Niet “was Ik”, maar “Ik ben”

05-03-2012 door Joop Neven

In een discussie met Joodse leiders zegt Jezus o.a.:

“Uw vader Abraham heeft zich erop verheugd mijn dag te zien en hij heeft die gezien en zich verblijd. De Joden dan zeiden tot Hem: Gij zijt nog geen vijftig jaar en hebt Gij Abraham gezien? Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Eer Abraham was, ben Ik” {Joh. 8:56-58}.

Jezus zegt hier dat Hij er al was toen Abraham leefde, d.w.z. toen al 2000 jaar! Maar Hij zegt niet “…was ik” maar “…ben ik”. Hij gebruikt de Naam van God (ha-yah), die de Engel Gods ook gebruikte toen Hij zich aan Mozes openbaarde. En de mensen begrepen wat Hij daarmee bedoelde! Ze wilden hem stenigen. Van alle wandaden waarop in de wet van Mozes steniging als straf was voorgeschreven, had Jezus in hun ogen slechts deze ene bedreven, dat Hij God gelasterd had. Hij had zich immers aan Hem gelijk gesteld. Dit “Ik ben” gebruikt Jezus veelvuldig in discussies met de Joodse leiders Zoals in Joh. 6 vers 35: …”Ik ben het brood des levens;”… en in Joh. 8 vers 12 staat: “Ik ben het licht der wereld,….”. En in Joh.10 vers 11 staat: “Ik ben de goede herder…”.

 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Pinksteren

Pinksterfeest De dag begint zoals alle gewone dagen. Het dorp komt langzaam op gang. Mensen ontwaken en gaan op weg of blijven thuis, net waar het leven hen roept. Het belooft een mooie dag te worden. De zon krijgt alle ruimte. Een blauwe lucht, hier en daar wat wolkjes, maar verder is de hemel open. […]

529777 bezoekers sinds 07-06-2010