Knielen op een spijkerbed

28-05-2010 door Huib Neven

Weinig romans hebben ons land zo in de greep genomen als ‘Knielen op een bed violen’ van Jan Siebelink. Hoewel de schrijver ook in zijn voorgaande boeken gewone mensen liet uitgroeien tot wonderlijke personages die losraken van de werkelijkheid, heeft hij met dit verhaal wel erg veel gevoelige snaren beroerd.

Nu is er een toneelstuk van het boek gemaakt en dat mag zich eveneens in een grote belangstelling verheugen. Ik heb nog nooit zoveel bekenden bij een voorstelling gezien.

En terecht. Het ingeleefde spel van de acteurs, en niet te vergeten hun ingetogen meerstemmige zang van psalm 119, maakten op mij tenminste diepe indruk.

 

Eerst maar even kort de verhaallijn, om het geheugen op te frissen.

Na een verkreukelde jeugd met moederliefde en vaderangst verlaat Hans Sievez op vrij jonge leeftijd zijn geboortedorp om in Den Haag een eigen bestaan op te bouwen. Daar komt hij onder invloed van de godsdienstfanaat Jozef Mieras. Zalvend en geraffineerd palmt deze de zoekende en zachtaardige Hans in, zoals een spin zijn prooi inkapselt.

Even lijkt de ban gebroken als hij trouwt met zijn jeugdliefde Margje. Op haar initiatief (bij Siebelink zijn de vrouwen altijd het sterkst) koopt hij een tuinderij in Velp. Als er een zoon geboren wordt, lijkt niets het ongestoord geluk van het jonge gezin in de weg te staan.

Maar Mieras laat niet los en brengt een paar zware, zwarte, spijkerharde medebroeders in stelling. Gedrieën weken ze Hans stap voor stap los van zijn gezin en trekken hem steeds dieper de wereld van mystieke donkerte in, waaruit de kans op redding kleiner is dan die van een drenkeling die te lang in het water heeft gelegen.

Het wordt voor Hans een zware tweestrijd, heen en weer getrokken tussen enerzijds de liefde van en voor Margje en anderzijds de onweerstaanbare aantrekkingskracht van de schijnheilige insluipers. De oudste zoon Ruben speelt de wanhopige rol van middelaar. Hij houdt van zijn moeder, maar heeft ook een onverklaarbare bewondering voor zijn vader, vooral nadat hij getuige is geweest van de Samuëliaanse Godsontmoeting die zijn vader tussen de zonnebloemen achter in de tuin heeft.

 

Als lezer van het boek en kijker van het stuk wordt je keel bij tijd en wijle toegeknepen en wil je Hans toeschreeuwen dat hij bij zinnen moet komen. De jongste zoon Tom vertolkt die gevoelens van machteloze woede. In een dronken bui gooit hij zijn frustraties van niet geaccepteerd zijn eruit en schreeuwt zijn vader toe wat hij in het gezin heeft aangericht. ‘Pappa, echt, je kunt doodvallen’. Het beklemmende dieptepunt van het verhaal wordt bereikt aan het einde van Hans’ leven. De zwartjassen staan om de stervende heen en wrijven hem in dat hij ‘onder de vloek van de overtreden wet ligt’. Een sterfbed, scherp en gruwelijk als een spijkerbed. Elke mogelijkheid van troost wordt rigoureus afgesneden als de mannen Margje en Ruben verbieden in de buurt van hun stervende man en vader te komen.

 

Waarom spreekt dit zwartgallige verhaal zoveel mensen aan? Komt het omdat bij al die lezers  een sluimerend verleden van zware orthodoxie en angst voor hel en dood wordt opgeroepen?

Dat zal ongetwijfeld bij een aantal lezers een rol spelen, maar het kan nooit een verklaring zijn voor het wijdverbreide succes van de roman. We moeten daarvoor verder kijken dan de anekdotische laag van het verhaal. Het thema is universeler.

Het gaat hier om een man die geen genoegen kan nemen met de werkelijkheid zoals die zich aandient. Al in zijn jeugd verloor hij zich in buitenwerkelijke fantasieën. Tuin en gezin zijn voor hem te beperkt, te aards, teveel hiernumaals. Hans wil hoger en verder reiken naar iets dat uitstijgt boven het alledaagse. Hij komt daarmee in een geweldig spanningsveld: aan de ene kant zijn werk en gezin, die hem lief maar niet genoeg zijn, aan de andere kant de roep en de onbereikbaarheid van die andere wereld. Aan die spanning gaat hij ten onder.

Dat is inderdaad een romantische idee, passend in het werk van Siebelink.

Maar het is ook een bijbelse gedachte. Een radicale keuze die haaks staat op het geordende bestaan. ‘Wie vader of moeder liefheeft boven mij….’

 

De enige bevrijding uit die impasse reikt de schrijver ons aan in het motto van zijn boek:

‘….en had de liefde niet…’(1 Cor. 13)

Dat is knielen op een bed van rozen

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391322 bezoekers sinds 07-06-2010