Leven in de tussentijd

26-05-2010 door Joop Neven

door W. Gordijn

n.a.v. Ps.114 en Efeze 1 vers 19-23

Leven in de tussentijd dat betekent allereerst, deelnemen, meedoen met het geschiedende gebeuren van God. Er zo in betrokken raken, je zo in opgenomen weten, dat je vol levensblijheid er aan gaat deelnemen. En dat moeten we van Israël leren, levensvreugde uit de Torah, dansend met de Schriften. Israël danst de polonaise, d.w.z. een gemeenschappelijk lopende dans, een reidans, de bruid Israël in volle feestvreugde! “Hoeveel te meer”… dat zijn de woorden van Paulus, hoeveel te meer geldt dat voor de Gemeente, die Christus Lichaam is: leven uit het door Hem voltooide werk.

 PESACH en PASEN: UITTOCHT én UITOPSTANDING! Twee unieke gebeurtenissen in het geschiedend gebeuren van God; beide proclameren ze; het gebeurde is voltooid. De heilsgeschiedenis van God wordt vanuit deze twee unieke gebeurtenissen bepaald door drie kernbegrippen, drie woorden:

 UITTOCHT – DOORTOCHT – INTOCHT

Of anders gezegd: bevrijding, beproeving, bevestiging. Uittocht uit Egypte, doortocht in de woestijn, intocht in het beloofde land. De doortocht is steeds weer te zien als een “tussentijd” in Israëls heilsgeschiedenis. En ook nú weer is er zo´n tussentijd. De tijd tussen Israëls terzijdestelling en hun wederaanneming. Het is een tussentijd voor de toebereiding van de Gemeente als het Lichaam van Christus. En zo kan deze tussentijd voor de opbouw van de Gemeente die Christus Lichaam is, gezien worden als een “doortocht” in het leven van hier en nu; als een toebereiding om te komen tot volwassenheid. Een groeiproces, een dóórtocht tot in Christus Jezus. Dit moet leiden tot een volkomen vereenzelviging, een éénwording met Christus! Wij belijden de God van Israël, de God van Abraham, Isaäk, en Jacob. Niet de god van Griekse filosofen of wijsgeren. Daarom dient de hele heilsgeschiedenis van God Hebreeuws ingevuld te worden. Voor Israël is dat unieke gebeuren van de uittocht uit Egypte. Voor de Gemeente, als Lichaam van Christus, is dat het unieke gebeuren n.L de uit – opstanding van Christus, weg van tussen de doden uit.

