Ooggetuigen

27-12-2010 door Huib Neven

(Van een onzer verslaggevers)

Kerstfeest 2010 is in zicht. We maken ons op er weer een uitbundig feest van te maken. De kerstboom wordt opgetuigd, de kerstcd’s worden van stal gehaald en de kerstman wordt tussen meters lichtslang tegen de gevel gehangen. Ik heb echter de indruk dat we met onze viering ver verwijderd zijn geraakt van de gebeurtenissen zoals die meer dan tweeduizend jaar geleden in en rond Bethlehem hebben plaastgevonden. Ik wilde hier graag zekerheid over hebben en was dan ook blij dat de redactie me in staat stelde om ter plekke op onderzoek uit te gaan.

Eerst maar naar Jozef en Maria. Die voelden echter niet veel voor een interview. “Ik heb het al zo vaak uitgelegd, ”verzuchtte Maria, “maar niemand gelooft het echt, zeker niet als ik vertel over mijn angst voor de toekomst.” Misschien kwam ik bij het paleis van Herodes meer te weten. Bij het noemen van de naam Jezus werd ik echter met veel misbaar weggestuurd. Ik vond  nog wel een hoveling bereid mij in het geheim te woord te staan. “Ik waag mijn leven door met jou te praten,” fluisterde hij, angstig om zich heen kijkend. “Alsjeblieft, gebruik in de buurt van het paleis niet het woord Bethlehem. Het kan je de kop kosten. Sinds de komst van een stel Oosterlingen is er geen land meer met de koning te bezeilen en kinderen kan hij al helemaal niet om zich heen verdragen.” Ik herinnerde me opeens wat hij gedaan had met de jongetjes van Bethlehem en kon me voorstellen dat het Kind van Bethlehem daar in de buurt met minder vreugde werd ontvangen dan de Wijzen uit het Oosten hadden gedaan. Ik ga proberen dìe te spreken krijgen, dacht ik. Na veel omzwervingen vond ik een van hen. Hij noemde zich Balthasar. Tegen mijn verwachting woonde hij in een eenvoudig onderkomen. “Aha, jullie noemen ons Wijzen. Nou, niet zo gek eigenlijk”, zei hij met nauwelijks verhulde trots. “Wij weten ook wel erg veel. In ieder geval over de sterren. Het firmament heeft geen geheimen voor ons… dachten we. Totdat we die ene ster ontdekten. “Zijn jullie echt in die stal geweest?” “Ja, eigenlijk kunnen we het zelf nog niet geloven.” Balthasar begint te stralen als de ster die hij gevolgd had. “Ik heb nooit kunnen denken dat we zo gelukkig zouden worden bij zoveel kleinheid en zoveel armoede. Ònze nieuwgeborenen liggen in een met goud bestikte en met wierook besprenkelde wieg, maar dit Kind, je gelooft het niet… in een voerbak. Uiterste schamelheid. Maar wat een vrede ging er van dat Kind uit…! Nou, dan wil je je rijkdom wel afleggen. Zeker toen de moeder zacht voor zich heen begon te zingen: ‘Wie honger heeft overlaadt hij met gaven, maar rijken stuurt hij weg met lege handen.’  Ik verzeker je dat je dan liever een slonzige herder dan een rijke wijze wilt zijn.” Die herders ja, misschien konden zij mij nog dichter bij de waarheid brengen. Op naar de velden van Efratha. Daar klampte ik de eerste de beste schaapherder aan. “Hoe was dat om een engel in levenden lijve te zien en een heel hemels leger te horen zingen?” “Helaas,” zei de herder, “ik was net achter die heuvels daar, op zoek naar een verdwaald schaap. De anderen zeiden nog: Laat toch lopen, jô, één schaap meer of minder merkt de baas toch niet. Had ik maar naar hen geluisterd. Het verloren schaap heb ik niet gevonden omdat het donker werd en het licht van de engelen heb ik gemist.” “Maar je bent toch wel meegegaan naar de stal van Bethlehem?” “Ik was het eerst niet van plan, maar ben toch maar achter de anderen aangelopen. Ze hadden het over een redder en een messias. Nou, dat wilde ik wel eens zien.” “En?” “Toen we die stal binnengingen zag ik een paar armoedzaaiers en een baby in een voerbak, zoals wij voor de schapen gebruiken. Is dat nou alles? dacht ik. Maar na verloop van tijd… ik weet niet wat er met me gebeurde…het leek wel een droom…ik keek naar het kindje en ik zag het uitgroeien tot een echte, goede herder die zei: ‘Kom jô, dan gaan we samen op zoek naar verloren schapen, ik wijs je de weg en reken maar dat we ze vinden.’ Natuurlijk lag er even later gewoon een kind in de kribbe, maar ik voelde me een ander mens en dat gevoel heeft me niet meer losgelaten.” De herder was even in gedachten verzonken, zijn ogen glansden bijna bovenaards…toen vroeg hij ineens: “Zeg, is het waar dat jullie kerstfeest vieren met versierde bomen, dure cadeaus en overvloedige diners?” Ik knikte nauwelijks merkbaar en dacht aan wat ik de afgelopen dagen gehoord had over kindermoord, angst, armoede, nederigheid, maar ook over geluk en vrede. Wat een verschil tussen toen en nu!

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410335 bezoekers sinds 07-06-2010