Schiep God een chaos

26-05-2010 door Joop Neven

Werd de aarde woest en ledig?
De eerste twee woorden van Gen. 1:2 worden op verschillende manieren vertaald. In het Hebreeuws staat hier: weha’arets hajeta tohoe wabohoe” en de aarde was woest en ledig”. Sommigen willen in tegenstelling tot onze vertalingen weergeven met “en de aarde werd woest en ledig”. Deze vertaling wordt vooral voorgestaan door degenen die de restitutietheorie aanhangen. In de Engelstalige wereld zijn er veel christenen, die deze opvatting aanhangen. Door de bekende Scofield Reference Bible, waarin ze wordt verdedigd, heeft ze een ruime verspreiding gekregen. Ook in Nederland, met name in sommige evangelische kringen, is deze opvatting populair.

Wat houdt deze opvatting in? God heeft de hemel en aarde in Gen. 1:1 als goed geschapen. Na de schepping van hemel en aarde ontstond er echter chaos, doordat één van de engelen in opstand kwam tegen God. In zijn hoogmoed wilde hij aan God gelijk zijn. Zo werd deze engel tot de Satan. Toen hij tot val werd gebracht, werd daardoor de aarde tohoe wabohoe, Hebreeuws voor “woest en ledig”, dat wil zeggen tot een complete chaos.
Als argument voor deze opvatting haalt men ondermeer Jes. 45:18b aan: “Hij is God – die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd (tohoe), heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd..” Hieruit blijkt, zo zegt men, dat God de aarde niet als een tohoe wabohoe heeft geschapen. Eveneens wordt uit Jer. 4:23 en Jes. 34:11, de enige passages, waar deze uitdrukking nog verder voorkomt geconcludeerd dat het hier om een toestand gaat, die het gevolg is van een oordeel van God. Na een periode van chaos, waarvan men niet weet hoelang die heeft geduurd, begon God met het herscheppen van de aarde, hetgeen zes dagen duurde. Vandaar ook de naam “restitutie”, letterlijk Latijn voor herschepping. Daarom wil men het begin van Gen. 1 ook vertalen: de aarde werd woest en ledig.
Binnen deze theorie zijn verschillende variaties mogelijk. Sommigen nemen aan dat de aardlagen zijn ontstaan tussen Gen. 1:1 en 1:2, terwijl weer anderen van mening zijn dat dit pas tijdens de zondvloed heeft plaatsgevonden. Weer anderen laten ruimte voor de evolutietheorie: de aarde is miljoenen jaren geleden ontstaan, maar pas zesduizend jaar geleden door God herschapen. Men neemt dan soms ook aan dat er mensen hebben bestaan voor Adam. Kortom, onder de aanhangers hiervan bestaat op een aantal punten verschil van mening over details. Wordt deze opvatting gesteund door onze kennis van het Bijbels Hebreeuws de grammatica? De vraag is: Moet de werkwoordsvorm hajeta vertaald worden zoals de Statenvertaling en NBG het doen met “was”, of met “werd”? Nu is het helemaal niet zo eenvoudig om daarop een antwoord te geven, zelfs niet voor mensen die goed Hebreeuws kennen, laat staan voor hen die weinig van deze taal afweten.
Wat veel onderzoekers doen om op deze vraag een antwoord te krijgen, is meestal het volgende: Men pakt een Hebreeuwse concordantie, zoekt daarin op waar het woord hajeta in het Oude Testament voorkomt en gaat vervolgens na hoe het in de diverse vertalingen wordt weergegeven. En dan blijkt inderdaad dat men dit woord vaak kan vertalen met “werd“.