 Psalm 114

Wij willen dit alles nu belichten vanuit Ps.114. Een kleine Psalm, maar groots van inhoud. Een Psalm die deel uitmaakt van de zg. Hallel-psalmen {113 t/m 118}, die gereciteerd of gezongen worden tijdens het Pascha viering. Ten eerste denken van aan het Pascha bij de uittocht uit Egypte. En dat er, na de vele Pascha vieringen die er gehouden zijn, juist een zevental in de Schrift genoemd worden. En het zevende Pascha dat beschreven staat, is het laatste Pascha dat Jezus met Zijn discipelen vierde. Waarbij Hij de woorden uitspreekt: “Ik heb vurig begeerd dit Pascha met u te eten…. eer Ik lijd”. In de geschiedenis worden alle geslachten van Israël door deze Pascha vieringen met elkaar verbonden als schakels in een ketting. En weet u, wat zo geweldig en tegelijk zo echt menselijk is bij de Pascha viering in het Joodse gezin? Nu, dat in dit meest belangrijke gebeuren juist het kind centraal staat. Want de seideravond is een hoogtepunt in de opvoeding van het Joodse kind. Dit belangrijkste feest van Israël wil een sfeer scheppen in het Joodse gezin die de kinderen zal bijblijven als een bijzonder beleven. Want een kind kan het leren: je één maken met een gebeuren dat is geschied, de uittocht uit Egypte. Omdat het feest van Pascha een vraag en antwoordspel is tussen de vader en het kind “waarin is deze avond anders dan de andere avonden?” vraagt het kind. En dan gaat vader vertellen: de haggada vertelling: dat elke generatie zich moet beschouwen alsof mens zélf uit Egypte uittrok… want er is gezegd: “En op die dag zult gij uw zoon uitleggen: Dit is ter wille van wat de Here mij heeft gedaan bij mijn uittocht uit Egypte” {Ex.13 vers 8}. Niet slechts onze vaderen verloste de heilige, maar ook ons verloste Hij {samen!} met hen, zoals gezegd is:”en ons dééd Hij uittrekken” {Deut.6 vers 23}. Zouden wij het dan niet kunnen leren? Het is de wijze van het zich één maken met wat toen gebeurde, wij moeten ons op dezelfde wijze geheel en al één weten in de uitopstanding van Christus Jezus, met de uittocht, wég van tussen de doden uit. Ook ons dééd Hij uittrekken in Zijn uitopstanding, in Zijn uittocht uit de doden. Wat Israëls heilsgeschiedenis betreft: alleen daarin is Israël te herkennen als het volk van God. Dit is het wezen van het Jodendom. De Messias heeft Zich vereenzelvigd met die weg die Israël als volk moest gaan. Inderdaad, Messias en volk zijn tot één geworden! Een waarborg dat eenmaal de Torah uitgaan uit Sion, en het woord van God uit Jeruzalem. Want hun aanneming zal pas werkelijk LEVEN UIT de doden zijn. In Ps.114 wordt het hele scheppingsgebeuren er bij betrokken. Ook de Psalmdichter maakt zich één met dat grote gebeuren dat voltooid is: van de Uittocht ut Egypte tot de grote Uittocht uit de volken, de wederaanneming van Israël. De meeste vertalingen blijven echter maar een beetje sudderen… in dat verre verleden… en dan is het niet veel meer dan een oud stukje historie..verleden tijd. Martin Buber vertaalt Ps.114 in een o.i. betere en vrije vertaling: de eerste 4 verzen staan in de verleden tijd, want de uittocht uit Egypte is geschied. Nogal vanzelfsprekend zeggen we dan… de uittocht is immers verleden tijd! Maar Hebreeuws gedacht betekent het veel méér: het gebeurde is geschied… en dan begint het pas, en gaat het door in verleden heden en toekomst. Daarom gaat de dichter in Ps.114 vers5 over in de tegenwoordige tijd en herhaalt dezelfde woorden. Het verleden tijd wordt tegenwoordige tijd. Hij maakt zich één met wat toen gebeurde bij de uittocht uit Egypte; hij is er nu zelf bij betrokken. Ook het natuurgebeuren is er weer bij betrokken “Wat was er, o zee, dat gij vluchtte? Gij Jordaan, dat gij u achterwaarts wendde? Gij bergen, dat gij als rammen opsprong, gij heuvelen, als lammeren” {Ps.114 vers 5}. In het geschiedende gebeuren van God doet heel de schepping mee in blijde jubel, maar ook in oordeel en gericht. Want de geweldige machten, die onbedwingbare krachten van de chaos, de”tohoe wa bohoe”, door de god dezer eeuw en de wereldmachten veroorzaakt. En steeds weer is er in de geschiedenis van Israël bevrijding uit en weg van die machten die het volk Gods willen vernietigen. De Psalmdichter heeft zich één gemaakt met dit voortgaande handelen van God. Neen, het is geen historie of oude vaderlandse geschiede is, maar een dynamische geschiedend gebeuren van God in woorden en daden. Het woord “geschiedenis” zoals wij dat verstaan en toepassen, komt in die zin dan ook niet voor in het Hebreeuws. De betekenis van heilsgeschiedenis wordt uitgedrukt met de meervoudsvorm van “dabar” {woord en daad zijn één}, “debarim”, d.w.z. dat het geschiedende gebeuren van God een geschiedenis is “in woorden en daden” Vandaar ook de lofzang in de Schriften: “Ik zal de daden des Heren gedenken”. En op het Pinksterfeest, het feest der weken, worden de grote daden Gods verkondigd. In woorden en daden die één zijn. Omdat God één is en daardoor uniek! In de laatste verzen van Ps.114 worden de machtsstructuren van deze boze eeuw ontwapend en openlijk tentoongesteld. Het geschiedend gebeuren van God doet de machten wankelen, doet de aarde waggelen als een beschonkenen: “Krimp ineen aarde, voor het aangezicht van de Heer, voor het aangezicht van de God van Jacob”. Want de bulderende zee, de onstuimige rivieren, de bergen en de heuvels zijn die schijnbaar onbedwingbare wereldsystemen, die de mensheid in de slavernij van het doemdenken stort en daardoor in de chaos. Want de uittocht uit Egypte betekent voor álle tijden: uittrekken uit die macht van het doemdenken; je niet schikken in het noodlot, maar meedoen met het geschiedende gebeuren van God. We gaan de lijnen doortrekken naar Paulus, naar de grote verborgenheid, die hij heeft bekend gemaakt voor de tussen tijd waarin wij leven. Een tijd waarin God zwijgt en toch doorgaat met Zijn heilsplan in woorden en in daden. We kunnen dit lezen in Efe.1 vers 19-23. Het is de grote uittocht, de uit opstanding van Jezus Christus, weg van tussen de doden uit. Toen Jezus met de Zijnen op de berg der verheerlijking was, verschenen Mozes en Elia. Ook zij verschenen in heerlijkheid, en spraken met Jezus over Zijn uitgang, Zijn uittocht uit Jeruzalem. Pesach en Pasen; Uittocht en Uitopstanding.  Voor de Gemeente die Christus Lichaam is, is het de uitopstanding, het één maken met het grote gebeuren dat al voltooid is. Jezus Christus is opgewekt uit de doden en opgestaan. Dat betekent: weg van tussen de doden uit. Samen met Hem tot voltooiing gebracht of, de vereenzelviging tot volheid gebracht, opgenomen in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde. Dat betekent in de zg. verborgenheidbrieven van Paulus: leven uit het door Hem voltooide werk, door de kracht van Zijn opstanding. Dan wordt “leven in de tussentijd” een beleven van Gods aanwezigheid hier en nu. Ps.114 vers 7-8: Gij aarde, beef voor het aangezicht des Heren, voor het aangezicht van de God Jacobs, dat de rots veranderde in en waterplas, de keisteen in een waterbron. De ontmenselijkende machten worden ontwapend, machteloos gemaakt door de God van Jacob. Dan wordt het onmogelijke mogelijk gemaakt. Zelfs het stenen hart van Israël, zo hard als een keisteen, wordt veranderd in en hart van vlees, in en bron van lévend water. “Leven in de tussentijd” wil ook leren méé te doen, opgenomen te worden en koers te houden in dat geschiedende gebeuren van God, wat geen onderbreking kent. Durf te leven, uit het door Hem voltooide werk, als de Nieuwe Mens, opgenomen tot in Christus Jezus. Laat je geen slavenjuk meer opleggen, waardoor dit volle heil in Christus aan je voorbij gaat. Anders ben je, evenals Israël, je identiteit kwijt. De identiteit van de Nieuwe, in Christus voltooide Mens. De drie eerder genoemde kernbegrippen waar het in de heilsgeschiedenis om gaat zijn; 

