Jakob was een oprecht man

22-10-2014 door Joop Neven

En daarna kwam zijn broeder tevoorschijn, wiens hand Esaus hiel vast­­hield” {Gen.25:26}.

Van Jakob word gezegd, dat hij tam was. Voor volmaakt staat in het Hebreeuws tam. Dat betekent eigenlijk gaaf.  Het NBG wist daar klaar­­­­blij­kelijk niet goed raad mee en vertaalde met hui­selijk, een hui­se­lijk man. Maar er staat dus gaaf, volmaakt. Kennelijk omdat hij in tenten woonde, hebben ze er huiselijk van gemaakt. Of ze dachten: het is een bedrieger, die kan nooit gaaf zijn. De SV heeft dit juis­ter ver­­taald met: Jakob was een oprecht man, in plaats van een huiselijk man. Dat woord tam betekent in de boeken van Mozes, een man uit één stuk. Je hebt ook het Hebreeuwse woord tamim en dat bete­kent, totaal. Tam is één­vou­dig, niet ge­compliceerd, uit één stuk. Zo heeft men bij Ja­kob al gauw de asso­ci­a­tie, dat het een bedrieger, een gespleten man was. Maar het was juist het omgekeerde. Die naam Jakob betekent vasthouder. En dan wel Vast­hou­der in de positieve zin, Ja­kob moest zijn broeder vast­houden. De diepste roeping die Jacob zal ontvangen is, om zijn broeder vast te houden, dat doet hij al bij de geboorte. Het heil van de volkeren {Esau} is dat Jacob ze vasthoudt.

Reeds bij de geboorte hield hij Esaus voet vast. Dit wordt dan vaak ne­­­ga­tief uitgelegd, hij wordt er dan van beticht een hiellichter te zijn. Maar hij was dus oorspronkelijk: hielvasthouder.

 

 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Pinksteren

Pinksterfeest De dag begint zoals alle gewone dagen. Het dorp komt langzaam op gang. Mensen ontwaken en gaan op weg of blijven thuis, net waar het leven hen roept. Het belooft een mooie dag te worden. De zon krijgt alle ruimte. Een blauwe lucht, hier en daar wat wolkjes, maar verder is de hemel open. […]

529677 bezoekers sinds 07-06-2010