Kerstmis voorbij

28-10-2010 door Huib Neven

Een goede vriend, begaan met mijn lot om steeds weer een ander onderwerp te moeten bedenken voor een column, bezorgde mij na de kerstnachtdienst het boekje ‘Zin en onzin van Kerstfeest’ van dr. J.J. Buskes. Dominee Buskes, wie kent hem nog? De “rode dominee” die geen blad voor de mond nam, niet in de kwestie Geelkerken, niet in politieke kwesties, niet over de Duitse bezetting, niet over de politionele acties in Indonesië… Ik hoor nog voor de radio zijn warme, bewogen spreekstem, waarnaar je wel moest luisteren, of je wilde of niet. Radicaal was hij in zijn woorden en daden (hij ontsnapte net aan Dachau en kwam in het gijzelingenkamp terecht), maar hij wist die radicaliteit ook te relativeren. Hij kende in zichzelf de menselijke beperktheid als het gaat om veranderingen in de samenleving. Ik herinner me het volgende verhaal van hem. Hij had gepreekt over de rijke jongeling. Thuisgekomen na de dienst werd hij gebeld door een radeloze mevrouw. “Dominee, mijn zoon was bij u in de kerk en hij wil nu alles wat we hebben weggeven aan de armen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van uw preek?”  De dominee schrok. Wilde hij dat echt? “Ik probeer hem wel tot andere gedachten te brengen,” antwoordde hij. En zo moest dominee Buskes het gas dat in de preek voor zoveel overtuigingskracht had gezorgd weer terugnemen. Voor zijn gevoel had hij de schat in de hemel, die aan de rijke jongeling was beloofd en toekwam aan de jongen die de woorden van de preek in daden wilde omzetten, weer verkwanseld. Een soort machteloosheid tegenover je eigen radicaliteit.

Iets dergelijks komen we in bovengenoemd boekje tegen. Eerst geeft ds. Buskes aan hoe het christelijke Kerstfeest is verwaterd. ”De christelijke wijn werd hoe langer hoe meer gemengd met heel gewoon werelds water. De idylle won het van het mysterie. De vertedering van het geheim. O Tannenbaum, o Tannenbaum!” Maar dan ook hier de onmacht om het tij te keren. Met veel zelfkennis en cynisme geeft Buskes toe dat het onbegonnen werk is je te verzetten tegen de secularisatie van ons Kerstfeest. “Tegen de macht, bijna had ik gezegd: de dictatuur van 25 december, kan niemand op. (…) Ik zal uw kerstfeest  niet verknoeien. Waarom zou ik? Het lukt toch niet en ik doe immers zelf mee. Laten we ons niets wijsmaken. Wie protesteert is een kniesoor en voordat hij het weet een farizeeër. Ik bedank er ‘feestelijk’ voor een kniesoor en een farizeeër te zijn. (…) Ik ga geen roet gooien in de kostelijke en kostbare maaltijd van de kerstavond. Eet smakelijk, ik doe het ook. Zing vrolijk, ik zing mee. Wees een beetje vertederd, ik ben het ook. Een kaarsje, een klokje en een kerkje.”

Het was in de zestiger jaren dat Buskes dit schreef. Bijna vijftig jaar later is er niets veranderd. Integendeel. Het Kerstfeest is een verlengde versie van het Sinterklaasfeest geworden. Ze gaan naadloos in elkaar over. De kniesoren en de farizeeërs hebben er al lang het zwijgen toegedaan. Zo niet de BN’ers, waar we er tegenwoordig meer van lijken te hebben dan van gewone Nederlanders. Zij (ik bedoel die BN’ers) mogen in alle kranten en tijdschriften lucht geven aan hun gevoelens voor het Kerstfeest. Ze vinden het zo heerlijk romantisch en worden er van binnen zo lekker warm van. Buskes zou Buskes niet zijn als hij in hetzelfde boekje na zijn cynische uiteenzetting over  het geseculariseerde Kerstfeest, niet de werkelijke zin van het Kerstfeest uit de ‘doeken’ doet. Van dat verhaal word je pas echt warm.

Ik realiseer me dat ik precies 20 jaar geleden op deze plek over hetzelfde onderwerp schreef. Laat ik het mezelf voor het slot van dit stukje makkelijk maken en citeren uit eigen werk (je kunt ook zeggen: hij begint zichzelf te herhalen):
“Het wordt voor de kerk steeds moeilijker om de diep vreugdevolle noties van het Bijbelse Kerstfeest te laten doorklinken in “een cultuur die het materiële is gaan stellen boven het spirituele”. (De koningin in haar kersttoespraak.)  Misschien moet de kerk 25 en 26 december maar prijsgeven en overlaten aan de pseudo-romantische, commerciële, gezellige, oppervlakkige, sfeergevoelige kerstfeestvierders en uitwijken naar een andere datum, waar meer plaats is voor een Kind in een stal, voor een verweesd kind tussen het puin van een Joegoslavische stad, voor… ”

Die jonge kerkganger van ds. Buskes zou zich hierin wel kunnen vinden, denk ik.

 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

406064 bezoekers sinds 07-06-2010