Psalm 8

22-07-2012 door Joop Neven

Spreekbeurt gehouden op 22 juli 2012 in de Vrije Evangelische Gemeente te Zeist

Vers 1 begint al goed “O Here, onze Here, hoe heerlijk is uw naam  op de gande aarde, Gij die, die uw majestiet toont aan de hemel”. Kijken naar de natuur maakt je klein, soms ook bang en kan je een gevoel van eenzaamheid geven.
De aanblik van de immense sterrenhemel brengt David tot de vraag: zou de Schepper mij, nietig mensje, wel kennen. Psalm 8 is een blij lied, een loflied. Hoe zit dat?

Weet u wat het geheim is? Het geheim is dat de dichter niet zomaar naar de sterren kijkt, maar dat hij dat als gelovige doet. De man hier onder de sterrenhemel staat is iemand weet heeft van de naam van God. En daar begint de Psalm dan ook mee, met een lofzang op de Naam van God. ‘Heer, onze HEER, hoe machtig is uw Naam op heel de aarde.’

De Naam van God. Welke naam is dat? Dat is de Naam waarmee God zich ooit aan Mozes bekend maakte: JHWH. De naam betekent: Ik zal er zijn, altijd. En wat zegt David nu van die Naam? Hij zegt: Hoe machtig is uw naam op heel de aarde; U toont aan de hemel uw majesteit.

Met andere woorden: de Naam van God –HERE- is indrukwekkender dan het heelal. Terwijl je van de sterrenhemel –of van de zee of de bergen- soms bang kunt worden, word je dat van de Naam van God nooit. Want de sterrenhemel vertelt je: je bent maar zo klein, denk je dat je het waard bent dat God aan je denkt? Maar de Naam van God vertelt je: Ik zal er zijn. Ik kijk naar je om, Ik denk aan je, Ik vergeet je nooit, Ik heb aandacht voor het kleinste detail van je leven. En die Naam is groter dan de maan en de sterren. Die Naam is heerlijk op heel de aarde en ‘boven de hemelen’ zoals een vertaling luidt.

En wat er dus gebeurt is dit: omdat David de Naam van God kent, gaat hij anders naar de wereld kijken.

Als je de commentaren van deze Psalm er op naslaat, dan merk je dat het veel hoofdbrekens gekost heeft om een goede vertaling te krijgen. Dat blijkt al uit de opschriften boven de psalm. {al staan de opschriften niet in de grondtekst} De S.T zegt: “Verheffing van Gods majesteit” en de N.B.G vertaling zet er boven: “ De mens, kroon van Gods schepping”. Waar ligt het zwaartepunt, bij God, of bij de mens. Het gaat natuurlijk over de Messias, maar het gaat wel degelijk ook over mens. Hoe wordt hier dan over God gesproken, over de mens? Hoe wordt hier over de hemel en aarde gesproken. Weet U, laten we eerlijk zijn wie de Messias niet herkent in deze Psalm mist de clou. Onze Heiland Zelf betrekt deze Psalm op Zichzelf {Matth.21 vers 16 } en ook in 1 Kor.15 vers 27 en Hebr. 2 vers 6-7 wordt deze Psalm op Hem van toepassing gebracht. Maar wie alleen de Messias in deze Psalm ziet vergeet het herstel en de zegeningen van God die ons in Christus geschonken zijn. 2 Kor. 3 vers 18 zegt zo mooi: ”En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is”. Ik geloof dat het niet Gods bedoeling is om het pas zichtbaar te maken in de hemel! Als we onbevangen deze Psalm lezen, zien we de heerlijkheid van God en Zijn liefde voor de mensheid, door het verlossingswerk van Christus.

Er staat “Voor de koorleider. Op de gittet” Veel Joodse commentaren vertalen dit met “wijnpers”, ook de strong geeft aan dat het “wijnpers” kan betekenen. Ook de aanwijzing dat het hier net zoals in Ps.81 en 84 gaat om een “titel van gezang, gebruikt tijdens het Loofhuttenfeest” helpt je wel op weg, als we de prachtige betekenis van het Loofhuttenfeest beseffen, n.l de afronding van het hele oogstseizoen en verwijst naar de voleinding, wanneer alles tot Gods heerlijke doel zal komen en er een wereldwijd Loofhuttenfeest gevierd zal worden. Het Loofhuttenfeest is het feest van de allerhóógste verwachting, het is het feest van de hoop. Maar je bent nog onderweg door de woes­­tijn heen. Je bent nog op weg naar het Land der Belofte. Je komt vanaf de Berg van de Openbaring, dus je zit eigenlijk tussen open­­­­ba­ring en vol­einding in. Aan de ene kant de Berg van de Open­­­ba­ring en aan de an­dere kant de uiteindelijke verlossing. Het is een soort ‘Romeinen 8 situ­atie’. Je bent kind van God, maar je bent nog op weg. De hoop, die nog niet gezien wordt», zegt Paulus dan in Romeinen 8. We verwachten de verlossing van ons li­chaam. We verwachten de uiteindelijke wederoprichting. Je bent nog op weg naar het herstel van alle dingen.

