Losprijs voor de velen

24-04-2011 door Joop Neven

“De Zoon des mensen is gekomen om te dienen, en Zijn leven te geven als een losprijs voor velen {Matth.20 vers 28, Mark. 10 vers 45}. Deze “lospijs” beeld is verwant aan Jesaja 43 vers 3-4. “ Want Ik, de Here, ben uw God, de Heilige Israëls, uw Verlosser; Ik geef Egypte, Ethiopië en Seba als losprijs in uw plaats. Omdat gij kostbaar zijt in mijn ogen en hooggeschat en Ik u liefheb, geef Ik mensen voor u in de plaats en natiën in ruil voor uw leven. Betekent dit nu dat God koehandel drijft met de volkeren? Geen sprake van, met de drie genoemde volkeren is historisch toen niets gebeurt. Het beeld losgeld wordt enkel gebruikt om aan te geven hoe kostbaar God Israël acht. Zó kostbaar, dat Hij uit vrije genade Zijn volk bevrijdt, op grond van Zijn verbond, zonder er bij stil te staan dat dit volk zijn verbondsverplichtingen niet was nagekomen. Dit blijkt hieruit, dat het beeld van de losprijs {zowel bij Jesaja, als bij Matth. en Marcus} onvolledig is. Er is geen ontvanger van de prijs, en er staat ook niet bij waarvan die uitspraak als het ware terloops, als een onderdeel van Jezus’ woord dat het gelovige leven bestaat uit dienen. Om er op te wijzen, dat dit dienen je leven kan kosten. Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen {Joh.10 vers 11}. Dat het beeld van de losprijs verwant is aan een loskooptransactie, is op zichzelf wel waar, maar op een heel bijzondere manier. Het kenmerk is n.l dat God genoegen neemt met een klein deel van de tegenwaarde. “De aarde is Mijn!”; daarom moet de schepping, die de mens in bruikleen heeft, gelost worden door met de eerstgeborenen genoegen te nemen. vandaar allerlei offers van eerstelingen {vee, oogst}{Ex.13 vers 2 en 34 vers 20}. En wat de mens betreft neemt God in de plaats van de eerstgeborene genoegen met een bescheiden offer, desnoods niet meer dan twee duiven {vgl. Lev.12 vers 8}. In Num.3 vers 39-51 wordt een geval van lossing besproken, waarbij een aantal eerstgeborene voor 5 sikkels worden gelost. Ze komen steeds hierop neer, dat God iets van veel minder waarde aanvaardt voor iets dat meerdere waarde heeft. Het dienen van de Here Jezus bestaat {in dit verband} hierin dan Hij Zich als losprijs beschikbaar stelt. Hij neemt in Zijn eentje de verantwoordelijkheid voor de hele schepping op zich, en als Messias de verantwoordelijkheid voor het gehele Messiaanse Rijk, wetende dat God genoegen neemt met die Ene, in de plaats van allen. Een transactie kan men dat niet noemen, een genoegdoening evenmin. God komt er zwaar aan te kort. Daarbij moet men goed bedenken, dat God hier niet de dood van de Here Jezus eist, maar Zijn dienst! Geen plaatsvervangende doodstraf {gesteld dat dit mogelijk zou zijn}, maar een plaatsvervangende inzet van Zijn gehele leven. Gods wil op aarde in gehoorzaamheid doen, tot in de meest gevaarlijke omstandigheden toe. We moeten bedenken, dat deze uitspraak van Jezus in Johannes 10 niet verteld wordt als een dogmatische formule, een leerstellig aanhangsel, maar als een opwekking tot navolging. {vgl. 2Kor.6 vers 4-10}.

– De losprijsgedachte is dus zeer beslist geen mogelijkheid tot ontsnappen. Er wordt niet bedoeld: Jezus heeft een losprijs betaald, nu zijn wij lekker vrij, wat wel bedoeld wordt is: zoals Hij Zich ten overstaan van de Vader beschikbaar stelde voor de schepping, zo moeten ook ons leven beschikbaar stellen in afhankelijkheid van de Vader.

