Koning

22-09-2010 door Joop Neven

Het Hebreeuwse woord voor koning is “melech” en betekent van huis uit “raadgever” We komen dat bijvoorbeeld tegen in “Abimelech” {mijn vader is koning}, in “Melchisedek”, in “Moloch”.De Koning als raadgever is degene, die het volk aanwijzingen geeft en op die manier leiding geeft. Hij is dus niet zozeer heerser, maar raadgever. Hij leidt het volk op wegen, die ze uit zichzelf nooit zouden bedenken. Dus de Koning is oorspronkelijk de God, die meetrekt; Het begrip Koning is dus oorspronkelijk een relatie – begrip. Een koning duidt een relatie aan. Bijbels gezien is een koning, die ongenaakbaar op zijn troon zit, dus ondenkbaar. Een koning, die zich nooit met zijn mensen bemoeit, ís in bijbelse zin geen koning. Een koning, die alleen maar omhoog komt over de ruggen van zijn onderdanen ís geen koning. Vandaar dat je in de Bijbel nogal een tegenkomt: de bestrijding van het heidense koningschap. Het boek Richteren staat daar bijvoorbeeld vol van. In de Bijbel heeft de ware koning niet zozeer een troon als wel een weg. In het Hebreeuws is er een woordspelling tussen het woord “koning”{melecht} en het woord “gaan” {halach}.Een koning is altijd iemand, die gáát, die mét zijn mensen gáát, die voor zijn mensen uitgaat.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Pinksteren

Pinksterfeest De dag begint zoals alle gewone dagen. Het dorp komt langzaam op gang. Mensen ontwaken en gaan op weg of blijven thuis, net waar het leven hen roept. Het belooft een mooie dag te worden. De zon krijgt alle ruimte. Een blauwe lucht, hier en daar wat wolkjes, maar verder is de hemel open. […]

529333 bezoekers sinds 07-06-2010