Opklimmen en nederdalen

28-08-2011 door Joop Neven

“…..zie, engelen Gods klommen op en daalden neder….”{Gen.28 vers 12}.

Eén van de rabbijnse uitleggingen van deze tekst is de volgende: De engelen zagen Jacob liggen, toen hij daar lag te slapen. Ze schudden het hoofd en zeiden: wat een arme sloeber ligt daar, hij heeft helemaal niets meer. Hij is zijn vader en zijn moeder kwijt en ook nog zijn broeder. Alles heeft hij verknoeid. Hij ligt daar als een uitgestotene op weg naar de ballingschap. Dat is het enige wat hem nog te wachten staat: twintig jaar ballingschap. De engelen denken: dat is nu de mens! En dan klimmen ze weer op naar de troon van God. Maar dan zien ze het beeld, dat God van Jacob heeft. God heeft een beeld van elk mens, zoals hij is in de ogen van de Maker. God zegt: Ik zie nog wat anders in Jacob. God zag wat hij ging worden: een Israël, een vorst, een strijder Gods. Als de engelen in de hemel waren, zagen ze dat stralende beeld, dat de Eeuwige van Jacob had en dan vlogen ze weer naar beneden. Dan zagen ze daar weer die arme sloeber liggen en vol verbazing vlogen ze dan weer naar boven. Ze zagen dan die stralende figuur voor het aangezicht van de Eeuwige en zeiden tegen elkaar: Is dat dezelfde man? Die man beneden en dat beeld boven, die horen toch niet bij elkaar? En de engelen begrepen er niets meer van. Ze gingen van beneden naar boven en van boven naar beneden en dachten: hoe is het in vredesnaam mogelijk?

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391735 bezoekers sinds 07-06-2010