Tegen hoop op hoop geloofd

09-06-2013 door Dr. K.D. Goverts

En hij heeft tegen hoop op hoop geloofd, dat hij een vader van vele volken zou wor­den, volgens hetgeen gezegd was: Zo zal uw nageslacht zijn” {Rom.4:18}.

‘Tegen hoop op hoop geloofd’. Daar heb je in een paar woorden die belofte, waar Abraham vijfentwin­tig jaar mee bezig geweest is. Abraham heeft zich helemaal één gemaakt met die belofte. En daarom kwam die zoon. Op het laatst was Abra­ham als het ware die belofte. Veel meer was er van Abraham ook niet meer over; de man was in feite op sterven na dood, zijn vrouw trouwens ook. Het enige wat je aan Abraham nog zag, was belofte, verder zag je niet veel meer.

In feite was het feit, dat Abraham daar nog rondliep al een belofte van God. Abraham liep nog rechtop, en niet als een uitgebluste grijsaard. Op een gege­ven moment zeggen de Hethieten van Abraham: “ Luister naar ons, mijn heer, een vorst Gods zijt gij in ons midden”{Gen.23:6}. Dat zeggen nota bene wildvreemde heidenen tegen Abraham, tegen een hon­derd­jarige. Abraham zal er dus bepaald niet hebben bij gelopen als iemand die uitgeteld was. Die belofte komt in Abraham, maar die belofte wordt ook als het ware een deel van Abraham. En Abraham wordt een deel van die belofte. Abraham kón ook niet voortijdig sterven, omdat hij drager was van de belofte. Door de jaren heen bleef die belofte bestaan, en daarom bleef ook Abraham be­staan. Het woord van God bleef overeind, en daarom bleef ook Abra­ham over­eind. “En zonder te verflauwen in het geloof heeft hij opgemerkt, dat zijn eigen lichaam verstorven was, daar hij ongeveer honderd jaar oud was, en dat Sara’s moederschoot was gestorven” {Rom.4:19}.

Abraham heeft in de zichtbare wereld waargenomen, dat er natuurlij­ker­wijs geen zoon meer kon komen. Bij de confrontatie met het zichtba­re krijg je dus de grootste strijd. Het grootste probleem van Abraham was datgene wat hij zag. En iedereen zag natuurlijk ook, dat er geen kin­dertjes meer konden ko­men. Als Abraham en Sarah elkaar aankeken, zul­len ze het ook niet meer zo erg hebben zien zitten.

Bij Abraham komt dan een belangrijk principe tot uiting: het losmaken van de zichtbare werkelijkheid. Ook voor ons is dat een belangrijk prin­cipe. Dat is ook een keuze: ‘zonder te verflauwen’. Abraham heeft heel bewust gekozen om niet te zien op wat voor ogen was. Je ziet bij Abra­ham, dat die keuze, om je los te maken van het zichtbare, eerst totaal moet worden, voordat de zoon kan komen.

Maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd ver­sterkt in zijn geloof en gaf Gode eer in de volle zekerheid, dat Hij bij machte was het­geen Hij beloofd had ook te volbrengen” {Rom.4:20,2}.

Als Paulus hier in de Romeinenbrief heel die geschiedenis en geloofs­strijd van Abraham gaat samenvatten, dan slaat hij al die inzinkingen over. Paulus zegt niet: zo nu en dan twijfelde hij nog wel, soms heeft hij uit ongeloof verkeerde stappen gedaan, nee: niet getwijfeld! En als God dan uiteindelijk de balans opmaakt, dan kijkt God naar je uitein­de­lijke resultaat. Die moeilijke momenten in Abrahams leven, die momenten van twijfel en misschien wel ongeloof, worden niet in de uit­ein­delijke ‘beoordeling’ meegeteld, die worden uitgewist. Niet: de eeu­wige twijfelaar, maar: Geloofsheld! God kijkt waar je naar toe gaat, God kijkt naar dat einddoel.

 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

406064 bezoekers sinds 07-06-2010