  1. Uittocht uit Egypte: weg uit de slavernij van de wereldse machtsstructuren. 
  2. Doortocht in de woestijn: voor het volk van Israël ook een tussentijd, een tijd van toebereiding. 
  3. Intocht: in het beloofde land.

En voor de toekomende aioon: de grote uittocht uit de volken: Israël bijeenvergaderd uit alle volken. Dat betekent eerst ten volle: Leven uit de doden! Dan zal Christus, als het Koninkrijk der hemelen manifest wordt, opnieuw van de vrucht van de wijnstok drinken; het is de volle vervulling van het Pascha. De uittocht uit de volken zal de grote intocht zijn in het beloofde Land. Met als slotakkoord de volle vereenzelviging van de Messias en het volk. En nu de uitopstanding: ook dit willen we Hebreeuws invullen. Uittocht –  Doortocht – Intocht.

Uittocht:

Uitopstanding, weg van tussen de doden uit. Nu reeds, in dit leven; “Ontwaakt gij die slaapt en sta op uit de dood, en Christus zal over u lichten”.

Doortocht:

Het leven in de tussentijd. De oude mens afgelegd hebbende. Toebereiding tot de voltooiing in Christus. Opwassen tot een volkomen vereenzelviging met Hem. Inderdaad een doortocht tot in Christus, de nieuwe, de voltooide Mens. Samen één met Christus, samen levend gemaakt zijnde met Hem en samen met Hem gezet zijnde in de hoogste hemelen, het overhemelse, dat de hemelen en de aarde doordringt. Samen met Christus gezet zijnde in de Rechterhand van Gods.

Intocht:

