Lukas 15, het eerste kleed

20-04-2017 door Dr. K.D. Goverts

Lucas 15

Boven Lucas 15 kun je dezelfde twee woorden zetten: keer terug! Het gaat daar over de verloren zoon. Misschien ben je al jarenlang bekeerd en een kind van God, maar die terugkeer gaat door, ook na je bekering. Het is niet dat ene moment in je leven, maar het is iets wat heel je leven doorgaat.

Geef mij het deel van ons vermogen dat mij toekomt”. Deze zoon wil alvast het deel van de erfenis ontvangen, de vraag is al­leen of hij daar ook mee om kan gaan.

“En weinige dagen later maakte de jongste zoon alles te gelde en ging op reis naar een ver land, waar hij zijn vermogen verkwistte in een leven van overdaad”  {Luc.15:13}Als in de bijbel van een ‘ver gelegen land’ wordt gesproken, wordt de bal­lingschap bedoeld. In dat verre land vergeet deze zoon het vader­huis. Zolang alles goed gaat, heeft hij geen gedachten meer aan het huis van zijn vader.

“Verkwistte het in een leven van overdaad”. Het gaat er hier niet alleen om dat hij dan zijn geld kwijt is. Het gaat om die geestelijke erfenis. Het gaat om datgene wat je innerlijk bezit. Letterlijk kun je dit vertalen: ‘hij verstrooide zijn bestaan‘. Hij verstrooit niet alleen maar wat hij heeft, maar wat hij is. Hij ver­strooit zijn innerlijk, hij raakt zijn hart kwijt en hij raakt zichzelf kwijt.

“In een leven van overdaad” Letterlijk staat er: “hij leefde reddeloos’. Langzamerhand komt er een proces op gang, waarin hij niet meer weet wie hij is. Hij weet niet meer waar hij vandaan komt. Hij is als een ver­dwaald kind aan het strand, dat niet weet hoe het heet en waar het van­daan komt.

“En die zond hem naar het veld om zijn varkens te hoeden”. Deze zoon is al tot een bedenkelijk laag peil gezakt.

En hij begeerde zijn buik te vullen met de schillen, die de varkens aten, doch niemand gaf ze hem” {v.16}. De varkens hadden het nog beter dan hij. “Ik ben een koninklijk kind, door de vader bemind en ik mag wonen in ‘s konings paleis”. Dat lied was voor hem geen realiteit meer.

“Toen kwam hij tot zichzelf`. Dat is de sleuteltekst en het keerpunt in dit verhaal.

“Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan”. Hij verlangt terug naar het vaderhuis dat hij al zo lange tijd vergeten was.

Maar de vader zeide tot zijn slaven: Brengt vlug het beste kleed hier en trekt het hem aan en doet hem een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn voeten” {v.22}. Eigenlijk staat er iets wat nog veel mooier is: “haal snel het eerste kleed”. Dat eerste kleed is dus zijn oorspronkelijke kleed. Dat is het kleed dat hij droeg toen hij als zoon bij de vader was, toen hij nog helemaal verbon­den was met zijn vader en nog leefde als zoon van de vader. Toen hij het huis van zijn vader verlaten had, heeft de vader dat eerste kleed apart gehan­gen. Hij mag het eerste kleed weer dragen. Dat is zijn eerste begin, maar dat is tegelijk weer de terugkeer naar zijn oorsprong, want de mens hoort van oorsprong bij God. Het huis van je hemelse Vader is je vaderland. Dat is de plaats waar je van­daan komt. In de natuurlijke wereld is het mogelijk dat als je na jaren weer terug­komt bij je vader­huis, er niet veel meer van over is. Maar het huis van je hemelse Vader blijft altijd nieuw.

“Kinderen kom naar huis”. Dat is het thema van Jeremia, dat is ook het thema in Hosea. En dat komt dan in Lucas 15 weer terug. Je zou nog meer bijbelboeken kunnen noemen waar dit thema als een rode draad doorheen loopt.

Voorzeker zal Ik u, o Jakob, in uw geheel bijeenbrengen, voorzeker vergaderen het overblijfsel van Israël. Ik zal hen bijeenbrengen als schapen in een kooi, als een kudde in het midden der weide. Het zal er gonzen van mensen. De doorbreker trekt vóór hen op; zij breken door en trekken door de poort en gaan daardoor uit; en hun koning trekt vóór hen uit, en de HERE aan hun spits” {Micha 2:12,13}. Dit gaat dus over het herstel na de ballingschap. Dat heeft ook weer te maken met dat terugbrengen: bijeenbrengen, vergaderen en nogmaals bij­een­brengen. “De doorbreker trekt vóór hen op; zij breken door en trekken door de poort en gaan daardoor uit; en hun koning trekt vóór hen uit, en de HERE aan hun spits”{Micha 2:13}.

Het is goed om je dat bewust te worden: God gaat voorop, de koning trekt vooruit. De Here gaat aan de spits. Wij zijn geroepen om Hem te volgen, zoals een oud lied zegt: “wandel maar stillekens achter Hem aan”. Als Hij voorop gaat, komt het goed. Het is belangrijk om dat besef le­vend te houden. De Heer gaat voorop. Dat geldt voor je persoonlijk le­ven, dat geldt ook voor de gemeente. En als Hij voorop gaat, dan heeft Hij ook de leiding. Dan kan Hij ons ook instructies geven en leiden door zijn Geest. Dan kunnen ook de gaven van de Geest in werking treden. Laten wij niet te beperkt denken over wat bij Hem mogelijk is. Jezus zegt: alle dingen zijn mogelijk voor degene die gelooft. Hij is het hoofd van de gemeente en dan staat er in Micha zo treffend: Hij is ‘de doorbreker’. Er kunnen soms barrières zijn waar je niet door­heen kunt komen. Er kunnen soms gesloten situaties zijn en gesloten deuren en dan is het goed om je hand te leggen op deze belofte. En als Hij er door­heen wil breken, kan niemand hem tegenhouden. Soms kan de Geest van God in situaties werken, waarvan wij denken: hier is niets meer mogelijk.

 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

406155 bezoekers sinds 07-06-2010