Niet verstoten, Ontferming

30-05-2010 door Joop Neven

“Want de Here zal zijn volk niet verstoten, en zijn erfdeel niet verlaten….{Ps.94 vers 14}.

In het Hebreeuws staat hier een chiasme; dat wil zeggen, dat “zijn volk” en “zijn erfdeel” worden omsloten door dat “niet verstoten” aan het begin en dat “niet verlaten” aan het eind. Dus letterlijk staat er eigenlijk: “….Want niet verstoten zal de Here zijn volk en zijn erfdeel zal Hij niet verlaten”.

Het volk wordt dus omsloten door wat God doet. En wat God doet wordt hier uitgedrukt door een vorm van wat Hij niet doet. “Niet verstoten” en “niet verlaten” klinkt op het eerste gehoor als een ontkenning, maar het is het meest positieve van wat je kunt hebben. Heel het volk wordt omsloten door het besluit van God, om zijn volk nabij te blijven. Psalm 94 wordt door Paulus opgepakt als hij de vraag stelt in Rom.11 vers 1: “Ik vraag dan: God heeft zijn volk toch niet verstoten?”. Als God dat wel gedaan zou hebben, welke garantie zou je dan hebben voor bijv. de gemeente. Dan is er voor ons geen enkele zekerheid, dat ook wij niet vandaag of morgen uit de gratie zullen vallen. Maar de grond waarop je je leven kunt bouwen is: “Hij zal niet verstoten en Hij zal niet verlaten”. Dus als Paulus die vraag stelt, dan denkt hij ogenblikkelijk aan Ps.94, en roept dan uit “volstrekt niet!”. Letterlijk staat er: “dat moge niet geschiede” Als dat zou geschieden, dat God zijn volk zou verstoten, dan zou daarmee de hele geschiedenis ten einde zijn. Dat zou het einde zijn van de wereldgeschiedenis. God heeft dat volk gekend, Hij heeft het tevoren gekend. En dat “kennen” heeft weer te maken met Gods hart. En wat God gekend heeft, gaat niet meer uit zijn hart. “Zou Ik u niet meer gedenken”; zou Ik u kunnen vergeten”, zo spreken dan de profeten in allerlei toonaarden. “Kan een vrouw haar kind vergeten?” Kan een moeder de zuigeling vergeten, die zij heeft gedragen? Kan dat…. Vergeten, verstoten…. Onmogelijk.

Ontferming

Dat is het woord dat samenhangt met de moederschoot, met rèchem. Het oorspronkelijke Hebreeuwse woord, is een meervoud vorm van het woord “moederlichaam”, “baarmoeder”. Dit betekent, dat in het Hebreeuws het gevoel dat de moeder voor de ongeboren vrucht heeft, als grondslag van alle barmhartigheid wordt beschouwd. Daarom neemt de abortus provocatus de grondslag van de barmhartigheid weg en vernietigd daarmee de barmhartigheid. Daarom zijn de tovenaars in Openb.21 vers 8 buiten het koninkrijk geplaatst, daarmee werden meestal de vruchtafdrijvers bedoeld.

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410031 bezoekers sinds 07-06-2010