Oog om oog, tand om tand

26-05-2010 door Joop Neven

Vergelding of wraak

De bekende uitdrukking oog om oog, tand om tand wordt in het algemeen gebruikt (of misbruikt) om een vorm van vergelding te beschrijven en te rechtvaardigen: “wat je mij aangedaan hebt zal ik jou aandoen.” Vergelding als een synoniem voor wraak. De vraag die zich hierbij voordoet is of in bijbelse zin vergelding en wraak synoniemen of twee verschillende begrippen zijn. Hierbij wordt opgemerkt dat in de Hebreeuwse grondtekst een aantal woorden worden gebruikt die in de NBG met het Nederlandse woord “vergelden” worden vertaald. De belangrijkste daarvan zijn:
-sjileem, hetgeen letterlijk goedmaken, (terug)betalen, vergoeden betekent. Associatie met sjalom, dezelfde stamletters (sjin), lamed en de meem sofiet, eindletter
-sjaw, hetgeen letterlijk terugkeren of teruggeven betekent.
Opgemerkt wordt dat geen van bovenstaande woorden iets met wraak te maken hebben. Wel met (terug)betaling of terugkeer, in de betekenis van het herstellen of genezen. Het Hebreeuwse woord voor wraak luidt naqam. Het zou te ver voeren om, in het kader van deze korte analyse, een totale beschouwing over het verschil van beide begrippen te geven. Volstaan wordt met een tekst uit Romeinen 12:19: Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here. (zie ook Hebreeën 10:30). Deze tekst is onder andere een verwijzing naar Deuteronomium 32:35: Mij komt de wraak toe en de vergelding tegen de tijd, dat hun voet zal wankelen, want de dag van hun verderf is nabij, snel komt nader wat over hen is beschikt.
Vergelding in bijbelse zin is een zaak tussen mensen. Wraak is voorbehouden aan God, en is heeft altijd een herstellende functie.

Exodus 21

De eerste tekst waar de uitdrukking oog voor oog, tand voor tand voorkomt is in Exodus 21, het hoofdstuk direct volgend op Exodus 20, waarin de zogenoemde 10 geboden worden beschreven. Hoofdstuk 21 begint met het beschrijven van de onderwijzingen aangaande het omgaan met een slaaf en beschrijft in Exodus 21 vers 22 – 27 dan de volgende situatie: Wanneer mannen vechten en een van hen stoot een zwangere vrouw, zodat haar vrucht afgaat, maar zonder ander letsel, dan zal zeker een boete worden geëist, naar dat de man van die vrouw hem oplegt, en hij zal het volgens besluit van de rechters geven. Maar indien er een ander letsel is, zult gij geven leven voor leven, oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet, blaar voor blaar, wond voor wond, striem voor striem. Wanneer iemand het oog van zijn slaaf, of het oog van zijn slavin, raakt en het vernielt, zal hij hem om zijn oog vrijlaten. En indien hij een tand van zijn slaaf, of een tand van zijn slavin, uitslaat, zal hij hem om zijn tand vrijlaten.
In dit tekstgedeelte wordt in vers 23 tot en met 25 beschreven welke genoegdoening moet worden gegeven, waaruit de basisgedachte is af te leiden dat de daad en genoegdoening in de juiste verhouding met elkaar moeten staan. Belangrijk is op te merken dat er staat geschreven: zult gij GEVEN en NIET zult gij NEMEN. Bovenstaand tekstgedeelte heeft dus niets met wraak te maken, maar ten diepste met het herstel van de aangerichte schade.

Leviticus 24

Een tweede gedeelte waarin de uitdrukking oog voor oog, tand voor tand voorkomt is te vinden in Leviticus 24:19,20: En wanneer iemand zijn volksgenoot lichamelijk letsel toebrengt, dan zal hem evenzo gedaan worden als hij gedaan heeft: breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand; hetzelfde letsel, dat hij een mens heeft toegebracht, zal hem toegebracht worden.
Evenals in het gedeelte in Exodus betreft het hier een beschrijving van een situatie waarin de geleden schade in verhouding tot het gedane leed moet worden vergoed en is er ook hier geen sprake van wraak.

