Pinksteren

27-06-2019 door Huib Neven

Pinksterfeest

De dag begint zoals alle gewone dagen. Het dorp komt langzaam op gang. Mensen ontwaken en gaan op weg of blijven thuis, net waar het leven hen roept. Het belooft een mooie dag te worden. De zon krijgt alle ruimte. Een blauwe lucht, hier en daar wat wolkjes, maar verder is de hemel open. Er is geen zuchtje wind, bladeren hangen bewegingloos de bomen te versieren.

In die stilte staat midden in het dorp een fraai kerkgebouw zich behaaglijk te koesteren in de steeds hoger klimmende zon. De strakke toren lijkt zich uit te rekken om het zonlicht op te vangen en tot in de verre omgeving te kunnen doorgeven. De letters op de gevel zijn in het stralende licht van de zon duidelijk te lezen: ‘Noachs Boot’.

De kerk staat er trouwens pontificaal bij, zo half in het water en half op het land. De renovatie heeft haar goed gedaan. De kerkbestuurders hebben kosten noch moeite gespaard om een toonaangevend  en geestrijk godshuis te realiseren. Van buiten een pronkstuk, je loopt er niet zomaar aan voorbij. Binnen is er ruimte in overvloed, is het niet in de ene zaal dan wel in de andere. Daar kunnen alle kerkmensen van het dorp met gemak een plaats vinden, misschien wel de hele wereld, maar waarschijnlijk is de inschikkelijkheid die daarvoor nodig is teveel gevraagd. Niet iedereen wil met iedereen in dezelfde ruimte verkeren, zo zitten mensen nu eenmaal in elkaar.

Op het plein voor de kerk loopt een groepje van welgeteld twaalf mensen. Op het eerste gezicht lijken het alleen mannen, maar als je beter kijkt blijken er ook een paar vrouwen tussen te lopen. Hun gezichten staan ernstig, alsof ze een dierbare hebben moeten loslaten en niet weten hoe het verder moet met hun leven.

Plotseling komt uit de verte een geluid van een hevige wind opzetten. De bomen rond het kerkplein beginnen hun kruinen geestdriftig heen en weer te zwaaien. Een duif vliegt verschrikt op. Hij lijkt even de weg kwijt, maar landt dan doelbewust op de klokkentoren van de kerk. De wind trekt verder aan, de kerkdeuren slaan met een harde klap open. De twaalf op het plein kijken eerst verwonderd rond.  Wat gebeurt hier? Dan lichten plotseling hun gezichten op. Ze lijken in vuur en vlam te staan en beginnen naar elkaar te roepen. Wat ze roepen is niet te verstaan, alsof ze met dubbele tong praten. Maar het is onmiskenbaar dat hun zorg om het bestaan als in een bliksemflits is omgeslagen in uitzinnige vreugde.

Het gebeuren blijft niet onopgemerkt. Van alle kanten komen mensen aanlopen. Niet alleen de dorpelingen die hier al generaties lang wonen, ook Syrische vluchtelingen, Irakese asielzoekers, Poolse vrachtwagenchauffeurs, een Italiaanse restauranthouder met vrouw en kinderen, Albanese gelukzoekers, een Iraanse arts, een Turkse kapper met zijn personeel, een stel verdwaalde Japanse toeristen, veel kinderen ook… ze stromen het plein op. Ze kijken naar de twaalf en dan naar elkaar, ze schudden handen, sommigen vallen elkaar in de armen. Ze lachen en vertellen opgetogen en buiten zichzelf van vrolijkheid hoe mooi de schepping en het leven is als iedereen zo eendrachtig bijeen is. En het is gek, wat ze ook naar elkaar roepen, iedereen verstaat elkaar. Van spraakverwarring die zo vaak de ontmoeting in de weg staat, is geen sprake meer. Uit de kakofonie van geluiden springt één woord er steeds weer uit, in al die verschillende talen en toch voor iedereen verstaanbaar: spiritoso, 机智,ostroumnyy, مضحك, esprili, 利いた,geestig… Als dat geen feest van de Geest is!

De menigte dromt achter de twaalf aan door de opengewaaide kerkdeuren naar binnen. Daar is op wonderlijke wijze (misschien ook wel door de wind) één grote ruimte ontstaan. Plaats genoeg voor iedereen. De koster telt al gauw drieduizend mensen. En er kunnen er nog veel meer bij. Binnen heft de menigte een lied aan. Van wie anders dan van de grote Bach: Veni Creator Spiritus, eerst BWV 34, daarna 74 en dan ook nog 173, het kan niet op. Iedereen zingt mee, in zijn eigen taal, jawel, maar eensluidend stijgt het gezang op, langs de klokkentoren naar de hemel. Als je goed luistert, hoor je de duif meekirren. 

De volgende dag is de wind weer gaan liggen, en misschien is niet al het vuur gedoofd, maar de gloed is wel minder geworden. Sommige mensen vinden het achteraf toch maar raar wat er is gebeurd. Gisteren konden ze hun ogen en oren niet geloven en nu willen ze niet anders. Het moet een zinsbegoocheling zijn geweest. Trouwens, niet iedereen was onder de indruk van de preek die een van de twaalven hield. Er was zelfs wat irritatie. Een man die wonderen doet, aan een kruis sterft en weer wordt opgewekt, dat wil je toch niet geloven! Maar eerlijk is eerlijk, er waren heel wat mensen die diep in hun hart getroffen waren en alles wèl wilden geloven, al begrepen ze niet hoe dat kon. Zou die open hemel ermee te maken hebben, of toch die man waar de preker het over had? In ieder geval besloten ze de wonderlijke gebeurtenissen niet voor zichzelf te houden,  maar dit feestelijke en ‘geestige’ verhaal aan de wereld kond te doen.

En die kerk? Om niet voor iedereen duidelijke redenen werd die vanaf die mooie zomerdag in de volksmond “De Duif” genoemd. En geloof het of niet, de deuren stonden sindsdien voor iedereen wagenwijd open, een vogel met gespreide vleugels.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Pinksteren

Pinksterfeest De dag begint zoals alle gewone dagen. Het dorp komt langzaam op gang. Mensen ontwaken en gaan op weg of blijven thuis, net waar het leven hen roept. Het belooft een mooie dag te worden. De zon krijgt alle ruimte. Een blauwe lucht, hier en daar wat wolkjes, maar verder is de hemel open. […]

525243 bezoekers sinds 07-06-2010