– De losprijs-gedachte is niets anders dan een bewijs van God genadig handelen. Het is de oud-Joodse gedacht: wanneer er één is die de Torah volkomen houdt, dan is de gehele wereld gered. God geeft Zijn Zoon in de wereld; indien Deze Zich beschikbaar stelt, is de gehele wereld verlost. En in die Zoon wijst Hij de weg hoe de wereld wordt verlost, niet door heersen, maar door dienen, niet door te eisen {genoegdoening bijv.} maar door te geven {desnoods het leven van de Zoon}. Voorzover er ooit sprake is van een offer of betalen, dan is het God, Die het offer geeft of de schade betaald. Dezelfde gedachte ligt ook in 1 Kor.6 vers 20 en 7 vers 23; “Gij zijt gekocht en betaald” Deze vertaling is onzuiver, “duur gekocht” eveneens {want over de hoogte van de prijs wordt niet gesproken} Eigenlijk staat eer: gekocht voor een honorarium {Grieks: Timé} Het woord honorarium betekent oorspronkelijk eregeld. Het Grieks “Timé” is meest door “eer” vertaald {Joh.4 vers 44, Rom.12 vers 10; 10 vers 7; 1Tim.6 vers 1}, vaak in verbinding met “Doxa” heerlijkheid {Rom.2 vers 7; 2 Petr.1 vers 17; Hebr.2 vers 7; Openb.4 vers 9; 5 vers 12; 21 vers 26}. Voorzover van geldwaarde sprake is, dan overweegt de eregeldgedachte {Hand.4 vers 34; 5 vers 2; 7 vers 16 en 19 vers 19}. 1 Kor.6 vers 20 en 7 vers 23 moeten daarom niet een andere inhoud krijgen, gij zijt met eregeld gekocht; onteer uzelf niet door hoererij {6 vers 20} of door slaaf van mensen te worden {7vers 23}. Het blijft beeldspraak: aan wie, waar en hoeveel betaald is geheel buiten beschouwing.

Dat verzoening door betaling bestaanbaar zou zijn, is volstrek uitgesloten. Een geldelijke schuld leent zich voor betaling maar voor moord, mishandeling, verkrachting, bedrog laster enz kan niet betaald worden. We zeggen wel eens “ik zal je betaald zetten”, maar dat is bij wijze van spreke. Wanneer de één aan de ander een pak slaag “verkoopt”, zal die ander wellicht voorzichtiger worden, maar of dat pak slaag terecht of onterecht was, is nog niet bewezen. Men kan een moordenaar ophangen, maar de vermoorde komt daarmee niet terug; zelfs de doodstraf is geen betaling. De vraag is: als de dood van de Here Jezus een betaling was, aan wie moest er dan betaald worden? Aan God? Wat zou Hij met die betaling opschieten? Wat zou Hij kunnen doen met de dood van Zijn Zoon. Velen hebben gezegd dat Jezus’ dood een betaling aan satan was. Bijv. in de 2e eeuw zei men: dat satan sinds de zondeval recht heeft op mens, en dat dit recht door het kruis is afgekocht. Maar is dat zo? Satan heeft wel feitelijk macht, maar geen enkel recht; bovendien, sinds het kruis zijn zijn bezigheden en werkwijze noch gestaakt, noch veranderd. In Bijbels licht falen alle betalingstheologieën. Want als iemand mijn geldschuld betaalt, ben ik van die geldschuld af; daarvoor hoef ik mijn schuldeiser niet dankbaar te zijn, en het zal trouwens die schuldeiser een zorg zijn van wie hij zijn centen krijgt. Bij morele schuld is dat heel anders, die kan niet betaald worden, maar allen vergeven worden, en dat door de schuldeiser. Christus Jezus is onze Middellaar, Hij brengt de vergevende liefde van de Vader dichterbij {korban}, om zo te ontdekken dat de Vader niet de dood van de zondaar wil, maar dat Hij LEVE in de ruimte, die de Vader geeft.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391322 bezoekers sinds 07-06-2010