Samuël, Sjemu’el, de naam van God

28-04-2019 door Dr. K.D. Goverts

“Daar waren priesters des HEREN, de beide zonen van Eli, Chofni en Pine­chas”  {1 Sam.1:3}.

 Eli is hier priester. Ook de zonen vervullen daar het priesterschap. Een priester is er om te bemiddelen tussen God en mens. Een pries­ter is eigenlijk naar het Hebreeuwse woord Cohen een wederoprichter. In het Frans wordt wel gezegd: een reparateur. Hij is bezig met de tikkun, met de we­der­oprichting van alle dingen. Die twee priesters staan daar hun dienst te verrichten, alleen maken ze er niet veel van! Merkwaardi­ger­wijs hebben de­ze twee priesters Egyp­tische namen.

Chofni = kikker.

Pinechas = donkerheid.

Daar lopen dus rond: kikker en donkerheid. Hierbij denk je terug aan die tien slagen van Egypte. Die twee jongens zijn dus in feite Egyp­tische pla­gen. In Silo komt het volk dus opnieuw in Egyptische slavernij. Wel uitge­leid uit Egypte, maar toch in Egyptische toestanden, terug naar af. Terug naar het land van Abraham. Straks krijg je in dit verhaal de geboorte van Samuël. Nu betekent Sje­mu’el, de naam van God. Tegenover kikker en don­ker­heid komt daar de naam van de Eeuwige. Door de naam van God wordt het volk straks uitgeleid uit die Egyp­tische toestanden. Dat is het hele thema van dit boek: mensen, er komt een nieuwe tijd! Vanouds wordt dit boek dan ook genoemd naar deze hoofdpersoon: Sjemu’el. Dat is de naam die overblijft: de naam van God.

De tijd gaat voorbij,

het verleden wordt heden.

Maar wat blijft

is de naam van God.

Eén deel met verdriet in zijn ogen

“En de dag geschiedde, dat Elkana slachtte, dan gaf hij aan zijn vrouw Peninna en aan al haar zonen en dochters ieder een deel, maar aan Hannah gaf hij een dubbel deel, want hij had Hannah lief” {1 Sam.1:4-5}. Dit is voor de vertalers één van de moeilijkste teksten van het boek Sa­muël, dat ‘dubbele deel’. Voor ‘dubbel deel’ staat letterlijk:

Eén deel (apa­jim)”.

Letterlijk:  “Eén deel met toorn”.

Ze hebben het dus maar vertaald met: een dubbel deel. Zo vanuit het idee: ze hielden zoveel van elkaar, Elkana wou Hannah een beet­je troos­ten en zei: hier, een extra stuk voor jou. Maar, een paar verzen verder staat, dat Hannah niet at. Die extra biefstuk was nou niet zo’n trak­ta­tie voor Han­nah. De pijn en het verdriet van Han­nah wordt de kern van heel het ver­haal, want dat zijn ook de tranen van Is­raël. Dat zijn de tranen van de balling­schap. “Eén deel met toorn” (= apajim) staat er letterlijk. Buber vertaalt: “Han­nah kon hij maar één deel geven, mit Kummerblick”.  Een deel met toorn, met toorn in zijn ogen, met verdriet in zijn ogen.  Hij had het zo graag anders gezien. Peninnah en haar kinderen een hele serie ‘delen’, voor Hannah maar één deel. Hij geeft dat ene deel aan Han­nah met een gevoel van verbolgen­heid. Elkana heeft als het ware een gevoel van onmacht: waarom heeft mijn lief­ste nu toch geen kinde­ren. Juist vanuit die onmacht is hij boos: dit is toch niet rechtvaar­dig! ‘Een dubbel deel’ is dus beslist een verkeerde ver­taling. De vertalers zijn ervan uitgegaan: apajim is een woord in de twee­voudsvorm (im). Het eindigt op een tweevouds-vorm, dus dat be­tekent dan een dub­bel deel (zo dacht men). Alle woorden op ajim dui­den op twee, vandaar! Wel­licht ook met de ge­dachte: hij gaf aan Hanna één deel, twee keer. Ver­moe­delijk heb­ben de ver­talers verondersteld, dat de tekst hier een beetje ‘bedor­ven’ was, zoals dat dan wordt gezegd. Een soort schrijf­fout misschien. Zo zeggen de commentaren dat dan vaak: “de tekst is bedorven”.

