Naar wie gaat de begeerte uit

28-05-2010 door Joop Neven

“Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap, met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan”. {Genesis 3 vers 16}.

Dat middelste zinnetje: “naar uw man zal uw begeerte uitgaan”, is in de loop der eeuwen uitgelegd als een soort slaafse afhankelijkheid. De vrouw zou door middel van de begeerte vastzitten aan de man. Het woord, dat hier gebruikt wordt voor begeerte komt maar drie keer voor in heel de bijbel. Dat betekent, dat dit niet het gebruikelijke woord is voor begeerte. Het woord “begeerte” komt veel vaker voor. Dus als er in de tien woorden staat: “Gij zult niet begeren” {Ex.20:17} is dat een heel ander woord! Als er later in de brieven van Paulus gesproken wordt over “schadelijke begeerten” {1Tim.6 :9} of “begeerten van ons vlees” {Ef.2:3}en in de brieven van Johannes over de “begeerten des vleses {1Joh.2 :16}, is dat iets totaal anders! Dat heeft hier absoluut niets mee te maken. Maar in Genesis 3 :16 wordt een woord gebruikt, dat eigenlijk geen “begeerte” betekent, maar toewending, “De vrouw zal zich toewenden naar de man”. Dus dat is een heel positief beeld. Maar door het misverstand van het woord “begeerte”, is ervan gemaakt dat daardoor man en vrouw met allerlei tentakels aan elkaar vast zitten. Er staat dus letterlijk: “Naar uw man zal uw toewending zijn” Net zoals een bloem zich keert naar de zon, of zoals een mens zich keert tot God, zo zal de vrouw zich toewenden naar de man. Het antwoord op Genesis 3 vers 16 staat in Hooglied 7 vers 10. Van mijn geliefde ben ik, en naar mij gaat zijn begeerte uit. Hier wordt hetzelfde woord gebruikt als in Gen.3 vers 16. teksten vullen elkaar aan. De bruid zegt letterlijk: “en zijn toewending is naar mij”. Dat is de aanvulling op Genesis 3 vers 16. In Genesis “wendt de vrouw zich naar de man” Maar in Hooglied “wendt de man zich tot de vrouw”. De bruidegom wendt zich tot de bruid. Als je Genesis 3 vers 16 en Hooglied 7 vers 10 naast elkaar legt, dan zie je, dat ze zich naar elkaar wenden. En daarin is de één niet meer of minder. Dan is de vrouw niet meer een ding of een opwindpop.

1 Kor.11 vers 3.

Het woord dat gebruikt wordt voor “hoofd” duidt zowel in het Grieks als in het Hebreeuws waar het van afgeleid is, niet op “baas”. Dat is een misverstand als wij dit soort teksten lezen. Dan hebben wij direct het idee van “baas”. Zoiets van: mag ik even het hoofd van de afdeling, de chef, de directeur, het hoofd van de school enz. Maar dat woord “hoofd” betekent vanuit de Hebreeuwse achtergrond eigenlijk de “bron” Dus als er gesproken wordt over “hoofd” in 1 Kor.11 vers 3, dan heb je te maken met een bron functie. Net zoals er staat het hoofd van Christus is God {1 Kor.11 vers 3}.

Hij is de Bron, waar Christus uit leefde. En Christus zei steeds: Ik krijg het van de Vader en de Vader geeft Mij, wat Ik zal spreken en doen {Joh.5 vers 19-20}. Dus Christus beleefde ook, dat de Vader het Hoofd, de Bron was, waaruit Hij kon leven. Dus als je in het Bijbelse denken gaat spreken over het hoofd, heeft dat te maken met díe gedachtewereld. Uit welke Bron ga je leven? Het heeft niets te maken met hoger of lager. Het hoofd is de bron, de oorsprong

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410335 bezoekers sinds 07-06-2010