Uitverkiezing

26-05-2010 door Joop Neven

Romeinen 9 vers 6- 19

Eén van de moeilijkste hoofdstukken uit de Bijbel. Namelijk uitverkiezing. Want het staat er toch maar  in vers 13, Jacob heb ik lief gehad, maar Esau heb Ik gehaat. Uitverkiezing. En dan weet je dat er eeuwen mee geworsteld is, te pas en te onpas gebruikt, misbruikt en nog is de wanhoop bij christenen over de uitverkiezing zichtbaar of misschien moet je juist zeggen onzichtbaar. Want als je uitverkoren bent om verloren te gaan waarom zou je dan nog verder leven. Voor de geboorte is dat bepaald. En Calvijn heeft het altijd geleerd, dat van eeuwigheid een getal van uitverkorenen en een getal van verworpenen is. En dan moet je maar afwachten waar je bij hoort. Aan welke kant zit je dan. Je kunt er niets aan doen, je kunt er op los leven en als je uitverkoren bent dan kom je er. Je kunt je hele leven lang krom liggen, en bidden en keurig leven en in het zwart gaan, maar als je niet uitverkoren bent dan kom je er dus niet. En dan wordt Rom. 9 aangehaald want daar staat het toch maar. Jacob heb Ik lief gehad, maar Esau heb Ik gehaat. Dan wordt God afgeschilderd als een Man die beslist wie er wel vergast wordt en wie niet. Je links en jij rechts. Rechts is uitverkoren, links niet. Jij leven, jij dood. Dat is dan ook uitverkiezing. Maar Rom. 9 is een ander verhaal. Aan Rom. 9 gaan 8 hoofdstukken vooraf en het grote thema is, De trouw van God. Dwars door alles heen blijft God trouw  Rom. 3 vers 3 zegt: Wat toch is het geval? Als sommigen ontrouw geworden zijn, zal dan hun ontrouw de trouw van God teniet doen. En dan eindigt Paulus in Rom 8 met die prachtige verzen Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus. Daar eindigt Paulus in Rom. 8 vers 36 en 37 mee. En dan is het onmogelijk dat hij in Rom. 9 die 8 hoofdstukken op losse schroeven gaat zetten. Rom. 9 is een vervolg, vers 1 begint, Ik spreekt de waarheid enz in vers 2 zegt hij: Ik heb een grote smart en een voortdurend hart zeer. Hier schrijft niet een dogmaticus, of iemand die een bepaalde leer op poten gaat zetten. Maar hier schrijft iemand met bewogenheid, een grote smart en voortdurend hart zeer Lett. Met een onophoudelijke pijn in m’n hart. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat Rom. 9 begint met een gebed. Rom. 9, 10 en 11 is geen afstandelijke beschouwing, men heeft dat in de loop der tijden vaak toegepast. Als een theorie toegepast, het hart er uit gehaald om zo maar eens te zeggen. En daardoor zijn er mensen in de wanhoop gedreven. Paulus is in deze hoofdstukken intens betrokken bij Israël. Rom. 9 begint met een gebed en Rom.11 vers 36  eindigt met een lofzang.  

