Psalmenoproer

28-05-2010 door Huib Neven

In het afgelopen jaar zijn er twee romans geschreven die een paar lelijke kanten van het protestantisme laten zien: Knielen op een bed violen van Jan Siebelink en Het psalmenoproer van Maarten ’t Hart. Volgens mij heeft niemand het eerste boek niet gelezen en is het in elke leesgroep onderwerp van gesprek geweest. Daar wil ik het dus niet over hebben. Wel over het tweede boek.

Maarten ’t Hart gebruikt voor deze roman een historische gebeurtenis uit zijn geboortestad Maassluis. Wat is er aan de hand? Nadat tijdenlang gebruik gemaakt is van de psalmenberijming van Petrus Datheen, ziet in 1773 een nieuwe Psalmberijming het licht. Nu weten we dat op een grens van oud naar nieuw altijd wel ergens geharrewar ontstaat, maar in het Maassluis van de 18e eeuw maakten ze het wel erg bont. Het ging daar nog niet eens zo zeer om de invoering van een nieuwe berijming, maar om iets wat veel en veel erger was. De kerkenraad wilde – stel je voor – overgaan tot het hanteren van een andere zangwijze. Kijk, als er inhoudelijk iets verandert aan de berijming is dat tot daar aan toe, maar vlugger of anders gaan zingen… dat pikten ze daar in Maassluis niet. Grote onenigheid. Bedreigingen en mishandelingen over en weer, de blinde organist wordt gemolesteerd, kerkbestuurders worden in elkaar geslagen, bij een ouderling gaan de ruiten aan diggelen, spektakel tijdens de kerkdienst waar de ene helft van de gemeente de korte en de andere helft lange zangwijze brult. Zelfs de baljuw van Delft komt eraan te pas en weet maar net het vege lijf te redden als een woedende menigte hem een (zang)lesje wil leren. Uiteindelijk wordt Stadhouder Prins Willem V erbij betrokken. Kortom, oproer in de stad vanwege het zingen in de kerk. Dit alles was voor de orgelcommissie van de Groote of Nieuwe Kerk van Maassluis aanleiding om op 10 februari jl. een middag te organiseren onder de titel “Psalmzingen met Maarten ’t Hart”. Samen met een vriend erop af natuurlijk. In onze onnozelheid dachten we daar een handjevol mensen te treffen. Wie loopt er nog warm voor het zingen van psalmen? Tot onze verbazing zat de kerk stampvol. We vonden in een hoekje van de kerk nog een achterafbankje, waarop we niettemin een prachtige middag beleefden.

De kerkmusicus Arie Eikelboom leidde ons op uiterst bezielende wijze door vier eeuwen psalmgezang heen. We begonnen bij Calvijn. Die liet voor het eerst de psalmen berijmen en zingen op een verrassend vloeiend ritme. In de ruimte die er in de kerk nog over was, liet Arie zien dat je daarop zwierig kon flaneren. In Nederland ging dat psalmzingen direct al anders, want, aldus Eikelboom, in die tijd stond vroom gelijk aan zwart, langzaam en hard. Petrus Datheen maakte in korte tijd een berijming van alle psalmen. Die werden in ieder geval niet zo “ritmisch” gezongen als bij Calvijn. We zongen psalm 130. Elke noot duurde tien seconden. “Je moet die toon veroveren”, instrureerde onze leider, “en dan moet je de toon in je mond kauwen en een beetje sissen voordat je als een vesting de volgende noot neemt. En vooral hard…”.  Eén couplet duurde twaalf minuten!

Rond 1773 besloot men anders te gaan zingen. Alleen de eerste en de laatste noot van een regel zouden die tien seconden krijgen, de tussenliggende noten gingen twee keer zo snel, vijf seconden dus. De organist produceerde na elke regel een tierelantijntje, wat de voorzanger de gelegenheid gaf de volgende zin te reciteren. We hadden nu tien minuten nodig om psalm 68: 17 te zingen. Van de lange naar de korte zangtrant, daar ging het oproer in Maassluis over. Men sloeg de boel kort en klein vanwege zegge en schrijve twee minuten per couplet. Het was een indrukwekkende ervaring om die verschillende zangwijzen met zoveel mensen te beoefenen, zeker toen ook wij de lange en de korte zang tegen elkaar in galmden. We zongen verder nog in de trant van Feike Asma, die jarenlang het prachtige Garrelsorgel van deze kerk bespeelde: Een lang voorspel voerde ons stap voor stap naar de hoge toon van psalm 138, en of dat nog niet genoeg was, deed  een tussenspel ons stijgen naar de top van ’s HEEREN majesteit, die redding geeft als ’s vijands gramschap brandt. U kent die oude berijming vast nog wel. Ik zong hem tenminste uit mijn hoofd en volle borst mee. We eindigden met psalm 87 op de manier van nu: in een goed tempo, het orgel in een bescheiden begeleidende rol, met een niet te lang voorspel en zonder tussen- en naspel.

Voor mij vooralsnog de beste zangtrant, al zal ik er geen oproer voor ontketenen.

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410642 bezoekers sinds 07-06-2010