Deuteronomium 19

Een derde gedeelte waarin de uitdrukking oog voor oog, tand voor tand voorkomt is te vinden in Deuteronomium 19:16 – 21: Wanneer een misdadig getuige tegen iemand optreedt om hem van een overtreding aan te klagen, dan zullen de twee mannen, die dit geschil hebben, zich voor de Here stellen, voor de priesters en de rechters, die er dan zijn zullen. Dan zullen de rechters dit nauwkeurig onderzoeken, en blijkt, dat de getuige een valse getuige is en dat hij een valse aanklacht tegen zijn broeder heeft ingediend, dan zult gij hem doen, zoals hij zijn broeder dacht te doen. Zo zult gij het kwaad uit uw midden wegdoen, want de overigen zullen dit horen en vrezen en niet weer zulk een kwaad in uw midden doen. Gij zult hem niet ontzien; leven om leven, oog om oog, tand om tand, hand om hand, voet om voet.
In directe zin gaat het in dit schriftgedeelte om het optreden tegen een misdadige, een valse getuige. Iemand die een valse aanklacht tegen zijn broeder indient. Belangrijk is om te vermelden dat ‘het proces’ zich afspeelt voor de Here, de priesters en de rechters. Het geeft de zorgvuldigheid aan waarmee de gehele zaak moet worden behandeld. Het gaat hier om een zeer essentiële zaak: zo zult gij het kwaad uit uw midden wegdoen. Dat is de essentie van het leven: het kwaad wegdoen. Ook hier gaat het ten diepste om de juiste verhouding tussen daad en genoegdoening. vers 19: dan zult gij hem doen, zoals hij zijn broeder dacht te doen. Zo zult gij het kwaad uit uw midden wegdoen. In dit schriftgedeelte wordt iets aangegeven over de mogelijke voorbeeldfunctie. vers 20: want de overigen zullen dit horen en vrezen en niet weer zulk een kwaad in uw midden doen. Het gaat tenslotte om een zeer ernstige zaak: het wegdoen van het kwaad. Belangrijk is de vertaling van vers 21 hierbij. De NBG vertaalt met: gij zult hem niet ontzien. Buber vertaalt als volgt: Dein Auge soll nicht schonen. Het Hebreeuwse werkwoord dat hier wordt gebruikt luidt: chos, hetgeen (iemand of iemands leven) sparen of ontzien betekent. Het wordt ook wel vertaald met medelijden hebben. Ook hier is geen sprake van wraak.

Mattheüs 5

Vele eeuwen later haalt Jezus deze uitspraken aan in Zijn zogenoemde Bergrede, zoals Mattheüs die beschrijft in zijn hoofdstukken 5, 6 en 7. In hoofdstuk 5 vers 38 – 48 staat: Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Oog om oog en tand om tand. Maar Ik zeg u, de boze niet te weerstaan, doch wie u een slag geeft op de rechterwang, keer hem ook de andere toe; en wil iemand met u rechten en uw hemd nemen, laat hem ook uw mantel; en zal iemand u voor een mijl pressen, ga er twee met hem. Geef hem, die van u vraagt, en wijs hem niet af, die van u lenen wil. Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want indien gij liefheb, die u liefhebben, wat voor loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? En indien gij alleen uw broeders groet, waarin doet gij meer dan het gewone? Doen ook de heidenen niet hetzelfde? Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.
Een goed verstaander heeft ook hier maar een half woord nodig om te begrijpen dat in dit gedeelte zeker niet over wraak gesproken wordt. Eerder het tegendeel ervan.