In het Hebreeuws kent men twee verschillende “tijden”: een zogenaamd perfectum en een zogenaamd imperfectum. Deze termen heeft men ontleend aan de Latijnse grammatica. Maar de genoemde werkwoordsvormen dekken slechts ten dele de letterlijke betekenis van Latijnse termen. Letterlijk betekent perfectum voltooide tijd. Maar als je een concordantie raadpleegt, zie je dat zo’n perfectum-vorm (zoals ook hajeta) in de vertalingen zowel met een tegenwoordige, als met een verleden of als ook met een voltooid verleden tijd vertaald kan worden. En dat geldt ook voor een imperfectumvorm. Die wordt zowel met een tegenwoordige als met een toekomende tijd vertaald worden. Voor een deel overlappen ze elkaar dus. En wanneer ook nog in bepaalde gevallen een perfectum met een toekomende tijd vertaald kan worden en een imperfectum met een verleden tijd, dan lijkt de verwarring helemaal compleet.
Daarom willen sommige grammatici de termen perfectum en imperfectum vervangen door meer geschikte termen.
Er bestaan binnen de Hebreeuwse taalwetenschap heel veel verschillende theorieën over de precieze verschillen tussen perfectum en imperfectum.
Nu moet je uit het bovenstaande niet het idee krijgen dat de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament daarom onmogelijk te vertalen is. Uit de context is vaak duidelijk hoe vertaald moet worden. Niemand vertaalt Gen. 1:1 met: “In den beginne zal God de hemel en de aarde scheppen.” Alleen in bepaalde gevallen, zoals in Gen. 1:2, kan het problemen opleveren.
Daarom kunnen we de vraag of hajeta in Gen. 1:2 met “werd” of “is geworden” vertaald mag worden, beter vanuit een ander gezichtspunt benaderen. Wat is het doel van Gen. 1:2? Is hier sprake van een opeenvolging van gebeurtenissen of niet? Welke relatie bestaat er tussen Gen. 1:2 en het voorafgaande vers en het er opvolgende vers. Als we die vraag beantwoord hebben, dan kun je ook vaststellen, hoe het vertaald moet worde
Men kan Gen.1:2 dus beter niet vertalen met “werd”. Maar spreekt deze grammaticale analyse van Gen. 1:2 dan de restitutietheorie tegen? Hierin moeten we voorzichtig zijn. Als vers 2 verbonden moet worden met vers 3 en daar dus iets aanvullend over zegt, dan betekent dat niet dat er geen tijdsperiode kan zijn geweest tussen Gen. 1:1 en 1:2. Hooguit kan men zeggen dat de bijbeltekst daarover geen uitspraak doet, pro noch contra. Wel is het zo, dat als de tekst dit echt bedoeld zou hebben, men voor een andere werkwoordsvorm zou hebben gekozen. De vraag blijft natuurlijk wel staan hoe men de uitdrukking tohoe wabohoe moet vertalen.

Een andere benadering voor “Woest en ledig”

“De aarde nu was woest en ledig” Gen.1:2.

Woest en ledig – tohuwabohu.

Ordeloos en vormeloos.

Het moet nog vorm krijgen. Het is nog in staat van wording, van ge­bo­­ren worden. Je zou haast kunnen vertalen:

“En wat de aarde betreft, zij was woest en ledig”

Ook moet je denken aan de tekst uit Romeinen 9 vers 21 “Of heeft de pottenbakker niet de vrije beschikking over het leem om uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol, het andere tot allerdaags gebruik”? Of lees deze tekst  ook eens; Jesaja 29 vers 16. “…….of moet de boetseerder op één lijn gesteld worden met het leem, zodat het maaksel van zijn maker zou kunnen zeggen: Hij heeft mij niet gemaakt? en het boetseersel van zijn boetseerder: Hij heeft geen verstand?

God is begonnen met woest en ledigheid, daarna is Hij voordurend bezig om Zijn schepping tot volmaking te brengen. Voor ons lijkt het of het woest en ledig is, maar God gaat er iets moois van maken. God gaat vorm geven wat vormeloos is. Met welk doel heeft God de hemel en de aarde gemaakt, spe­ci­aal die aarde: niet om woest en ledig te zijn, maar om te be­woond te worden. Let­terlijk: om daar te zitten. Woest en ledig is een toestand vorm, zoals een pottenbakker een klomp klei op zijn draaitafel legt, zo begint de pottenbakker aan zijn werkstuk, voor de pottenbakker is de klomp klei niet “woest en ledig” maar juist een begin om iets te maken. Zo is het bij God “woest en ledig” geen chaos, maar een begin om iets volmaaks te scheppen.

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

406064 bezoekers sinds 07-06-2010