Noach en Mozes in de tebhah

23-06-2010 door Joop Neven

“Met vakken zult gij de ark maken en haar van binnen en van buiten met pek bestrijken” {Gen.6 vers 14}. Hier staat het woord kaphar {bestrijken} en hier is het de eerste keer, dat dit werkwoord wordt gebruikt. Noach moet de ark insmeren. Maar nu is er nog iets speciaals aan de hand met deze tekst, want er staat bij: met pek. Het woord, dat hier gebruikt wordt voor pek is van de dezelfde stam: ba kopher. Dus de woorden “bestrijken”en “pek” blijken heel dicht bij elkaar te liggen, dat is hetzelfde woord in het Hebreeuws. Letterlijk vertaal je deze tekst: “Gij zult haar {de ark}bepekken vanaf de huiskant en vanaf de buitenkant met pek”. Maar wat wordt er nu bepekt of bedekt. De gangbare gedachte is in de regel, dat het kwaad bedekt moet worden. Dat is één aspect. Echter…hier in Genesis 6 wordt die árk bedekt. De ark {tebhah} is de ruimte waarin Noach mag binnengaan met heel zijn creatuur, met heel die schepping, met alles wat daar leeft . Dus de ark wordt een bewaarplaats; in de ark wordt alles bewaard door de dood heen. Het woord tebhah {de kist, meestal vertaald met de ark} moet niet verward worden met de ark {aron} die in de tabernakel stond. Hier staat tebhah, dat is die kist waarin Noach met zijn hele gevolg binnengaat. Dus de tebhah, die kist moet bestreken worden, die moet bedekt worden. In het geval van de ark is het dus niet de zonde, die bedekt wordt. De zonde was juist buiten, het kwaad was buiten en niet IN de ark. Alleen Noach wordt met de zijnen binnengebracht en de hand van Godzelf sluit de deur. Het kwaad was buiten, niet binnen. Wat wordt er dan bedekt? Het eeuwige, dat wat van God is, wordt bedekt! Wat God in de mens gelegd heeft, krijgt een bedekking over zich heen, zodat het beschermd wordt tegen weer en wind. Dat is het geheim van de bedekking. Buiten het gevaar, binnen de rust. Daar wordt de rust gevonden, want de naam Noach betekent “rust”. Zo ziet de schepping met reikhalzend verlangen uit op het openbaar worden der zonen Gods, het ziet uit naar de volmaking, naar de heerlijkheid. Het gaat er niet om dat de zonde bedekt zijn, maar dat de zonde geen werking meer heeft, het is van zijn kracht beroofd. Daarom zal uiteindelijk elke tong Hem loven als haar Heer, als de verheerlijkte Christus Jezus, tot heerlijkheid van God en Vader {Fil.2 vers 11}. Alles is verzoend door het bloed des kruises {Col. 1 vers 20}. Allen hebben gedronken van het water des levens en zijn levende zonen geworden van de Vader {Openb. 21 vers 6} Hij onderwierp alles onder Zijn voeten. Alles is aan de Zoon onderworpen, EN wanneer het alles onderworpen is aan Hem, dan zal de Zoon zelf onderworpen zijn aan Hem. Die het alles aan Hem onderwierp, opdat God zij alles in allen (1 Kor 15 vers 28}. Hij is de Eersteling van alles creatuur. Hij is de eerstgeboren Zoon, maar door de onuitputtelijke liefde van de Vader en door de gehoorzaamheid van de Zoon werden allen tot het Vaderhart teruggebracht, en allen werden zonen. Alles in Gods plan der eeuwen moest daaraan meewerken. Het moest gaan via de dood tot de opstanding en tot de volmaakte heerlijkheid. “God alles in allen” dat is het heerlijke resultaat. “Alles is uit Hem, alles is door Hem en het alles is voor Hem” Alles keert tot Hem weder. Aan Hem de glorie voor de eeuwen {Rom.11 vers 36}. Eenmaal zal de schepping ingaan IN de rust. “Wie zetelt in het gehéim van de Hóogste, in de schaduw van de Gewéldige óvernácht” {Ps.91 vers 1. Uit de Naardense Bijbel}.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

406166 bezoekers sinds 07-06-2010