De stam betekenis van het woord “gittet” is terug te vinden in Jesaja.63 vers 2 en 3: “Waarom is dat rood aan uw gewaad en zijn uw klederen als van iemand die de wijnpers treedt. Ik heb de pers alleen getreden en van de volken was niemand bij Mij”. Hier wordt de onvoorstelbare diep weg beschreven die de Here Jezus in Gethsemané {olijvenpers, oliepers} doorworstelde. Ook in Klaagliederen 1 vers 15 en Joël 3 vers 13 vinden we hetzelfde woord. Het is een schitterende opening van deze Psalm, dat in de aanhef al verwijst naar de Messias. Na het moeizame proces van het persen blijft de kostbare inhoud over. Zo ondergaan wij ook vaak een pijnlijk proces, waarin wij eerst tot het besef moeten komen dat wij ons behoud niet zelf kunnen bewerken, maar mogen danken dat we door genade een kind van God zijn. En dat we vanuit de genade een leven hebben van overvloed. Vers 2: “O Here, onze Here, hoe heerlijk is Uw naam op de ganse aarde, Gij, die Uw majesteit toont aan de hemel”, Als je de commentaren leest dan merk je dat het woord “heerlijk” veelal vertaald wordt met “Uitmuntend of ongeëvenaard”. Prachtig hoe in deze Psalm begint met de lofzang “Hoe “heerlijk” of uitmuntend of “ongeëvenaard” is Uw naam op de ganse aarde” De zin die het eerste deel van dit vers vormt, wordt in vers 10 aan het eind van deze Psalm herhaald. Je zou kunnen concluderen dat we hier het centrale thema vinden. De lofprijzing van de mens aan God, tot stand gebracht door degene die de wijnpers betrad, dus Christus. Het volbrachte werk leidt nu al tot lofprijzing van Gods Naam, maar eens zullen alle uiteinden der aarde Gods lof verkondigen. Zoals dat zo mooi in Jes 52 vers 10 staat: De Here heeft Zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle volken en alle einden der aarde zullen zien het heil van onze God”. {Jes. 52 vers 10}. In deze Psalm gaat het niet alleen over de Messias maar ook over het volk Israël. Ik las een Joods commentaar over deze tekst. De vertaling “zal Uw naam op een dag over de gehele aarde ongeëvenaard machtig zijn” vindt in de Joodse traditie veel steun. Eens zal God, -door Israël, door de Messias- Gods ongeëvenaarde Naam over de ganse aarde verkondigen.