De grote intocht. We gaan immers uit van de drie grote kernbegrippen: Uittocht – Doortocht – Intocht! Vreemd eigenlijk, we komen, vooral in het huidige denken niet verder dan de “doortocht”, d.w.z. niet verder dan het leven “hier en nu”, het leven in de tussentijd. Daarom ook, na de doortocht in de tussentijd, een “intocht”. Als de loop ten einde en het tijdstip van de ontbinding aanstaande is, nl. de losmaking naar Boven {analuoo} uit dit lichaam waarin de dood huist. Naar Boven, tot in de rechterhand des Vaders; een intocht tot in de hoogste hemelen. “Ik jaag er naar” zegt Paulus, “of ik het ook grijpen mocht, de prijs der roeping Gods die Boven is, in Christus Jezus”. Paulus jaagt naar de totale vereenzelviging met Christus in Zijn dood en uitopstanding. Zó dienen de Schriften en ook de grote verborgenheid aan Paulus bekendgemaakt, o.i. Hebreeuws ingevuld te worden. Dat heeft niets te maken met de zg. vergeestelijkingstheorie, maar alles met de God van Israël, Die Eén en uniek is! Zij die de roeping en taak van de Gemeente, het Lichaam van Christus verstaan, zullen daaraan toevoegen: Als de uitopstanding geen werkelijkheid is, dan is het samen met Christus gezet zijn in de hoogste hemelen, om alles in het heelal tot volheid te brengen, slechts een fictie. Dan hebben theologen van nu gelijk dat alle hemel – theologie nu maar ingewisseld hebben voor een aardse theologie. Van een “zalig hemels paradijs” nu naar een gezellig “aards paradijs”, maar nu echt menselijk, “een hemeltje op aarde”. Maar wat is het adembenemend als je het zo mag inzien; Nu het Woord geschied is, met Pesach en Pasen {met uittocht en de uitopstanding} is de vrede van Sion voor alle volken. Straks voor Israël én de volken. Maar daar moet weer aan toegevoegd worden, dat wat de Gemeente die Christus Lichaam is, betreft, deze nu reeds leeft, samen met Christus levend gemaakt zijnde en samen met Hem gezet zijnde in de hoogste hemelen. Die weg naar de voltooiing moet je gewoon gaan. Las een kind beginnend met het onderwijs van de Torah, met het vraag en antwoordspel bij de viering van het Joodse Pascha in het Joodse gezin, en dat uit te groeien naar de volwassenheid, in Hem voltooit worden, door het onderwijs van Paulus betreffende de grote verborgenheid, bekend gemaakt in de tussentijd, die schijnbare onderbreking in het geschiedende gebeuren van God. Op weg naar en volkomen eenwording met Christus, als een voltooide, nieuwe mens. Dan wordt “leven in de tussentijd”, een beleven van de allesovertreffende genade van God. Zoals bij de uittocht uit Egypte, is ook bij de uitopstanding van Christus van tussen de doden uit het natuurgebeuren er weer bij betrokken: diepe duisternis en een grote aardbeving bevestigen mede wat de apostel Paulus en Efeze 1 zegt: nl. dat Jezus Christus “naar de werking van de sterkte van Zijn macht van tussen de doden uit is opgewekt”. Dat is ten volle het verhaal van de Levende; van het gebeurde dat voltooid is, van de grote uittocht die in de eersteling Christus begonnen is. Opdat wij reeds nu leren te leven uit de door Hem voltooide kracht van Zijn opstanding. Dit zijn dynamische woorden. Maar hoe kan het anders? “Want de gehele volheid van God” heeft zich belichaamd in de Mens Christus Jezus. En allen die willen leven uit het door Hem voltooide, hebben die volheid verkregen in Hem {Kol.2 vers 9-10}. Dit zijn inderdaad woorden om mee te leven in deze tijd. Om mee op weg te gaan naar de grote voltooiing van het geschiedende gebeuren van God in woorden en daden. Wat weerhoudt steeds weer de gelovige om vanuit dit voltooide te leven? Waarom durven we het niet aan, die alles overtreffende en overweldigende rijkdom van Gods genade? Of kunnen wij er niets mee doen in deze “tussentijd”, in onze geseculariseerde wereld van vandaag? Is het te hoog gegrepen. De bekendmaking van de grote verborgenheid, de onthulling er van in de tussentijd wil ons zeggen; “mens, durf te leven”. Durf te leven uit die Volheids Gods, die je hébt verkregen in Hem. Want God acht Zich niet te hoog om gewoon menselijk met ons om te gaan. Daarom is “leven in de tussentijd” méédoen met het geschiedende gebeuren van God, d.w.z. je moet er hart voor hebben. Je moet “lef” {Hebr. voor “hart”} hebben om die weg te gaan. Is dit klare taal of niet? Laten we besluiten met Ps.8 vers 5 “Wat is de mens dat Gij zijner gedenkt”? Of zoals M. Buber vertaalt: “Wat is het mensje dat Gij zijner gedenkt? Dat mensje van God, bijna goddelijk gemaakt? Toch zijn we slechts een ademtocht. Mensje van God, durf te leven uit die overweldigende rijkdom van Zijn Genade.

Hebt u er iets van begrepen?

Of heeft het u gegrepen/

Want de heilsgeschiedenis van God is een geschiedend gebeuren in woorden en daden die één zijn, want de Eeuwige, onze God, is Eén!

Dit artikel is in 1983 versschenen in het studieblad “Bijbels denken” .

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

406173 bezoekers sinds 07-06-2010