Je begint met een bidstond en je eindigt met een dankstond, een lofprijzing. Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Lett. Het allen. Aan Hem de heerlijkheid tot in de eeuwen. Terug naar Rom. 9: de voorechten van Israël zijn niet vervallen. De tekst uit Rom. 3  over de trouw van God hangt niet af van mensen. Die belofte van God hangt niet van mensen af. De belofte dat Hij trouw blijft is alleen afhankelijk van Hem. In hoofdstuk 11 vers 29 staat: Want de genadegaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk. Dus als God iets geeft, genadegaven, het hele heilsplan, dat is onberouwelijk. Dan zegt God niet, Ik heb er toch spijt van, je valt me een beetje tegen. Op het enen moment zegt God misschien tegen Israël jullie vallen me toch een beetje tegen en op een ander moment gaat God naar de heidenen, en dan vallen die heidenen weer tegen, nou dan moet God weer ergens anders heen. Als dat zo zou zijn, dan heeft God geen lijn meer in Zijn plan. Dus wat hier staat is nog steeds van kracht.  In vers 6 staat: Maar het is niet mogelijk, dat het Woord Gods vervallen zou.  De vraag is waar gaat het over in Rom. 9? Niet dat God bepaalde mensen uitkiest, en bepaalde mensen verwerpt. Het niet zo dat God door een stad gaat wandelen, en zeg nou jij bent uitverkoren, en jij niet. Jij wel, jij niet. God gaat  niet selecteren. Maar weet je wat God onder uitverkiezing verstaat? God kiest een bepaald volk uit, of een bepaalde groep mensen b.v de Gemeente,  die ten dienste voor de ander zijn. Uitverkiezing heeft in wezen niets met behoud te maken, dat zijn twee verschillende dingen. Israël is uitverkoren ten dienste van de volkeren, om de volkeren te brengen bij God. De Gemeente, het Lichaam van Christus is uitverkoren om aan de overheden en machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend te maken. God kiest ons uit zoals een koning ministers uitkiest. Niet omdat de niet-uitgekozenen hem niet interesseren maar juist om dóór de uitgekozenen de overigen dienstbaar te zijn.

Uitverkiezen wil zeggen: uit een verzameling één of meerderen uitkiezen. Voorbestemmen is iets of iemand van te voren een bepaalde positie toekennen. De kroonprins is b.v. voorbestemd om koning te worden. Maar zodra mensen ergens het gevoel hebben, wij zijn het, wij zijn uitverkoren, dan wordt dat een soort status. De voorbeelden zie je in de geschiedenis van de kerk. Dan krijg je een situatie van, wij zijn de ware gemeente. Wij hebben de meest zuivere leer. Wij zijn uitverkoren. Maar God laat zich niet maken tot een bepaalde groep. God laat zicht niet in een dogma stoppen. Zo is het ook in vers 13 Jacob heb Ik liefgehad, maar Esau heb Ik gehaat. Dat haten is een term uit het familie recht en dat heeft te maken met rangorde en relatie. Dat haten is dus op de tweede plaats stellen. Dat is hetzelfde als de Here Jezus zegt: Als je goede discipel wilt zijn, moet je vader en moeder haten. Dat kan natuurlijk nooit betekenen dat je je ouders je kinderen moet gaan haten. Maar wat de Heer bedoelt is, dat je de familie op de tweede plaats te stellen. Dus in vers 13 wordt gezegd, dat Jacob op de eerste plaats is gezet, en Esau op de tweede plaats. Dat heeft te maken met rangorde. Gods verkiezing van Jacob hield ook in dat niet Edom heilbrenger van de volkeren werd, maar Israël {Jacob}. In dat alles is God geheel vrij, zegt Paulus. Want moet u eens opletten, als God uitkiest, wat is nou die uitverkiezing? Dat is punt 1: een mens wordt uitgekozen voor een bepaalde taak. Maar er wordt nooit in de Bijbel een mens uitgekozen tot behouden worden. Er is dus wel een bepaalde uitverkiezing voor een bepaalde roeping, dan God zegt. Ik geef jou een bepaalde taak. Paulus is uitverkoren om het Evangelie van het geheimenis te verkondigen. Een uitverkoren werktuig. Maar een mens wordt niet uitverkoren om gered te worden. Zo van nou kies Ik u uit om gered te worden. Dat is onmogelijk. Want God wil dat alle mensen gered worden. En dat gaat nog gebeuren ook. Als God dat wil, dan gebeurt het. God gaat dan mensen uit kiezen om anderen te bereiken. Uitverkiezing is altijd de één met het oog op de ander. Uitverkiezing is nooit exclusief. God kiest Abraham uit, maar wat zegt er meteen bij? In u zullen allen geslachten gezegend worden. God zet Abraham als licht drager ten behoeven van alle geslachten. Dan wordt het volk Israël uitverkoren, en wat moeten de andere volkeren doen? Zich bij Israël aansluiten en dan delen ze in de zegen. En als je lijn doortrekt is er maar één uitverkoren en dat is Christus, en wat doen wij? Wij sluiten  bij Hem aan. Want wij zijn uitverkoren in Hem. (Efeze 1 vers 4). Dus eigenlijk is er maar één uitverkoren, en dat is Christus. En via die éne gaat het wereld wijd. Dus uitverkiezing gaat nooit de één ten koste van de ander, maar het is altijd die éne ten dienste van de ander.