De andere wang toekeren

Uit het aangehaalde gedeelte uit Mattheüs 5 vers 38 {vgl. Lucas 6:29} blijkt dat Jezus in Zijn Bergrede de verbinding legt tussen de uitdrukking oog om oog, tand om tand en de andere veelgehoorde uitdrukking iemand de andere wang toekeren. Voor mensen die dit niet begrijpen heeft deze vorm van omgaan met vijanden iets abnormaals, wellicht zelfs iets lafs. Afhankelijk van opvoeding, cultuur en achtergrond zijn deze gevoelens soms zeer sterk. Er wordt ook wel de relatie gelegd met de uitdrukking met de liefde bedekken. In een aantal gevallen bedoelen mensen dan te zeggen vergeet het maar snel, doe maar net alsof het niet gebeurd is. Dat is ten diepste het ontkennen van de situatie, wellicht het wegvluchten ervan omdat het te erg is of omdat men, zeker op het moment zelf, geen afdoende antwoord voor zichzelf heeft. Maar wegstoppen herbergt het gevaar van uiteindelijke verbittering. Juist vanuit de liefde van Christus kan men de situatie onder ogen zien en die met Zijn liefde bedekken. Het is juist die liefde die het omgaan met en de reactie op de gebeurtenissen in het juiste perspectief plaats en ruimte geeft voor echte en blijvende oplossing. Het kwaad moet eerst benoemd en daarna bedekt worden. Hoe kan men kwaad uit zijn midden anders wegdoen als men niet weet wat het is? Als men er voor vlucht wellicht omdat het te groot is en te zwaar om te dragen? Het bedekken met de liefde is evenals iemand de andere wang toekeren dus een welbewuste keuze als een antwoord op verschrikkelijke gebeurtenissen. Een daad van geloof in en vanuit de genade van God voor alle mensen. Een start, een begin van veelal een proces op weg naar verzoening en vergeving. Dat is die andere, vreemde weg die Jezus noemt in Mattheüs 5:44-48: Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want indien gij liefheb, die u liefhebben, wat voor loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? En indien gij alleen uw broeders groet, waarin doet gij meer dan het gewone? Doen ook de heidenen niet hetzelfde? Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.
Als men alleen maar degenen liefheeft, die ons liefhebben, als men allen maar die mensen groet, die ons groeten, waarin onderscheidt men zich als Christen dan van de mensen die zich ‘algemeen beschaafd’ gedragen? Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is. Daarin ligt het onderscheid. Opgemerkt wordt dat het Griekse grondwoord dat in dit vers in de NBG met volmaakt vertaald is, luidt: teleioi  Het woord wordt in de NBG op meerdere wijzen vertaald, zoals bijvoorbeeld in 1Korinthe 14:20 met “in het verstand volwassen worden”, in Efeze 4:13 met de “mannelijke rijpheid” en in Hebreeën 5:14 met “de volwassenen”. Het woord is verbonden met het Griekse woord telov (telos), hetgeen doel, einddoel betekent. Vers 48 is dus een oproep aan de mens om volwassen te zijn (worden). Om te zijn (worden), zoals God de mens heeft bedoeld te zijn. Jezus geeft hier geen ‘onmogelijke opdracht’, maar stelt nog eens duidelijk vast hoe onze Vader het ziet.

Geen kwaad met kwaad vergelden

Deze uitdrukking ligt in dezelfde lijn als de hierboven genoemde. In het Oude Testament komt deze uitdrukking niet voor. Paulus gebruikt deze uitdrukking in Romeinen 12:17: Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen en in 1Thessalonicenzen 5:15: Ziet toe, dat niemand kwaad met kwaad vergelde, maar jaagt te allen tijde het goede na, jegens elkander en jegens allen.
Hebt het goede voor, jaagt te allen tijde het goede na. Welke omstandigheden er ook zijn. Spreuken 20:22: Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op de Here, Hij zal u helpen.
In Romeinen 12 vers 9-21 beschrijft Paulus de omgang met elkaar vanuit de liefde van Christus. Het is in dit stuk waarin hij ook spreekt over de wraak die aan God toekomt .Ook in het slot van zijn eerste brief aan de Thessalonicenzen, hoofdstuk 5, gaat Paulus in op het belang van een juiste omgang met elkaar, waaronder de aangehaalde woorden in vers 15.
Ook Petrus roept in zijn eerste brief op tot eensgezindheid, medelijden, barmhartigheid en ootmoedigheid waarbij hij schrijft in 1Petrus 3:9: en vergeldt geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegent integendeel, wijl gij hiertoe geroepen zijt, dat gij zegen zoudt beërven. Om bij Petrus te blijven: Omgordt dus de lendenen van uw verstand, weest nuchter, en vestig uw hoop volkomen op de genade, die u gebracht wordt door de openbaring van Jezus Christus. {1Petrus 1vers13}. Weest nuchter, zie de situatie onder ogen, speel geen struisvogel. Het einde aller dingen is nabijgekomen. Komt dus tot bezinning en wordt nuchter, opdat gij kunt bidden. {1Petrus 4 vers 7}. Wordt nuchter, opdat gij kunt bidden, want dat is HET communicatiekanaal.
Tot slot 1Petrus 5 vers 7-11: Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. Wederstaat hem, vast in het geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten. Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten. Hem zij de kracht in alle eeuwigheid! Amen.

C.J. Lewis

 

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391867 bezoekers sinds 07-06-2010