Genesis – Vaders en zonen. Deel 2

19-03-2021 door Dr. K.D. Goverts

* Vaders en zonen

In deel 2b gaat het over vaders en zonen.

Terach is de vader van Abram. De naam Abram betekent verheven Vader. De nadruk valt hier dus op vaders, die zonen verwekken. En juist Abram, degene die het begrip vader in zijn naam heeft, kan maar geen vader worden.

Later krijgt Abram de naam Abraham, vader van een menigte.

* Zonen, die broeders worden

In deel 2c krijg je de verwekkingen van Isaak. Dan komt het accent te liggen op zonen, die broeders worden. In deel 2d zien we de ware zoon te midden van de broeders. Jozef te mid­den van zijn broers. De verworpen broeder te midden van de broe­­deren. Te midden van die zonen is er telkens één, de eruit springt. Dat is steeds de eerstgeborene, de bekor. Steeds gaat het om de bekora, de eerst­­geboorte.

* De eerstgeborene

Dat zie je al in Genesis 5, daar heb je zo’n tiental verhalen. Bijvoor­beeld: «Toen Set honderdvijf jaar geleefd had, verwekte hij Enos»  Gen.5:6. Enos is dus de eerstgeboren zoon van Set.

«En Set leefde, nadat hij Enos verwekt had, achthonderd­zeven jaar, en hij ver­wek­te zonen en dochteren»  Gen. 5:7.     

‘Zonen en dochteren’, dat is de rest. Het leven van al die mensen uit Genesis 5 wordt in tweeën ‘gehakt’. Zo­veel jaar vóór de eerstgeboorte en zoveel jaar erná. Tijd is in de Bijbel altijd tijd vóór of tijd na. Je leeft ergens vóór of je leeft ergens nà. Zolang je ervóór leeft, leef je ergens naar toe. En als je erná leeft, leef je er vanuit. Na die eerstgeborene verwekken ze nog zonen en dochteren. Steeds gaat het om die eerste te midden van die velen.

Steeds is in Genesis 5 de structuur:

«…hij leefde …. hij leefde … hij stierf»

Die eerstgeborene markeert dus de tijd. Waarom wordt het nu in Genesis 5 tien keer verteld? Dat heeft te maken met het thema van héél Genesis. Het gaat om die éne te midden van allen. De eerstgeborene staat model voor allen. En die eerst­geborene staat ook in voor allen. Hij is verantwoordelijk voor de rest. Eerstgeborene zijn is niet alleen maar leuk: dubbele erfenis, een dub­bel deel. Het is niet alleen een gave, het is ook een opgave. De eerstgeborene staat in voor zijn broeders. Eén voor allen is een grondgedachte voor het bijbelse denken.

* Noach

«Toen Noach vijfhonderd jaar oud was geworden, verwekte Noach Sem, Cham en Jafet»  Gen.5:32.

Hier wordt het schema doorbroken. Letterlijk staat er: «Hij was een zoon van vijfhonderd jaar geworden» Je zou verwachten, dat er zou staan: ‘hij verwekte Sem…’, maar er worden er drie genoemd.Waarom springt de verteller hier ineens úit de structuur? Hier bij No­ach staat dus ook niet, nadat hij die zonen had verwekt:

“Hij leef­de zoveel jaar en hij stierf”.

«En Noach leefde na de vloed driehonderdvijftig jaar; zo waren al de da­­gen van Noach negenhonderdvijftig jaar en hij stierf»  Gen.9:28.

Bij Noach werd het leven dus verdeeld in vóór en ná de vloed. Bij No­ach had je dus een andere mijlpaal. Wij spreken meestal van vóór en ná Christus. Soms zeg je: vóór of ná de oorlog. Voor de ramp en na de ramp. Ook Abraham leefde eerst naar de eerstgeborene toe en daarna van­úit de eerstgeborene.

* Abraham en Lot

Lot trekt met Abraham mee. Abraham is beeld van het volk van God en Lot is beeld van de heiden-volken. Lot vertegenwoordigt de vol­­­keren. Lot leefde voor en na de ramp. (Sodom). De geschie­de­nis van de vol­ke­renwereld is vaak een leven vóór en ná de ramp. Of ze zitten erin, óf ze hebben hem net gehad. Steeds is daar die pijn van de volkerenwereld. En fundamenteel in Genesis is het gegeven: naast Lot staat Abra­ham.