Rom. 9 vers 11 zegt: het is niet op grond van werken maar op grond van roepen. Ze hebben goed noch kwaad gedaan, daar zit het niet in. Maar God zegt Ik ga mensen roepen. Hij roept, want in Hem is de kracht. En bij God is het, God kiest het tweede. En God kiest de tweede, om de eerste te bereiken. Esau en Jacob. God kiest de tweede, Jacob, waarom? Om de tweede te bereiken. In de geboortegeschiedenis van Gen.25 vers 19-34 wordt uitgesproken het grondthema van Jacob en Esau. Jacob houdt Esau vast. Waarom? De oudste zal de jongste dienstbaar wezen Gen 25 vers 23. Hier heeft een omkering plaats, die een diepe betekenis heeft. De diepste roeping die Jacob zal ontvangen is, om zijn broeder vast te houden, dat doet hij al bij de geboorte, zie Gen.25 vers 25. God zet een nieuw beginsel in, om de gevallen schepping te redden. Het hoogste en sterkste is blijkbaar niet sterk genoeg om de schepping te kunnen redden. De hoogheid en kracht van het oude is indrukwekkend, het kan verzorgd en gecultiveerd worden, maar het punt is: het heeft een uitzichtloze toekomst. Het zal in kracht steeds afnemen. De wereld zal steeds donkerder worden. Het machtige in de gevallen schepping is niet machtig genoeg om die wereld te redden. Daarom stelt God een nieuw begin. Hij neemt daarvoor als uitgangspunt niet het sterke rijke, maar zwakke. Dat is het principe

De blijde boodschap is dan ook; de Vader wil vasthouden en redden.

Maar wat wordt er nu met dat vasthouden uitgedrukt?