Hij is het waard om alle lof en eerbied te ontvangen. De rijkdom van de Schrift ontzagwekkend, laat staan als we de grootheid van de ganse schepping van hemel en aarde er nog bij betrekken. Op aarde mogen we de “ongeëvenaardheid” van Gods naam verkondigen. En hoe we dat ook trachten onder woorden te brengen, we komen woorden te kort. Als de Naam van God al “ongeëvenaard” is, wat moet Zijn Persoon dan wel niet zijn? De machtige God, mogen we  onze Vader noemen, ja zelf aanspreken met “Abba”. Dat komt zo mooi tot uiting in het Hebreeuwse alphabet: De “alef”, de eerste letter, is de uitdrukking van God. Toch begint God Zijn Woord niet met een “alef”. De eerste letter is de “beth”, van het woord “bereesjieth”{betekent: “in den beginne”} De “beth” heeft een getalswaarde van 2. De Bijbel begint met een “beth”, {“beth” betekent “huis”} omdat God meedeelt hoe het met deze schepping zal aflopen, namelijk, de schepping zal wonen in het Huis, een Lichthuis. De ‘aleph’ en de ‘beth’ vormen het woord ‘ABBA’, dat op zijn beurt is samengesteld uit twee begrippen en wel ‘AB’ en ‘BA’. Het woord `abba`{1-2-2-1}, maar nu als dubbel woord, benadrukt deze gedachte. Het betekent `Vader`{ab} kom {ba} of, ´kom tot de Vader´, wat geldt als enige voorwaarde tot herstel van de éénheid in zijn meest sublieme vorm. Alléén door middel van de Zoon komen wij tot de Vader {Joh.14 vers 6} en ook deze Zoon zal Zich aan de Vader onderwerpen zodat God alles in allen is {1Kor.15 vers 28}, waardoor de Eenheid Gods met Zijn schepping hersteld is. Het gaat om de héle schepping. Het woord scheppen, ´bara´ {scheppen} begint ook met een “beeth” en het eindigt met een “alef”. “Bara” is het tweede woord van de Bijbel. Genesis begint met: beresjiet, in een begin en dan komt het woord bara. In het woord bara zit ook het getal twee. Scheppen houdt in, dat er twee zullen komen. Maar daarmee is het woord “scheppen” niet klaar. D.w.z de schepping is pas voltooid als uit de tweeheid weer de 1 is gekomen. Zoals Paulus dat zo mooi zegt in Efeze 4 vers 1-16. “één lichaam en één geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, één Here, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen”. In dat woord “bereshih” zat al opgesloten, je komt weer terug bij de oorspong. Dan komt je weer thuis bij de Vader. Dan is het geheimenis voleindigt; terug bij de één en bij de Ene. Daarom kunnen we zeggen, de Messias is degene die de “tiqqun olam”, “de wederoprichting alle dingen” brengt. Hij is degene die alle dingen weer één maakt en terug brengt bij de Vader, dan ben je weer terug waar je thuis hoort. Want het laatste woord is “thuiskomst”. Tot zolang zitten we in de tijd van het herstel. En de Vader gaat net zolang door totdat heel de schepping weer heel zal zijn. Daarom is de naam van de Messias ook: Heiland, Redder, Heelmaker. Dat zal gaan tot in de uithoeken van de aarde. Want het herstel zal gaan tot de uiterste van de aarde. Zo mogen wij weten dat heel deze schepping terugkomt bij God. De laatste letter van het hebreeuwse alphabet is de “taw”. Dat betekent “teken” of “kruis”, dat “teken” van God dragen we in ons. “Christus in ons”. Hij is bezig met het terugbrengen van heel de schepping. Het zal gaan door de twee naar de één, a-b-b-a, Vader. God maakt alle dingen weer één. En dan is het de vraag: hoe zal alles weer terugkeren tot Hem? Hoe komt alles weer terug bij de Vader? Dat is in feite het verhaal van de verloren zoon. Hoe komt de zoon weer bij de vader? Die terugkeer is het diepste verlangen in het hart van God. Maar als er geen “twee” geweest waren, was dat verlangen er ook nooit gekomen. Dan hadden we ook nooit het heimwee gekend. Dan had de Vader nooit op de uitkijk gestaan. Dan was daar nooit de Zoon geweest die zou zeggen. “Vader vergeeft het hun , want ze weten niet wat ze doen”. {Luc 23 vers 34}. En dat is hét fundament, namelijk Christus. Paulus zegt: “want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen” {1Kor.3 vers 11}. Wat is de Hebreeuwse taal toch schitterend. Als we over de Hebreeuwse letters spreken, gaat het eigenlijk over de taal van het hart van God. Die prachtige Hebreeuwse letters zeggen: Wij gaan terug naar onze Maker. We hebben onze taak op aarde gedaan. De gehele mensheid zal uiteindelijk weer terugkomen in het Vader hart. Dat is nu eens een  Blijde Boodschap

