Romeinen 11

26-05-2010 door Joop Neven

Spreekbeurt gehouden op 9 februari 2008 in de Vrije Evangelische Gemeente te Zeist.

God en de mens worden beide verheerlijkt door de geest, waarvan de olijf het symbool is. Dat is het grote onderwerp in Romeinen 11 – Gods heerlijkheid. Door de olijfboom wordt Gods Naam op grootse wijze onder de natiën verhoogd. Het gaat in Rom.11 over de natiën, niet om het individu. Als Israëls ongeloof, gezien in de context, de rijke zegen aan de wereld bracht hoe veel te meer zal de volkeren dan niet gezegend worden wanneer Israël wordt gezegend!

De olijfboom is het beeld van Israël. En zelfs nu zijn zij de wortel en stam en een paar van de takken. Alle goddelijk licht kwam via hen. De Heer zei tot Zijn discipelen: “Jullie zijn het licht van de wereld”{Matt. 5:14}Aan de Jood waren de woorden van God toevertrouwd (Rom. 3:2). Dat is het uitgangspunt voor Romeinen 11. Daar gaat het om natiën, niet om het individu. Weet u, in dit tijdperk waarin wij leven bevat vele unieke zegeningen voor de natiën, er is spijtig genoeg één nadeel, en dat is dat Gods beloften voor Israël tijdelijk opgeschort zijn. Zelfs vandaag, ondanks het feit dat ze een politieke staat gevestigd hebben in het Midden-Oosten, is het volk van Israël verdeeld, verstrooid over de hele wereld, ver verwijderd van het genieten van de zegeningen die aan Abraham, Isaäk en Jacob waren beloofd. God goedheid heeft Hij getoond aan de natiën, door hen hun overtredingen niet aan te rekenen en hen gezamenlijk met Israël deelgenoot te maken in de verzoening, hoeveel te meer zal Hij dan in de komende aioon Zijn goedheid uitstorten over Israël, hen zegenende en hen tot een zegen makend voor alle volken op de Aarde! Dit is hun plaats. Maar boven alles is de olijfboom een les van hoop en verwachting. Ter eerste zit ze vol met zekerheden voor Israëls toekomst. Maar dieper en in wezen is ze rijk in het laten zien van het karakter van God, Die bij machte is dat te bereiken wat Hij Zich ten doen had gesteld. Nadenken over Rom. 11 betekent meteen nadenken over iets voor mij onbekend is, omdat ik geen fruitkweker ben. In Rom. 11 gebruikt Paulus het beeld van het enten van wilde loten op de olijfboom. Eigenlijk moet je weten wat voor entmethode in die tijd werden toegepast door olijvenkwekers. Volgens de kenners was het “tegennatuurlijk enten” van de wilde loten op de olijfboon in die tijd geen algemeen gebruik. Bij deze methode werden enkele takken weggebroken en in hun plaatst de wilde loten bevestigd. Een andere, meer algemene entmethode was, dat álle takken werden verwijderd wanneer de olijfboom ophield vrucht te dragen. Wilde loten werden dan rechtstreeks op de saprijke wortels of worteltronk geënt. Het eerste wat opvalt is, dat Paulus de nadruk legt op de “saprijke wortel”, waar de “wilde loten” rechtstreeks deel aan hebben. Daar mogen de wilde loten, uit de volken zich niet op beroemen. “Niet gij draagt de wortel, maar de wortel u” De saprijke wortel is in het beeld van Paulus van grote betekenis. De gehele olijfboom, de stam, takken én wortelgestel, stelt het volk Israël voor. De aartsvaders Abraham, Isaäk en Jacob vormen het wortelgestel. Uit hen is het volk Israël voortgekomen, de stam en de kroon van takken. Hosea 14 vers 7 spreekt daar prachtig over. “Zijn loten zullen uitlopen; zijn pracht zal zijn als die van een olijfboom en zijn geur als die van de Libanon”.  