Israël

28-05-2010 door Huib Neven

Sinds kort mogen mijn vrouw en ik ons scharen in de rij van Israëlgangers. Achterin weliswaar, want iedereen lijkt er al geweest te zijn. Onze enthousiaste verhalen roepen in plaats van bewondering herkenning op: Ben je daar ook geweest en heb je dat niet gezien? Voor de meeste mensen weinig nieuws dus. Toch maar een paar indrukken.

Eerst het meer van Tiberias dat zich spiegelglad koestert in de warmte en tussen de heuvels. Als je die afdaalt over een smal pad in het gras of als je in een houten bootje op het water dobbert, waan je je 2000 jaar terug. Oude verhalen worden tot leven gewekt. Je hoopt zo’n plotseling opstekende storm mee te maken. Even lijkt het erop. Boven de heuvels verschijnen zandwolken en het water wordt onrustig. Maar daar blijft het bij. Er hoeft geen storm gestild te worden deze keer. In ieder geval niet op het water… ik kan niet in het hart van de groepsgenoten kijken.

Een tocht door de Golanhoogte toont ons een bergachtig gebied met een weelderige vegetatie van acacia’s, eucalyptusbomen en meestal niet wuivende palmen. Alles uitbundig opgevrolijkt door gele brem, rode klaprozen en veelkleurige bougainville. Bruisende beken en watervallen zorgen voor veel groen en sturen hun water naar de altijd dorstige Jordaan. Er schijnen jakhalzen, everzwijnen, arenden en gazellen te bivakkeren, We zien alleen een zwijnenechtpaar dat gevolgd door een reut jongen een pad overdribbelt.  Het laatste kleintje heeft moeite de aansluiting te bewaren. Een paradijselijk landschap… als je niet beter weet. Maar we weten beter: mijnenvelden, militaire bewegingen en afwachtende buurlanden. Een vredige streek, maar zwanger van oorlog en dreiging.

Jeruzalem blijkt echt te bestaan. Een ommuurde stad waar de zon lijkt neergedaald in de vorm van de gouden bol van de Rots Koepel. We dalen de olijfberg af. Dan eerst naar de stille hof van Gethsemane. Hier zetten oeroude, knoestige olijfbomen de tijd terug naar het uur van de waarheid. Klaprozen als bloeddruppels vertellen sprakeloos hoe op deze plek, terwijl iedereen sliep, de wereldgeschiedenis kantelde. In de kleine straatjes van de Via Dolorosa brengen handelaren opdringerig hun toeristische waar aan de man. De uitgestalde, “originele” doornenkronen en een passerende kruisdragende processie herinneren eraan dat Jezus ook deze weg is gegaan.

Een mengelmoes van rassen en geloven is Jeruzalem. Alles leeft naast en langs elkaar, nauwelijks met elkaar. Ieder lijkt zijn eigen manier te hebben om met zijn God in het reine te komen. Bij de Westelijke muur (klaagmuur is niet het juiste woord) raak ik in verwarring. Je stapt de wereld binnen van het ultra-orthodoxe Jodendom. Zwarte hoeden, zwarte jassen, sommigen met pofbroeken en witte kousen. De een staat in stille concentratie met zijn hoofd op zijn arm tegen de muur. Anderen zijn vol overgave in gebed, terwijl hun bovenlichamen als halmen in de wind heen en weer bewegen. Weer een ander wiebelt op zijn stoel, verdiept in de heilige boeken. Groepjes mannen zijn in gesprek. Waarover zou het gaan? Alles even ernstig. Kleine jongens met hoed of keppel en pijpenkrullen staan erbij of bidden en lezen mee, vaak wat minder geconcentreerd.

Is dit wettische vormendienst? Bidt men hier plaatsvervangend voor de hele wereld? Of klaagt hier een volk, omdat het uitverkoren zijn in de loop der eeuwen wel een erg hoge prijs heeft gevraagd?

Ik zoek maar geen antwoord. Zeker niet na het bezoek aan Yad Vashem, het museum ter herinnering aan de Holocaust. Wat moet je zeggen op de plek waar de namen van de anderhalf miljoen vermoorde kinderen worden voorgelezen? Wat moet je zeggen als je in de sombere zalen de gruwelijkheden van Nazi-regime aan je voorbij ziet trekken? De massagraven, de getto’s, de lange rijen voor de gaskamers. Wat moet je zeggen als je ziet met wat voor duivelse systematiek de uitroeiing van het Joodse volk ter hand werd genomen. En je doet er al helemaal het zwijgen toe als je weet hoe de hele wereld de andere kant op keek. (Voor de vele helden die dat niet deden is bij het museum terecht een boom geplant).

Als je alle zalen met steeds verder dichtgeknepen keel bent doorgegaan en het spreken je helemaal vergaan is, ben je ineens buiten en opent zich een prachtig vergezicht over het Israëlische heuvelland.

Mag dit volk daar nu alsjeblieft een plekje hebben.

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

397297 bezoekers sinds 07-06-2010