De oudste moet het principe erkennen om verlost kunnen worden. Dan erkent Esau de verlossing, als hij Jacob als meerder erkent. Dit wil zeggen, als hij hem als de eerstgeborene erkent. Dan kan ook Esau verlost worden. Als hij Jacob niet als eerstgeborene erkent, zal Esau zijn eigen krachten opteren en tenslotte te gronde gaan. Hier zie je dat Jacob niet uit eigen belang handelt, als hij Esau vasthoudt, maar dat hij hierbij tracht zijn broeder voor de verlossing te bewaren. God kiest het zwakke om het sterke te beschamen. 1 Kor 1. Vers 27 “wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beshamen, en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen” Jacob had twaalf zonen, maar uitgerekend kiest Hij Jozef. Ook zo’n wonderlijk verhaal. Jozef, die verkocht werd door zijn broeders. Wat een misdaad! Wat een afschuwelijk leed. Ja, maar dan moet u Jozefs commentaar aan het eind van de geschiedenis eens lezen (Genesis 45:7,8). Hij zegt dan dat het niet zijn broeders waren die hem naar Egypte hadden gebracht maar dat het God Zelf was die dat had gedaan! Om zijn broeders in leven te houden! ´Daarom heeft God mij voor u uitgezonden om u een voortbestaan te verzekeren op aarde, en om voor u een groot aantal geredden in het leven te behouden“. Dat is nou uitverkiezing of voorbestemming. En dan zie je ook Gods hart er achter. Terwijl Jozef in de put geworpen werd (Gen 37) staat erin vers 25: daarna zetten zij zich neer om te eten. Misschien hebben die broers wel gebeden voor het eten, Here zegen deze spijze amen, en wilt u ook met degene zijn die het moeilijk hebben. Het wonderlijk is dat ze gingen eten terwijl ze het brood hadden weggegooid (Jozef). Maar via die éne, Jozef, krijgen  ze allemaal brood. Via die éne, Christus, krijgen we allemaal het brood des Levens. We hebben Christus in de “put” gegooid, pardon aan het kruis genageld. We hebben het Brood niet willen aannemen. We wilde niet eten van de boom des Levens. Wie van deze boom eet zal leven De waarheid is: in Jezus Christus is LEVEN en het enige LEVEN dat iemand hebben kan, is door Hem gegeven. Al het andere is geen leven, maar dood. Hij kwam om ons te bevrijden van de zonde. Hij kwam om ons bekend te maken, dat wij niet meer in de greep van de dood zijn.  Ons Leven is verborgen met Christus in God. Een geweldigen boodschap zoals dat in Rom. 9 vers 15 staat: de ontfermde God. Over wie Ik Mij ontferm, zal Ik Mij ontfermen. In vers 16 staat: het hangt dus niet daarvan af, of iemand wil, dan wel of iemand loopt, maar van God, die Zich ontfermt. Dat is het ware gezicht van de Vader, de ontfermde Vader die het voor ons doen zal. Wij mogen een ontspannen wandel hebben, innerlijke rust ontvangen van het feit, dat alles volbracht, door het bloed van het Lam. En nu zegt God wandel maar stilletjes achter Mij aan, want Ik ontfermt, over wie Ik Mij ontferm. Van dood tot Leven. En dan ga je ook Leven. En dan ga je steeds meer zien, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden. (Rom.8 vers 18). In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van hem te worden aangenomen( Ef. 1 vers5). De barmhartigheid, de “Chéséd”, van God is; Hij laat nooit varen de werken Zijner handen. Alles is volbracht, gereinigd door het bloed van het Lam. De Schrift spreekt niet over de  Vader een God die eindeloos strenger straft dan men ooit gehoord had. Maar de Bijbel spreekt over Hem als de God die eindeloos meer liefheeft en vergeeft dan men ooit gehoord had. Hij is het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt. De bede aan het kruis “Vader vergeeft het hun want ze weten niet wat ze doen” staat nog steeds recht over eind.  “Alzo lief heeft God de wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft..” Daarin horen we de woorden die God tot Abraham sprak “neem uw zoon, uw enige, dien gij lief hebt, Isaäk..” En Johannes getuigt van het Lam: “Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld op zich neemt” En Jezus zegt in het Johannes evangelie: “Ik ben de goede Herder”. De goede Herder, die Zijn leven inzet voor Zijn schapen: Jezus heeft, als het Lam Gods, Zijn ziel, Zijn leven uitgestort in de dood. En als Johannes op Patmos “in geest in de dag des Heren is” ziet Hij Jezus Christus, Het Lam, staande als geslacht . Het weerloos lam is overwinnaar! {Openb.5 vers 11-14}. Paulus spreekt in 1 Kor. 5 vers 7-8 merkwaardige woorden:”Want ook ons paaslam is geslacht: Christus. Laten wij der halve feestvieren…” Het wonderlijke van vers 17 en 18 Lezen

