Uitverkoren?

04-07-2010 door Joop Neven

“Dat geloof ik niet”, zegt u misschien. Die “koningen der aarde” uit Openb.21 vers 22, zijn dat niet de goede en rechtvaardige koningen die de volken in de loop van hun geschiedenis hebben gehad? Mensen zoals Melchizedek en Abimelech? En de “volken” uit Openb. 21 vers 3, en 21 vers 24, en 21 vers 26 en 22 vers 2, zijn dat niet de uitverkorenen? In oude vertalingen van Openb. 21 vers 24 staat immers: “de volken, die zalig worden”! Blijkt daar niet uit, dat sommige “volken” zalig worden, terwijl andere “volken” verloren gaan?

Zulke vragen kunnen alleen maar opgeworpen worden door christenen die het boek Openbaring nog nooit in één ruk hebben uitgelezen. Want in de eerste negentien hoofdstukken van dat boek wordt de term “koningen der aarde” uitsluitend in ongunstige zin gebruikt. Toen de grote dag van Gods toorn was gekomen, hadden die koningen tegen de bergen en de rotsen gezegd: “Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam; want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?” {6 vers 15}. Zij hadden zich door demonen laten verleiden tot de oorlog op de grote dag van de Almachtige {Openb. 16 vers 12-14 en 19 vers 19}. Zij hadden met Babylon gehoereerd {17 vers 2 en 18 vers 3-9}. Zij hadden hun macht en hun gezag aan het beest gegeven{17 vers 12-13, 18}. En van diezelfde koningen wordt nú gezegd, dat ze hun “heerlijkheid en eer” in het nieuwe Jeruzalem zullen brengen {21 vers 24}. Is dat niet wonderlijk? Zoiets is alleen moegelijk bij God. Wat voor mensen onmogelijk is, is mogelijk bij Hem. Ook de volken komen er in Openb. 1-19 niet best vanaf. Zeker, er is sprake van een grote schare uit alle volken en talen, die uit de grote verdrukking komt en die voor de troon van God en van het Lam mag staan {7 vers 9}. Maar de volken zelf speelden in het verhaal een duistere rol. Ze hadden zo’n enorme hekel aan Gods profeten, dat ze niet toelieten dat iemand hen begroef {11 vers 9}. Ze waren in grote toornigheid tegen God opgestaan {11 vers 18}. Ze hadden állemaal van de bedwelmende wijn van Babylon gedronken {14 vers 8 en 18 vers 3} en waren door haar toverij misleid {18 vers 23}. En nadat ze duizend jaar lang onder het rechtvaardige bestuur van Christus en de Zijnen hadden verkeerd en gedurende die tijd niet meer door de boze waren misleid {20 vers 3}, waren ze nog geen haar beter geworden. Zodra ze er de kans voor kregen, waren ze wéér tegen God opgestaan {20 vers 8-9}. Maar nu de eerste dingen zijn voorbijgegaan en het nieuwe Jeruzalem uit de hemel is neergedaald, nu is alles anders geworden. Nu zullen de volken bij het licht dat van die Godsstad uitgaat, gaan wandelen {21 vers 24}. Ze zullen door de bladeren van de levensboom worden genezen {22 vers 2} en werkelijk Góds volken worden {21 vers 3}. Onvoorstelbaar? Voor ons misschien wel, maar toch zijn deze woorden “getrouw en waarachtig” {21 vers 5}. Die volken zijn aan Gods rechtvaardig oordeel onderworpen. Nu zullen ze komen en zich vrijwillig voor Hem nederbuigen, omdat Zijn gerechtigheden openbaar zijn geworden {15 en 44}. Elk schepsel zal de Almachtige gaan prijzen {6 vers 13}. Wat een schitterend vooruitzicht!

Kom, Here Jezus.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391861 bezoekers sinds 07-06-2010