Mijn man, en niet meer: Baäl

23-07-2013 door Dr. K.D. Goverts

“Dat Gij mijn noemen zult: mijn man, en niet meer: mijn Baäl” {H­os.2:15}.

Man is een woord uit het scheppingsverhaal: man en mannin; Adam en Eva.Man is een oorsprongswoord en ook tegelijk: Mijn tegenover. Adam en Eva waren tegenover elkaar geschapen. Mijn man is dus die oorspronkelijke relatie. “En niet meer: mijn Baäl”. Er wordt dus ook een bepaalde naam afgeschaft. Er wordt een be­paal­de grond­houding gegeven en er wordt een andere grond­houding af­gewezen. Baäl is in feite geen eigennaam. Het wordt altijd wel met een hoofdletter ge­schreven, maar het is eigenlijk geen eigen­naam. ‘Baäl’ is een begrip, een titel, net zoals het woord “Heer” of “Koning”. Baäl betekent Meester, of bezitter. In oude tijden werd ook aan God wel de titel ‘Baäl’ gegeven. Dat blijkt nog wel uit bepaalde aanduidingen. “Toen kwam David te Baäl-Perasim, waar hij hen versloeg. En hij zei­de: De HERE is voor mij uit door mijn vijanden heengebroken, zoals wa­ter doorbreekt. Daarom noem­de men die plaats Baäl-Perasim” {2 Sam.5:20}. Baäl-Perasim was een titel, die David gaf aan God. De naam bete­kent: Mees­ter in de doorbraak. Je zou kunnen zeggen: God is de spe­ci­a­list-doorbreker.

De aanduiding Baäl was eertijds dus niet altijd een nega­tieve zaak. David ge­bruikt de naam Baäl hier als eretitel voor God. David deed daar helemaal niet moeilijk over; hij wist ook wel dat de hei­de­nen het over Baäls hadden, maar hij zegt: God is mijn Baäl. G­od is mijn Meester, mijn Doorbreker, mijn Meester­-Doorbreker. Pas later komen dan de misverstanden. Men zei dan: God is net als al die Ba­äls. Maar dan wordt het Godsbeeld vertroe­beld. Het ken­merk van die Ba­äls was – althans zo werd er dan geredeneerd – de vrucht­­­baarheid. Die Baäls wa­ren ook altijd gebonden aan een be­paal­de plaats. God zegt dan bij monde van Hosea: Ik wil niet, dat je Mij nog langer Baäl noemt. Daardoor krijg je namelijk een verkeerd Godsbeeld. En God wil juist dat verkeerde Godsbeeld genezen. Ik wil jullie een zui­ver beeld geven van wie Ik ben: gij zult de Here kennen. Jullie moe­ten niet langer gevangen zit­ten in een verward beeld. Want als jullie den­ken aan dat woord Baäl, denk je aan vruchtbaarheid. Je denkt dan: God zorgt wel voor die vrucht­baar­heid; maar dan ga je God voor je kar­retje spannen. Door dat “Baäl-begrip” krijg je een bezitterige houding ten opzichte van God.

 

 

 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410212 bezoekers sinds 07-06-2010