Ook die Farao moet uiteindelijk meewerken zegt Paulus aan het doel van God. Namelijk dat de Naam van de Heer bekend zou worden  over de gehele aarde, daartoe heb ik u doen opstaan. Want zegt vers 18 Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil. Dat ontfermen dat is geen willekeur, dat lezen we heel de Bijbel door. Maar Hij verhardt wie Hij wil, en daar ligt een probleem. Dat verharden, hoe zit dat dan. Want dat wordt vaak uitgelegd, dat er mensen verloren gaan omdat God ze verhardt. Alleen dat staat er niet. Bij die Farao gaat het niet over eeuwig verloren gaan of eeuwig behouden worden. Het gaat op dit moment alleen over de plaats van de Farao in de geschiedenis. Dat verharden heeft niets te maken met eeuwigheid. Wat is nou dat verharden? God had van tevoren al gezegd dat Hij door middel van de farao “zijn kracht zou tonen en zijn naam verbreidt zou worden over de gehele aarde”. God zendt Mozes naar de farao. En van tevoren had God al tegen Mozes gezegd dat farao niet naar hem zou luisteren. Stel u voor! Mozes zegt tegen de farao: “laat mijn volk gaan”. En na zes plagen die over Egypte kwamen, dreigt hij dan te bezwijken onder alle druk. In de NBG – vertaling staat dan helaas: “en God verhardde zijn hart”, maar in het Hebreeuws staat er: “God versterkte zijn hart”. Dat wil zeggen: farao zou eigenlijk na zes plagen zijn bezweken. En dan “versterkt” God het hart van farao! Terwijl God hem juist had laten weten (bij monde van Mozes) zijn volk te laten gaan! Maar nee, God geeft farao de kracht om nee te blijven zeggen. Hij krijgt van God de kracht om zich tegen Gods wil te verzetten. Is dat niet onvoorstelbaar?! Gods wil was: “laat mijn volk gaan”. Dat was de opdracht, maar farao deed dat niet. Ging het nu helemaal mis? Ging dit tegen Gods bedoelingen in? Nee, Romeinen 9 vers 17: “want het Schriftwoord zegt tot farao: daartoe heb ik u doen opstaan, opdat Ik in u mijn kracht zou tonen en mijn naam verbreidt zou worden over de gehele aarde”.  Daarom zegt de Romeinen 9 vers 18: “Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil”. En natuurlijk komt er dan een vraag op. Een vraag die niet tegen te houden is. Een vraag die Paulus daarom zelf opwerpt.
Vers 19: “gij zult nu tot mij zeggen: wat heeft Hij dan nog aan te merken?” Wat heeft God op farao aan te merken als deze niets anders doet dan Gods plan uitvoeren? Die vraag is niet te stuiten, die dringt zich gewoon aan je op wanneer je aandachtig luistert en het betoog van de apostel Paulus volgt. Wat heeft God dan nog aan te merken? Want wie weerstaat zijn wil?
Het gaat niet om farao, of farao wilde of dat farao rende. De farao diende hoe dan ook Gods doel terwijl hij inderdaad zich zo verschrikkelijk verzette tegen Gods wil. Dat is wat Paulus hier zegt.
Het vervolg van vers 19 zegt: “want wie wederstaat zijn wil?” Dit staat in de grondtekst als voltooid. Dus: want wie heeft zijn wil weerstaan? Het gaat hier namelijk specifiek over Esau en over farao. Heeft Esau Gods wil weerstaan? Of farao? Want je zou kunnen zeggen: ja. Esau weerstond Gods wil zowel in het boek Genesis als in de latere geschiedenis. En bij farao is het helemaal onmiskenbaar. God zei bij monde van Mozes: “laat mijn volk gaan”, en farao zei bij herhaling: nee. Iedere keer weer opnieuw. Dus weerstond farao Gods wil? Ja.
Maar het antwoord op deze vraag zou moeten zijn: nee, niemand heeft Gods wil weerstaan. Hoe zit dat nu? Er is iets met dat woordje “wil” dat hier niet behoort te staan. Het woord in het Grieks voor “wil” is namelijk een heel ander woord. Het gaat erom dat er hier een woord staat dat normaal gesproken vertaald wordt met: raad of bedoeling. Dat is het woord wat hier gebruikt wordt.
In Efeze 1 vers 11 woorden beide woorden gebruikt: “God werkt in alles (ta panta) werkt naar de raad van zijn wil.” Dat zijn twee verschillende woorden. Dat is absoluut niet hetzelfde.
En de vraag hier is dus “wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie heeft zijn bedoeling weerstaan?” En nu is het antwoord inderdaad: niemand!
Ja, Gods wil wel, want farao weerstond Gods wil, maar Gods bedoeling niet. Want Gods bedoeling was dat Hij zijn kracht zou tonen en zijn naam zou verbreiden over de hele aarde, juist via farao. En farao zei nee tegen Gods wil. Hij weerstond Gods wil, maar diende juist zo Gods bedoeling!
De vraag is Gods wil te weerstaan? Gods wil is inderdaad te weerstaan. Een mens doet niet anders. Maar als je de vraag stelt: wie heeft zijn bedoeling weerstaan, dan is het antwoord: helemaal niets en niemand. Zelfs een goddeloze als farao, die zich zo uitdrukkelijk verzet tegen Gods wil, dient slechts Gods bedoeling.