En dan staat er zo heel merkwaardig: «Toen gedacht God Abraham, en Hij leidde Lot uit»  Gen.19:29. Er staat dus niet: God gedacht Lot. De hoop voor de volkeren is het volk van God. De eerstgeborene voor die velen. De hoop voor de rampzaligen is de eerstgeborene.

* De eerstgeborene: één voor allen

Van Lót zou er niet zoveel te vertellen zijn geweest, als er geen Abra­ham naast was geweest. Wat zou er van die allen te zeggen zijn, als die ene er niet was. Daarom is Abraham er naast Lot. Daarom is Isa­ak er naast Ismaël en Jakob naast Esau.

«Opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen»  Rom. 8:29.

Eén voor allen. Eén wordt uitgekozen met het oog op allen. God wil die ene hebben om via die ene allen te bereiken. “De kern ziet wijd”. Vanuit die ene krijg je ze allemaal in beeld. Dankzij Abraham krijgt Lot zijn uittocht. Lot gaat nota bene met de engelen in Sodom onge­zuur­­de broden eten. In wezen krijg je hier een Paasverhaal. Pasen in So­dom. Er worden geen broodjes gegeten, maar matzes. Genesis is in zekere zin al een Exodus-verhaal. Abraham had ook zijn uittocht uit Ur.

* Hemel en aarde

«In den beginne schiep God de hemel en de aarde»  Gen.1:1.

Gelukkig staat er niet: «Schiep God het heelal» Gelukkig geen heelal. Daar kom je nooit van terug. En helemaal niet van een uitdijend heel­­­al. Het Hebreeuws heeft ook geen woord voor heelal. Hemel en aarde zijn er twee. Dan kun je ook een gesprek hebben. In het heelal heb je geen gesprek. Daar verlies je je in de ruimte. Het the­ma van heel de Schrift is het gesprek tussen hemel en aarde. Het Hebreeuwse woord voor hemel is sjamajim. En naam is sjem. Dat woord sjamajim is een meervoud. Er bestaat geen enkelvoud van.

* Je naam vanuit de hemelen

Door die associatie met sjem is de hemel ook de plaats van waaruit de namen worden gegeven. Van daaruit komt het gesprek op gang. Van daar­uit wordt het naamloze benoemd.

De hemel is dus zéér geïnteresseerd in de aarde. Je zou kunnen zeggen: God verzamelt schat­­ten op aarde. Want waar zijn schat is, daar is ook zijn hart. Voor de hemel is de aarde het middelpunt. In de hemel vragen ze niet: is er soms ook leven op andere planeten, maar: is er nog leven op aarde. Een kindertraan is voor God belangrijker dan een melkwegstelsel.

Als de aarde zou ondergaan, zou dat God zijn naam kosten. Je kunt daar­om ook niet zeggen: als deze aarde vergaat, dan maakt God wel een nieuwe. Tegen een moeder, die een kind verliest zeg je ook niet: je kunt nog wel opnieuw een kind krijgen. Als er staat: ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, dan staat er in hetzelfde verband: Ik maak alle dingen nieuw. En niet: Ik maak al­lemaal nieuwe dingen.

* Deze aarde en deze hemel zullen voorbijgaan

Er staat deze aarde en deze hemel zullen voorbijgaan (Matt.24:35). V­oorbijgaan is iets heel anders dan vergaan. Een trein die voorbijgaat of een trein die vergaat is nog wel even iets an­ders. Dat voorbijgaan is de grote zuivering. Zoals je een kleed oprolt om het uit te kloppen.

«En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold»  Op.6:14.

In deze tekst zit tevens de betekenis: voor degenen, die geen honger heb­­­ben naar de geestelijke wereld, wordt de hemel toegesloten.

«God schiep (bara’)»  Gen.1:1.

* Scheppen, maken, formeren

Drie woorden zijn er om het werk van God aan te duiden.

Ten eerste bara, wat scheppen betekent.

Ten tweede maken =’asah

Ten derde formeren, vormen = jasar.

Die woorden worden afwisselend gebruikt; maar als het gaat om de schep­­­ping van de mens, dan krijg je ze opeens alle drie in beeld.