Terug naar de psalm. Vers 3: “Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, Uw tegenstanders ten spijt, om vijand en wraakgierige te verstommen”. Dit is een moeilijk vers. De overgang in dit vers is opvallend. Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest. We zijn geneigd zo’n vers maar snel door te lezen en als moeilijk begrijpbaar maar voor lief te nemen. Maar dit vers moeten we juist heel goed tot ons door laten dringen. Wat hebben kleine kinderen met de tegenstanders te maken? En wat hebben kleine kinderen en tegenstanders te maken met Gods geweldige Naam? Drie woorden vallen hier op “tegenstander”, “vijand” en “wraakzuchtige” Dat God Zijn kracht grondvest blijkt hoognodig te zijn. Er moet iets gestopt worden. Met het oog op “tegenstanders, grondvest Hij kracht, dat staat er eigenlijk in vers 3, met de bedoeling de vijand te laten ophouden. En die “kracht” heeft te maken met “kinderen en zuigelingen” dat lijkt in volkomen tegenspraak met elkaar. We moeten scherp letten op de woorden “kinderen en zuigelingen. Dan zie je de rode draad lopen. De draad van kinderen, belofte van zaad, de Zoon; de voortgang tegen de stroom van tegenstand in. Dat begint al bij Adam. Hoe moet het verder na Genesis 3. Allereerst geeft God natuurlijk die geweldige belofte na de zonde als God tegen de satan zegt: “En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.” {Gen.3 vers 15}. Niet de zonde of satan heeft het laatste woord, maar God doet dat op kritieke moment direct zijn Meesterzet, De belofte van de Messias. En op het kruis van Golgotha wordt deze belofte vervuld, want “het Zaad van de vrouw”, de Here Jezus Christus, heeft daar de “kop van de slang vermorzeld”. In Gen. 4 krijgen Adam en Eva twee zonen: Kaïn en Abel, maar hoe moet het verder als Kaïn Abel doodslaat? Adam en Eva krijgen weer een zoon: Seth. In de grondtekst staat niet “zij baarde een zoon” {Gen.4 vers 25} maar “zaad” ook dat duidt al op de Zoon der belofte, want één van de betekenissen van de naam Seth is “plaatsvervanger”. De belofte van het zaad gaat verder in Abraham. Met hem richt God een eeuwig verbond op. Zo krijgen we iets te zien van de rode draad van Gods belofte; de onvruchtbare Sara krijgt toch een kind. Het gaat door, het houdt niet op. Kinderen staan voor de voortgang, en die voortgang heeft met de belofte te maken. tegenover het “verstommen” van de vijand staat het niet – ophouden van het zaad van Israël. Waarom is de Naam van God zo groot in hemel en op aarde? Omdat Hij in staat voor de voortgang, omdat Hij verlossend handelt, d.w.z. de tegenstander, de vijand tot verstommen, tot ophouden brengt. De kracht die Hij grondvest is oneindig veel groter dan de tegenkrachten. Het ongelovige oog ziet de tegenkrachten, maar het gelovig hart en oog ziet Gods luister en majesteit en ziet het Licht. Al wordt de Naam van God uit alle boeken geschrapt, het zal nooit uit Zijn boek verdwijnen. En elke nieuwe geboorte betekent een wonder dat God nog steeds het in de mens ziet zitten. Is God de mens dan nog niet zat? Nee, de mens is misschien God zat. Dat is waar. Maar Christus is in de wereld gekomen om zondaren te behouden {1Tim.1 vers 15} “God heeft zijn liefde bewezen jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren voor ons gestorven is” {Rom.5 vers 8} Als dit Woord niet meer waar is, dan is de genade geen genade meer. De vreugde boodschap – God is liefde – {Mooi he, liefde is niet geschapen} is niet slechts een woord, maar een voldongen feit. Want uiteindelijk loopt het kwaad stuk op Zijn liefde, de vijandschap sterft aan de liefde. Is God de mens zat? Nee, God is de zonde zat, maar de mens, nee. De kern van geloven is in wezen kinderlijk eenvoudig; je als een kind dat vertrouwt op zijn vader je in Zijn liefde laten opnemen en weten dat je behouden bent in Hem. Het kinderlijk geloven dat God zoals in vers 3 zegt: Zijn kracht grondvest” en dat Hij “de tegenstanders, vijanden en wraakzuchtigen zal doen ophouden” dat geloof is vaak ver te zoeken, omdat wij meer naar die “tegenstanders en vijanden kijken, in plaats van op te zien en te vertrouwen op Hem wiens lof, majesteit en heerlijkheid beschreven werd in vers 2. De gelovige weet dat de vijand vaak het hoogste woord heeft, maar God het laatste woord heeft. God zal elk machtsblok dat tegen Hem gesmeed wordt “doen verstommen” doen “ophouden”. Dat is een prachtig vergezicht voor