De Uitverkiezingsleer  zijn voor vele mensen in ons land begrippen waarmee de stuipen op ‘t lijf worden gejaagd. Dat komt omdat met niet het einddoel van God kent. Men denkt in termen van een eindeloze verdoemenis. Terwijl de Schrift laat zien dat God zich over allen zal ontfermen. Zie Romeinen 11:32; Romeinen 5:18. Dit Bijbelgedeelte is altijd in een bepaald verband gezet, zo van, je moet maar afwachten hoe Hij over ons beschikt. Eeuwige beschikking tot behoud of verdoemenis. Wie zijt gij dat gij God zou tegenspreken. Weet wat dat betekent, als God zich gaat ontfermen dan zal niemand die ontferming kunnen weerstaan, en zal uiteindelijk niemand de ontferming kunnen tegenspreken. En dan zie je verder dat prachtige beeld van de pottenbakker. (Jer. 18 vers 4 Lezen). Als het mislukt wat doet hij dan? Het materiaal is weerbarstig. En die pottenbakker gaat aan het werk. Iemand zei eens: GOD HEEFT GEEN PRULLENBAK. Weet u wat dat betekent? De gangbare uitleg zegt die pottenbakker is wat aan het maken en dan is er een vat dat mislukt is. Afgekeurd, weg ermee. En weet u wat de uitverkiezingsleer zegt. Die gaan in wezen nog een stapje verder die zeggen: God heeft dus bepaalde mensen van eeuwigheid voorbestemd om in de prullenbak te gaan. Dat is het Calvinisme. En nu moet u zich voorstellen dat een pottenbakker vandaag achter zijn draaischijf gaat zitten en voorwerpen gaat maken voor de prullenbak. Geen enkele pottenbakker doet dat. God is anders. “Mislukte de pot die hij bezig was te maken, zoals dat gaat met leem in de hand van de pottebakker, dan maakte hij daarvan weer een andere pot, zoals het de pottenbakker goed dacht te maken” {Jeremis18 vers 4}.  Dat is nou God. God ontfermt zich over de mens, net zolang totdat ook Zijn Naam geschreven staat. God zal niet eerder rusten voordat ook Mijn Naam erop geschreven staat. Dat is de sleutel, want het is Zijn maaksel, en dat kan Hij niet vergeten. En als laatste, wij hebben zo’n verkeerd Godsbeeld ontvangen door de eeuwen heen, dat we Zijn grote ontferming niet meer zien. Hoe is Hij nu werkelijk. God is zo anders. Want uiteindelijk gaat de ontferming winnen. God wint niet door kracht of geweld, maar door barmhartigheid. Die barmhartigheid die wint het. 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

406173 bezoekers sinds 07-06-2010