 “Hoewel de HERE haar moederschoot had toegesloten” {1 Sam.1:5}. Hoewel staat er niet – gewoon: en. Rèchem betekent moederschoot.

Sluit God de moederschoot toe?

 “Hoewel de HERE haar moederschoot had toegesloten” {1 Sam.1:6}.

En dan vraag je je af: sluit God moederschoten toe? Moet je soms zeggen, dat is: Oudtestamentisch? Maar dat is een nogal goed­­­kope oplossing. Het staat er zelfs twee keer. Dat maakt het hele­maal frap­perend. Er staat trou­wens HERE, dat is de verbondsnaam: Adonai, JHWH. Als er nu nog ge­woon ‘God’ had gestaan! Een sleutel tot het verstaan van deze tekst is: we hebben hier te ma­ken met een profe­tisch boek. Je mag dit dus niet lezen als een medisch of biologisch rap­port. Dan ga je levensgevaarlijke dingen doen. Zeker, als je daar ook nog algemene waarheden uit gaat afleiden. De Bijbel dòet niet in algemene waarheden. “De Bijbel spreekt over het bijzondere, niet over het algemene”. (Miskotte). En de God van Israël is een allerbij­zon­der­ste God. Hij is niet de God van het algemene. Je kunt de spo­ren van God niet zomaar in het al­gemeen in de geschiedenis vin­den. Als je zegt: daar heeft God de hand in, dan dreigt het in vele geval­len te gaan ram­melen.

God is niet de ‘Algemene God’.

Ja, de een wordt in Wassenaar geboren, de ander in Ruanda. Maar dat ‘be­stiert’ God niet. Dan ga je van God weer het ‘Opperwezen’ uit de acht­tien­de eeuw maken. God bepaalt niet welke moederschoot er open­gaat en wel­ke moederschoot toegesloten wordt. De we­reld­ge­schiedenis die loopt en loopt maar. Op een gegeven ogenblik komt God erIN. “God is de alfa en de omega, maar Hij is niet het hele alfabet”. God komt IN de geschiedenis met ZIJN ge­schie­denis. Stel je voor, dat je 1 Samuël gaat hanteren in een pastoraal gesprek. Als er een verdrietig echtpaar komt, waar geen kinderen komen. Je kunt dan niet zeggen: dat heeft de Here zo beschikt, Hij heeft jouw moederschoot toege­sloten.  Maar…, het gaat erom, dat dit een profetisch ver­haal is. Hannah beeldt Israël uit. God sluit hier het natuurlijke toe, om het bo­venna­tuurlijke te openen. Peninna staat daar als het ware in de lijn van de gojim, in de lijn van de volkeren. Die volkeren zijn altijd heel vruchtbaar. Dat zie je in Ge­nesis ook al. Bij het volk van God lijkt het wel of ze steeds weer van­uit een ge­sloten situatie komen: Sarah: geen kin­deren. Rebekka: geen kinderen, Ra­chel: geen kinderen. Steeds weer die onmogelijkheid. Op aarde is het on­mo­ge­lijk.

En dan zie je de lijn tot in het Johannes-evangelie: “Die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn”  {Joh.1:13}.

Als er een volk van God wordt verwekt, wordt het van boven ge­bo­ren.

Uit het boek: Saul en David

Auteur: K.D. Goverts.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

God beheert zijn geheimenissen

Wij leven in chaotische tijden, waar mensen massaal op de vlucht slaan voor oorlog en onderdrukking, en waar mensen geen uitzicht meer hebben geen zich meer hebben om verder te leven. Er wordt ons altijd voorgespiegeld dat deze wereld hier de werkelijkheid is. Maar Paulus zegt: dit is nou de God dezer eeuw. Er is […]

518657 bezoekers sinds 07-06-2010