efe.4 vers 13}

Samenstelling

Gelovigen zijn in Christus één omdat zij allen geredde zondaars zijn, maar qua heilshuishouding zijn ze niet gelijk. De Jood neemt de eerste plaats in. Gelovigen uit de volken zijn als wilde olijftakken op de stam van de ware olijf {Israël} ingeënt {zie Rom.11 vers 17, 18, 22; 15 vers 27}. Ze ontvangen de waarschuwing, dat ze daarvan kunnen worden “afgesneden” {Rom.11 vers 21,22} In leerstellig opzicht bevinden ze zich in Christus, qua heilshuishouding worden zee gezegend met de gelovige Abraham {Gal.3 vers 9}. Gelovigen worden met Christus vereenzelvigd in Zijn begrafenis en opstanding {Rom.6 vers 4}.

Samenstelling

Gelovige uit Israël en uit de volken zijn in Christus één, en bevinden zich leerstellig en qua heilshuishouding volstrekt op gelijk niveau. Ze zijn mede-erfgenaam, mededeelgenoten van de belofte in Christus Jezus {Efe.3 vers 6}. Gelovigen worden niet alleen met Hem vereenzelfvigd in Zijn dood en opstanding, maar zij ontvangen bovendien de zegeningen dat ze met hem zijn verhoogd en mede gezet aan Gods rechterhand {Efe.2 vers 5-6}

Levenspraktijk

Een waardige wandel ging met duidelijke tekenen en wonderen gepaard {Marc.16 vers 17-20}. Men kende twee dopen: die met water en die met de Geest {Hand.1 vers 5, 2 vers 1-4; 8 vers 14-17; 10vers 44-48}. Het nieuwe verbond was van kracht zoals dat in Jeremia 31 vers 31-33 aan Israël was beloofd.

Levenspraktijk

De levenspraktijk van de Gemeente staat op een even hoog niveau, maar tekenen en wonderen ter bevestiging ontbreken {Fillp.2 vers 25-30}; 2Tim.4 vers 20}. Er is nog maar één doop {Efe.4 vers 5}. Het type verdwijnt, maar de grote geestelijk werkelijkheid blijft bestaan. Zie ook Koll.2 vers 16-17. Israël is nu lo ammi {niet mijn volk, en het verbond met de natie Israël en met hun land wordt niet meer genoemd {zie Jer.31 vers 31-40; 32 vers 37-44}. Het is opgeschort totdat de natie Israël opnieuw door God wordt aangenomen {zie Rom.11 vers 26-27}.

Hoop

Gelovigen zagen ernaar uit om de Here op Zijn weg naar de aarde in de lucht te mogen ontmoeten. Deze hoop is verbonden met de aartsengel Michaël {1Thess.4 vers 16, Dan.12 vers 1}, met de laatste bazuin {1Kor.15 vers 52} en met de heerschappij van Christus over de volken, d.w.z., het duizendjarig vrederijk op aarde {Rom.15 vers 12-13}. De woorden die in verband met deze hoop worden gebruikt, zijn “openbaring” {apokalupsis} en “komst” {parousia}. Hiervan wordt gezegd dat zij ná de Grote Verdrukking zullen plaats vinden {Matth.24 vers 29}. Gelovigen wisten deze dingen zeer goed {1Thess.4 vers 16; 5 vers 2}.

Hoop

Gelovigen zien ernaar uit om in de heerlijkheid van het hemelse te worden geopenbaard, waar de Here Jezus thans gezeten is, en waar zij met Hem gezeten zijn door het geloof. Onze hoop houdt in dat die heerlijk positie eens werkelijkheid zal worden. Onze erfdeel is dar, “in het licht” {Kol.1 vers 12}. Voor déze hoop worden de woorden apokalupsis of parousia  nooit gebruikt, maar wel de term epiphaneia {verschijning, 2Tim.4 vers 1 en 8}. Er is geen verband met tijden of gelegenheden waarvan de profeten hebben gesproken. Gebed om “verlichte ogen van het hart” is noodzakelijk, opdat deze nieuwe hoop mag worden verstaan {Efe.1 vers 18-23}.

 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410031 bezoekers sinds 07-06-2010