«De aarde nu was woest en ledig» Gen.1:2.

«De aarde was vormeloos en ordeloos» Vert.Buber.

«Wanorde en waanzin»  AV.

* In den beginne

«In den beginne» Gen.1:1.

In het Hebreeuws één woord: Beresjit. Over deze tekst is eindeloos gedacht. Waarom begint de Bijbel met de letter B ? (de bet) Je zou verwachten, dat de alef de beginletter zou zijn. De bet lees je van rechts naar links. Die bet is dus naar alle kan­ten ge­sloten, behalve in de rich­ting, waar­in je leest.

Zo is het ook met het plan van God: gesloten naar het verleden (daar heeft de mens niets mee te maken); dat is de verborgenheid van God. En de letter is gesloten naar beneden en naar boven (verborgen wat on­­der en naar wat boven de aarde is). De letter is alleen open naar vo­­ren: bij God heeft de mens een open toekomst. De toekomst ligt open voor de le­zer. Je mag jezelf in het verhaal in lezen.

* Zalig hij, die voorleest

«Zalig hij, die voorleest»  Op.1:3.

Het kan een zegen zijn voor een stad, als Gods woord wordt voor­ge­le­zen. Tegen Timoteüs wordt gezegd:

«U toeleggen op het voorlezen»  1 Tim.4:13.

Lezen werd in het oude oosten altijd hardop gedaan. Men gebruikte daarvoor het woord qara’, roepen. Van Ambrosius wordt gezegd, dat toen hij een boek zat te lezen zon­der hoorbaar geluid, de voorbijgangers dat uiterst vreemd vonden. Is­raël is ook van ouds het hoor-volk. De Bijbel is ook oorspronkelijk be­­doeld om voorgelezen te worden. Pas in tweede instantie voor je­zelf. Dat wordt vaak omgedraaid: eerst voor jezelf en dan ook nog wat voor in de sa­men­komst.

* De alef en de bet

De Bijbel begint dus met een B, de bet. En de bet is niet alleen een letter, maar betekent ook nog: huis. De Bijbel begint dus met een huis. In den beginne was er een huis. God is een ‘huiselijke God’. Van meet af aan heeft Hij een huis be­reid voor zijn mensen. Het hele scheppingsverhaal heeft uiteindelijk als doel een huis te creëren voor de mens.

Als je je afvraagt: waarom begint de Bijbel niet met een alef, kun je ook zeggen: omdat die alef bewaard wordt voor de tien woorden uit Ex.20.

«Ik ben de HERE, uw God»  Ex.20:2.          

Anoki, zo begint deze tekst. Hij begint dus wèl met een alef.

In een rabbijns verhaal wordt gezegd: toen alle letters bij God kwa­men om hun taak te horen, wees God niet de alef aan, want het woord arur begint ook met een alef. En dat woord betekent vervloekt, wat natuurlijk niet kan. Baruch (gezegend) kan wél. Dat woord be­gint met een beth.

Een andere gedachte in dit verband is: in de eerste tekst van de bij­bel heb je het begin. Maar nog aan dat begin vooraf, gaat God. En Elo­him begint ook met een alef. God gaat vooraf aan het begin. En aan het eind is geen einde. De alef en de omega vallen dus buiten de geschiedenis.

De alef heeft ook de getalswaarde één. En God is één. Daarom óók een alef. De Bijbel begint met een gesprek tussen hemel en aarde, dus met een bet. De beth heeft de getalswaarde twee. En nu gaat het erom, hoe die twee weer één worden, hoe die twee elkaar vinden.

Die naam, die hemel en aarde verenigt tezaam….

Deze studie is in gebonden vorm te verkrijgen bij: jh.ree@kpnmail.nl

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Sagrada Familía in Barcelona

Enige tijd geleden zijn we enige dagen in Barcelona geweest. Een prachtige stad. De prachtige kathedraal de Sagrada Família was voor mijn vrouw en ik het absolute hoogtepunt. In 1883 begon de architect Gaudí zijn levenswerk. Nu 138 jaar later genieten miljoenen mensen per jaar van deze nog steeds onvoltooide kerk. Indrukwekkend is de schitterende […]

572287 bezoekers sinds 07-06-2010