Velen en allen

22-09-2011 door Dr. K.D. Goverts

“Maar het is met de genadegave niet zo als met de overtreding; want, in­dien door de over­treding van die ene zeer velen gestorven zijn, veel meer is de genade Gods en de ga­ve, be­staande in de genade van de ene mens, Jezus Christus, voor zeer velen over­vloedig ge­worden”. – R­om.5:15.

“Doch niet, gelijk de misdaad, alzo is ook de genadegift, want indien, door de mis­daad van een, velen gestorven zijn, zo is veel meer de genade Gods, en de ga­ve door de gena­de, die daar is van een mens Jezus Christus, overvloedig geweest over velen”.  v.15 – SV.

Deze tekst wordt vaak verkeerd gelezen. ‘Zeer velen‘ wordt er in deze tekst twee keer gezegd. ‘Zeer velen‘ zijn gestorven, dat wil zeggen ‘allen‘ zijn gestorven. En die genade is gekomen voor ‘zeer velen‘, dus ook voor ‘allen‘. B­ovendien staat er: die genade is veel meer. ‘Zeer velen‘ is al een vertaling vanuit de dogmatiek. Daar zit de ge­dach­te van de Reformatorische vaderen achter met hun uitverkie­zings­­­leer. Die vaderen gaan er al bij voorbaat vanuit: het is niet voor allemaal. Je ziet dat dan in som­mige kringen wordt gezegd: het aan­bod van de ge­nade is niet voor allen, nee, alleen voor de uitverko­re­nen. In de grondtekst staat niet: zeer velen, maar de velen. In het Hebreeuws betekent dat: allen. ‘Zeer velen’. In deze tekst lees je tweemaal zeer velen. In dat verband is er een verschil tus­sen het Hebreeuwse denken en het Griekse denken. Als wij zeggen velen, dan heeft dat bij ons, in ons westerse denken door­gaans de betekenis: niet alle­maal. De bekende Nieuwtestamenticus Jojachim Jeremias heeft een prachtige studie geschreven over dat velen. Hij zegt: dat velen (rabiem) heeft in het Joodse den­ken een insluitende betekenis. Dat is ook weer iets, dat wij moeten of mogen leren. Je merkt zo vaak – en misschien wel juist onder de christenen – dat mensen de neiging heb­ben om anderen buiten te sluiten. Wij zijn binnen, maar zij zijn buiten. En dan worden er allemaal drempels opgericht; je krijgt een huis met een heleboel drempels. Je bent er zelf binnenge­komen zonder drempel, maar dan moet die ander toch wel aan verschillende voor­waarden vol­doen, voordat hìj bin­nen mag komen.

Velen heeft een insluitende betekenis

In het Grieks heb je een onderscheid: velen betekent dan: niet allen. In het Grieks heb je aan de ene kant dus de velen en aan de andere kant de min­­der­heid. Als er dan bijvoorbeeld velen naar binnen gingen, waren er ook nog weinigen, die buiten bleven. Dan heeft het dus een uitsluitende betekenis.

In het Hebreeuws heb je de uitdrukking: rabiem = velen. En dan heb je ook nog de uitdrukking: ha rabiem = de velen.

Dit laatste heeft dan niet de uitsluitende betekenis, maar dan wordt er be­doeld: ‘de niet telbare velen‘.

Dan gaat het om die grote schare, die niet te tellen is. En dan kun je dus ook zeggen: dat zijn allen. Het Hebreeuws heeft namelijk geen woord voor allen. Er is wel een woord voor al, het woord kol. Bijvoorbeeld: kol adam = alle mens. Maar in het Hebreeuws kun je dat al dus niet in het meervoud zetten. Je kunt dus niet zeggen ‘alle vreemdelingen’, of ‘allen’. Dat moet je dus op een andere manier omschrijven. Dat geldt dus in het Hebreeuws. Maar dat geldt ook in wat wij dan het Nieu­we Testament plegen te noemen, want dat is dan wel in het Grieks geschreven, maar toch helemaal gebaseerd op het Hebreeuws. Elia zegt tegen de Baälpriesters: “Daarna zeide Elia tot de profeten van de Baal: Kiest voor u de ene stier uit en be­reidt hem eerst, want gij zijt met zovelen”. – 1 Kon.18:25. Gaan jullie nou maar eerst, want ‘gij zijt met zovelen‘. Gij zijt de velen. Dat be­tekent dus zoiets als: jullie zijn de grote schare, jullie zijn die grote massa, ik ben maar op mijn eentje.

Allen zijn gestorven – de genade voor allen overvloedig

Daarmee komen we dus op die tekst uit Romeinen 5: “Maar het is met de genadegave niet zoals met de overtreding; want, indien door de overtreding van die ene zeer velen gestorven zijn, veel meer is de gena­de Gods en de ga­ve, bestaande in de genade van de ene mens, Jezus Christus, voor zeer velen over­vloe­­dig geworden”. – Rom.5:15.

Paulus sluit in Romeinen 5 helemaal aan op Jesaja 53. Het speciale hier­bij is, dat hij zich hierbij baseert op de Hebreeuwse tekst en niet op de Septuagint. Vaak wordt de Septuagint geciteerd, maar dat doet Paulus in dit geval dus niet; hij bouwt voort op de Hebreeuwse tekst. “Zeer velen gestorven”. Wie zijn dat? Er staat hier dus weer: de velen, dat zijn dus allen. De ver­taling zeer velen is dus in feite wat misleidend, want dan denk je: zeer velen is heel wat, maar dan toch nog niet allemaal. “Voor zeer velen overvloedig”. Hier dus ook weer: voor de velen, dus voor allen. In een paralleltekst staat wel allen: “Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend ge­maakt worden”. – 1 Kor.15:22.

‘Velen’ is in het Hebreeuwse denken inclusief

In het Hebreeuws is het woord velen includerend, insluitend, dus dat is eigen­lijk: de velen. Joachim Jeremias heeft daar een prachtig artikel over ge­schreven en boven het eerste deel van zijn studie zet hij: ‘De inslui­ten­de be­te­ke­nis van rabbim’. Hij zegt: In het Grieks is het begrip velen anders dan in het Hebreeuws. In het Grieks is er het woord polloi (velen) en pantes (al­len); dan is er dus een meer­derheid en een minderheid. Dat betekent dus: úit­sluitend. Maar in het Hebreeuws en in het Aramees is het ínsluitend. Daar zijn het ‘de niet te tellen velen’. Met velen wordt bedoeld: je kunt ze niet tellen en dan betekent het dus allen.

Het is de grote schare.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410031 bezoekers sinds 07-06-2010