Jer.11 vers 6: “Een groene olijf, schoon van prachtige vrucht, heeft de Here u genoemd”. Israël wederaanneming, als een olijfboom in volle pracht, zal zijn “een leven uit de doden. {Rom.11 vers 15}. Israël is gestruikeld, opdat het heil tot de volkeren zou kunnen gaan. De gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, “totdat de volheid der heidenen zal zijn ingegaan’ Het is de bekendmaking van het geheimenis waarvan Paulus spreekt in Romeinen 11 vers 25 en 26. “opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn” Paulus wil de Joden en heidenen “niet onkundig laten van dit geheimenis, een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal gans Israël behouden worden..” Israéls volheid, de olijfboom in volle pracht, zal ook voor de volkeren een “leven uit de doden” worden. De wilde loten moeten de groei van de olijfboom stimuleren. “Prikkelen”, tot meer groei en vruchtbaarheid. In een meer beeldende taal gezegd “Israël tot jaloersheid prikkelen” Het geheel zal een groei van de wilde loten, geënt op de saprijke wortels, dat geheel zal omhoog schieten. De loten van de wilde olijfboom wordt meestal niet op de stam of takken geënt, maar op de saprijke wortels. Op het wortelgestel, dat als beeld de aartsvaders Abraham, Isaäk en Jacob voorstellen. De gelovige uit de volken hebben daardoor rechtstreeks deel aan de belofte aan Abraham gedaan. “In u zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden”. Weet je, de hele Bijbel, van Genesis tot Openbaring, is de weg van schepping naar voltooiing. Dat komt prachtig tot uiting in het beeld dat Paulus maakt van het enten van wilde loten op de saprijke wortels van de tamme olijfboom. De wilde loten mogen zich niet gaan beroemen, nu ze rechtstreeks deel hebben aan de saprijke wortels. Immers “niet gij draagt de wortel, maar de wortel u”. De tamme takken zijn weggebroken vanwege ongeloof, terwijl van de wilde loten wordt gezegd: “Gij staat door geloof” . De niet Joden worden gerechtvaardigd door het geloof van Abraham. Het is hun toegerekend “om niet” Abraham gaf God de eer in de volle zekerheid dat Hij bij machte was hetgeen Hij beloofd had ook te volbrengen {Rom.3 en 4}. Abraham geloofde God “Die de doden levend maakt en het niet-zijnde tot aanzijn roept” Hij heeft tegen hoop op hoop geloofd, dat hij een vader van vele volken zou worden. Ondanks dat hij op hoge leeftijd was geloofde hij opnieuw: Uit de dood het leven!. Het beeld dat Paulus maakt van het enten van wilde loten rechtstreeks op de saprijke wortels, dan zegt hij: `Wees niet hoogmoedig, maar vrees, opdat ook gij niet weggekapt wordt. En dan komt het weer: God is immers bij machte, zoals in Rom. 4 vers 21 gezegd wordt, hen, de afgebroken tamme takken, opnieuw te enten. Zij worden naar hun natuur, op hun eigen olijf geënt. Rom. 11 vers 23,24. Hier hebt je weer die uitzonderlijke methode, een entmethode die in strijd is met de toenmalige entmethode! Want, de afgebroken tamme takken sterven AF en kunnen door de olijfkweker niet meer gebruikt worden. Ze zijn “verstorven”, maar God, Die de doden opwekt en levend maakt, is bij machte hen opnieuw te enten op hun eigen olijf! Zo staat in Rom.11 het geheimenis, aan Paulus geopenbaard, in het teken van de voltooiing van de schepping. Namelijk: De God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jacob, de God van Israël, is geen God van doden, maar van lévenden. Alle geslachten der aarde zullen gezegend worden, zegt Gen 18 vers 19. Dit is een schitterende belofte. Door de gerechtigheid van het geloof is Abraham de erfgenaam der wereld zegt Rom. 4 vers 13. Al de volkeren zullen de God van Abraham leren kennen. De nieuwe naam die hij dan krijgt, heeft te maken met een nieuwe bestemming. Zo krijgt de betekenis van de naam “ Abraham”, vader van een menigte of hogere vader een prachtige uitwerking. Abraham heeft zich ontdaan van Abram. In zekere zin was Abraham een nieuwe schepping. Op het moment dat Abram een andere naam krijgt, staat de wereld er anders voor. De wereld beseft dat niet, en dat is vaak zo, er gebeuren dingen in het verborgene, die de wereld veranderen. Wat hebben al die volken ervan geweten, dat God zijn Torah gaf op de berg Sinaï . Zo heeft het overgrote deel van de wereld niet geweten wat er gebeurde, toen de Messias aan  het kruis ging. En toch daar werd de wereld veranderd. De mens Jezus, de ware Jood, was het lévende hart van de Torah. In de wet staat: “want wie de wet doet, zal leven en niet sterven”. En als er Een is die de Wet volbracht heeft, dan is het de Here Jezus Christus. Daarom