ons, het is onze kracht en blijdschap waar wij uit mogen putten. Wat de toekomstvisie betreft geldt voor ons; Maar gij geheel anders; gij hebt Christus leren kennen” {Efe.4 vers 20}. Vers 5 ”wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet?” In dit vers staat de mens centraal, maar wel met een vraagteken “Wat is de mens?” “Wat is de mens zoon” In het Hebreeuws staat er “enosj”, letterlijk “mensje” de mens in zijn kwetsbaarheid. Het Hebreeuws heeft drie woorden voor “mens”: het woord “Adam” dat gebruikt wordt in het scheppingsverhaal; het tweede woord is “géver”, dat is meer de mens in zijn kracht, wat hij allemaal doet en presteert en maakt van zijn leven. Maar hier wordt dus het derde woord gebruikt: “enosj” en dat is de mens in zijn zwakheid, kwetsbaarheid en beperktheid. Het wordt in de N.B.G vertaling ook wel vertaald met “sterveling”. Een groot probleem van het verstaan van dit vers wordt opgelost als wij beseffen dat er in de grondtekst geen interpuncties staan, dus het vraagteken aan het eind van dit vers is door de Bijbelvertalers ingevoegd. Als je de verschillende commentaren op dit vers erop naslaat, dan komt men tot de volgende uitleg. De vraag is “wat is de mens” en het antwoord is: “dat Gij zijner gedenkt”. En het weglaten van het vraagteken gooit heel dit vers op z’n kop en maakt het heel duidelijk. Calvinistische traditie doet de mens zo klein en zondig van zichzelf denken. Blijf niet in die gedachten steken. God denkt en meet in andere maten. God heeft Zijn grote Plan gelegd in één mens, Adam. En daarom is het zo dat als er één mens verloren zou gaan, dat voor God net zo erg is als dat de hele wereld verloren gaat. Kijk maar naar de Goede Herder {Luk.15 vers 4-7} Die Herder zegt niet: Er zijn er 99 binnen, dus de meerderheid is binnen. Nee, Hij gaat net zolang zoeken totdat Hij de laatste vindt. Als we deze Psalm lezen komt er diepe eerbied en dankbaarheid voor de grote Schepper, die hemel en aarde voltooien zal, die de zonde overwonnen heeft door Zijn Enige Zoon aan ons te schenken. Iets wat in deze Psalm nadrukkelijk tot uitdrukking komt.“enosj” wordt weer een “adam” “Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld Zijns Zoon” {Rom.8 vers 29}. Kortom, een mens is er, en kan bestaan omdat de Schepper van hemel en aarde naar hem “omziet”. Dat is het vervolg van dit vers: “en het menskind, dat Gij naar hem omziet”. Hij heeft van de “enosj” een nieuwe schepping gemaakt, in de Tweede Adam, hebben wij nieuw leven ontvangen. We hoeven niet tot onze dood als een miezerige “enosj” te leven, maar we mogen leven uit de Tweede Adam. De Bijbel wil ons duidelijk maken: Weet je wel wat je bestemming is. Dan komen we weer bij de Bron, de Bron van Levend water, dat is het oorspronkelijke Plan van God, om uit die Bron te Leven. De vraag is nu voel je als thuis bij de Vader? Weet u, Wie God en het leven serieus neemt en onbevangen de woorden van de Schrift indrinkt, zal onder de indruk komen van de ongelofelijke rijkdom van het Woord. Als je de Bijbel onbevangen leest, dan smelt elke angst voor God weg, want hoe kun je angst hebben voor iemand die verklaart dat Hij Liefde is.Wie beseft wie God is en wat Hij gedaan heeft en doet en nog zal doen, zal verwonderd kijken naar het kruis, zal nog verwonderd kijken naar het lege graf, zal verwonderd beseffen: “Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping {2 kor.5 vers 17}.

De kern van Psalm 8 is: van “enosj naar een nieuwe schepping. Het licht valt niet op het falen van de mens, maar op zijn bestemming, namelijk de mensheid tot heerlijkheid te brengen. Er past maar één ding, en dat is: O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeur­lijk zijn wegen! – Rom.11:33. Psalm 8 eindigt zoals hij begon: “HERE, onze Heer, hoe machtig is uw Naam op heel de aarde”. Die Naam zet alles in de wereld in een ander licht. Die Naam loven en prijzen wij. In die Naam hervinden wij onszelf. Zo is God bezig met het grote herstelwerk. Hij is bezig met het terugbrengen van heel de schepping. De Liefde bewerkt de éénheid. Het zal gaan door de twee naar de één. Door het lijden en de verscheurdheid naar de eenheid, die Hijzelf is. Hij zal ons ondersteunen in wat Hij in ons begonnen is. De wederoprichting alle dingen zal tot stand komen. God zal geen uithoek vergeten.

 

 

 

 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

406167 bezoekers sinds 07-06-2010