zegt Paulus ook, ‘Hij is buiten de wet om gestorven” Jezus, heeft Zijn lichaam beschikbaar gesteld in dienst van God, om Gods wil te volbrengen en Zijn Koningschap  wáár te maken. Maar wie als rechtvaardige leeft, naar de richtlijnen van de Torah, wordt uit de weg geruimd, tot slachtoffer gemaakt. Elie Wiesel zei in zijn indrukwekkende boek “Dag”: “In deze wereld is het nu eenmaal zo dat niet de beulen maar hun slachtoffers gebukt gaan onder schaamte”. Een omgekeerde dwaze wereld. Wie de Thora doet zal leven, zegt God, nee, zegt de mens, die Rechtvaardige zal sterven. Zoals ook in Ps.44 waar van het volk Israël gezegd wordt: Waarlijk, om Uwentwil worden wij de gansen dag gedood, wij worden gerekend als slachtschapen.”. Hoeveel te meer geldt dit die Ene Rechtvaardige, de ware Israëliet, de mens Jezus. Door mensen tot slachtoffer gemaakt en uit de weg geruimd, maar God heeft Hem, door “de werking van de sterkte van Zijn macht” uit de doden opgewekt { Ef.1 vers 19-23}. God heeft de Zoon van Zijn liefde, DE Zoon van Israël, tot Heer en Messias gemaakt. En dan zegt Handelingen 2 vers 36: Dus moet ook het ganse huis Israël zeker weten, dat God Hem én tot Here én tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus, die GIJ gekruisigd hebt”. Het is geen ‘genoegdoeningsoffer, maar God, de Vader, heeft van dit heilsgeheim een verzoening gemaakt door Hem uit de doden op de wekken en Hem de Naam te geven welke is boven alle naam. { Fillp.2 vers 5-11}. Dat is het geheim van de wereldgeschiedenis. Hierin is de wereld veranderd, zonder dat het nog zichtbaar is. In Gods Zoon hebben wij de verlossing. Het is opvallend dat voor verlossing een sterk woord gebruikt, niet lutrosis, maar apolutrosis, d.w.z volkomen verlossing. Het betekent letterlijk “vrijkoping”. We zijn bevrijd, vrijgekocht, uit de macht der duisternis. De prijs is betaald, niet aan God, maar aan de macht die ons gevangen hield. Een losprijs wordt betaald aan diegene die gevangen houdt zie Openb.5 vers 9. “Gij hebt {hen} VOOR God gekocht met uw bloed”. Alleen door te sterven kon Christus opstaan en daarmee de dood overwinnen. Door de prijs te betalen{ “de dood, ja, de dood van het kruis”} kon de macht van de dood en daarmee ook die van de zonde worden gebroken. Sinds de steen is weggewenteld kunnen we vrijuit gaan! Hoewel onze bevrijding nog onvolkomen is {we zien immers nog reikhalzend uit naar de verlossing Rom.8 vers 23} spreekt Paulus toch over die verlossing als een voldongen feit. Het staat vast, dat God zal voltooien wat Hij is begonnen. Die Hij tevoren heeft bestemd, die heeft Hij ook geroepen; en die Hij heeft geroepen, die heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij heeft gerechtvaardigd, die heeft Hij ook verheerlijkt {Rom.8 vers 30}. God heeft zich kenbaar gemaakt in die Ene Rechtvaardige, de Zoon van Israël, Die tot Zijn Vader sprak: En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in u, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat Gij M ij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt” {Joh.17: 20-23}. De verhoring van dit gebed zal, hoe kan het ook anders, voor de totale schepping, een leven uit de doden worden:  “ De genadegaven en roeping Gods zijn onberouwelijk. { Rom.11 vers 29-32}. “Genade gaven en roeping”. Je kunt deze tekst niet zomaar toepassen op de individuele gelovige. In Rom. 11 waar het over de genadegaven en roeping gaat, dat staat in verband met Israël. Het gaat hier over de genadegaven en roeping van het volk Israël. En wat die genade gaven zijn lezen we in Rom. 9 vers 4 “aanneming tot zonen, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften. Dat is onberouwelijk, dat zal nooit naar enig ander volk of gemeente gaan. Paulus zegt in Rom.11 met een loftrompet, “ O diepte van rijkdom, van wijsheid en kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk Zijn wegen. Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in de eeuwen der eeuwen! Amen” {Rom.11 vers 33-36}.

De bestemming van allen is dat zij komen, en éénsgezind zich verheugen in Hem die hen altijd heeft liefgehad, en weet u, alleen al daarom is Hij het waard om alle lof te ontvangen.”Alle volken, die Gij gemaakt hebt, zullen komen en zich viir U nederbuigen, O Here, en uw naam eren” {Ps.86 vers 9}. “alles is uit God” – alle macht, alle wijsheid, alle liefde. Het is zo belangrijk, wat er gezegd wordt in Rom.11, dat wortelgestel van de olijfboom. Jesaja 55 vers 8-13 geeft een prachtige omschrijving. De saprijke wortel haalt de voeding uit de aarde. “ Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel nederdaalt en daarheen niet weerkeert, maar doorvochtigt eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter, alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij  wederkeren”  Het is die voedingbodem, de “ doorvochtige aarde” waaruit de saprijke wortels van de olijfboom haar voeding haalt en tot haar “ volle uitbreiding” komt. “ Zijn pracht zal zijn als die van een olijfboom { Hos.14 vers 7}. Menigeen vraagt zich af, waar gaat het naar toe? Israël op weg, ja waar naar toe?  Reeds voordat Israël het beloofde land binnentrok, werd voorzegd dat zij ooit om hun ongeloof het land zouden moeten verlaten en verstrooid zouden worden onder alle volken. Maar… er zou ook een moment komen dat ze temidden van de volken zich zouden bekeren tot de Here, en  dat Hij dan tot hen zou weerkeren om hen terug te brengen naar het land van hun vaderen. De huidige Joodse staat, is een eigenmachtig vooruitgrijpen op deze belofte. Weliswaar in overeenstemming met de profetie, maar beslist niet de vervulling van Gods belofte. Torah-gelovige rabbijnen waarschuwen reeds van oudsher, voor het debacle waarin dit mensenwerk zal eindigen.
Maar wanneer Israël via het beloofde traject zal terugkeren naar het land, zal God “de voorhuid van hun harten besnijden”, d.w.z. de bedekking daarvan wegnemen. Men zal oog in oog komen te staan met de Messias van Israël, de Redder der wereld en Hem ontdekken in hun eigen Tenach.
Dit beloofde nationale herstel (na de tijd van “de verborgen dingen”…) zal niet anders wezen “dan LEVEN uit de doden!” In Prediker staat “alle rivieren stromen naar zee” Die rivier begint ergens, misschien als gletsjer vanaf de bergen. Waar gaat die rivier naar toe? Dat is duidelijk naar zee. Geen twijfel mogelijk. De rivier is op weg naar dat doel. God is op weg met het Plan der eeuwen. Het is een troost om dat vast te houden. Je weet, Israël is op weg  naar God, om één te worden met Hem.”Wanneer gij door het water trekt, ben Ik met u: gaat gij door rivieren, zij zullen u niet wegspoelen; als gij door het vuur gaat, zult gij niet verteren en zal de vlam u niet verbranden”{Jes.43 vers 1,2}. Dat is zo mooi, “de rivier kent de oceaan”. Ten diepste kent de schepping Zijn Schepper, ten diepste kent het volk Israël zijn Koning, en als de bedekking van de ogen van het volk Israël weggevallen zijn, Dan zullen zij opzien naar hem die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht houden, zoals men die houdt over de enige zoon’ (Zach.12:10). Het volk Israël zal nog heel wat moeten doorstaan, het oordeel, de gerichten, de wraak van God, maar één ding staat vast, alles staat in dienst van de voltooiing. De woorden “wraak” en “vergelden” zijn helemaal uit zijn verband getrokken. De “wraak” van God is “het herstel van de verhoudingen in de gemeenschap met God”. God zegt niet; Ik zal je betaald zetten, maar Ik zal betalen. De betekenis van het woord “vergelden is: ”tot vrede brengen, heel maken”{Hebr: selem, is herstel van toegebrachte schade}. Zo zien we in de Hebreeuwse woorden het ware karakter van de liefhebbende Vader te voorschijn komen. Hij is het die het verlorene zoek, net zolang totdat Hij iedereen gevonden heeft. Zo gaat Israël, zo gaan de volkeren, zo gaat de Gemeente het Lichaam van Christus, die Hij gebruikt om de rest van Zijn Schepping thuis te brengen, op weg naar God Zelf. De stroom van de rivier wordt niet vastgehouden, maar vloeit door. “ alle rivieren stromen naar de zee” Weet u wat de zekerheid is, op weg naar de toekomst? De zekerheid is, Hij er al is, Hij is al bij het eindpunt. Hij is met ons begonnen, en zijn genade zal nooit van wijken weten. “Heeft God Zijn volk verstoten? Volstrekt niet!” Zegt Rom.11 vers1 Het christendom men te moeten zeggen dat ze het geestelijke Israël zijn, ons dat willen aanpraten, maar zal onze ontrouw, Zijn trouw teniet doen? Nee, “Want de genade gaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk”

In deze hoop leven we verder, met al zijn moeilijkheden en ziektes en ongerechtigheden etc. Tot zolang is ons dank gebed.

Dank, dat u niet verlaat wat uw hand begon,

O, levensbron

Dank voor uw bijstand, voor nu en in de toekomst.

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391735 bezoekers sinds 07-06-2010