Israël

26-07-2015 door Joop Neven

Wat is de betekenis van het woord “Israël”? Is het een volk, een staat, een instituut? De naam “Israël” komt voor in Genesis 32 vers 29, wanneer Jacob een strijd levert met die “man”. Als de strijd voorbij is noemt Jacob deze plaats Pniël, en hij geeft er zelf de verklaring voor, door te zeggen dat hij God daar “van aangezicht tot aangezicht” heeft gezien. Deze man valt Jacob aan en het komt tot een heftige worsteling. Als de engel dan ziet dat hij Jacob niet kan overwinnen, nadat de strijd de hele nacht geduurd heeft, sloeg hij Jacob op zijn heupgewricht. Dan zegt hij tegen Jacob dat deze hem moet laten gaan, waarop Jacob de bekende woorden spreekt:“Ik laat u niet gaan, tenzij gij mij zegent”. En in plaats van die zegen horen we dan dat de man Jacob vraagt naar zijn naam, waarop Jacob zijn naam noemt. De man, de engel van God zegt dan: “Uw naam zal niet meer Jacob luiden, maar Israël, want gij hebt gestreden met God en mensen, en gij hebt overmocht.”{Gen. 32 vers 28}.

Het Hebreeuwse woord “saritha” betekent zowel “heersen” of  “als heer uit de strijd komen” En in het woord, in de naam “Israël” is juist dit “sar” de stam; het “heer zijn” – in het heersen- dus, met de naam van God als “El”. Israël zou dus als derde persoon gezien kunnen worden: hij strijdt, met God boven en met de mens beneden, en hij heerst. Hij behaalt de overwinning in de strijd om datgene waar het eigenlijk om gaat.

De engel raakt Jacobs heupgewricht aan, waardoor het ontwricht raakt. Iedereen die Jacob nu tegenkomt kan zien dat hij weliswaar de naam Israël gekregen heeft, maar dat hij voortaan een hinkende gang heeft. “Daarom eten de Israëlieten tot op heden de heupspier niet, die op het heupgewricht ligt, omdat Hij Jacob op het heupgewricht, aan de heupspier, geslagen had. { Gen.32 vers 32}. Het woord “heup” is in het Hebreeuws jerech, het heupgewricht heet kaf-jerech en “hinken” is tsola. En met het woord jerech wordt ook “nakomeling” mee aangeduid: een “nakomeling” is namelijk een jotse jerech, een “uit de heup voortgekomen”. Bij de eedafleggingen zien we in de Bijbel {Gen.24 vers 2-3} dat degene die zweert zijn hand op de heup legt van degene tegenover wie de eed wordt afgelegd. De heup is dus de plaats waaruit het nageslacht voortkomt en waarvandaan ook het vorm worden en de lichaamswording komt. Het hinken, wijst er dan ook op dat er nog geen evenwicht is. Het hinken is een verwijzing naar beide zijden van de mens. De “man” heeft Jacobs heupgewricht aangeraakt, en ontwricht en hem als Israël ertoe veroordeeld om voortaan hinkend door de wereld te gaan. De kinderen Israëls “eten” daarom de zenuw van de heupspier niet, “tot op de huidige dag” {Gen. 32 vers 32}. Het woord “eten” is in het Hebreeuws ochel, en dat betekent eigenlijk “iets voleindigen”.  Zoals het eten wordt opgenomen in het in het lichaam, zo spreekt het woord in het Hebreeuws ervan dat datgene wat mens in het leven opneemt ook tot een deel van dat leven wordt. Israël neemt dus deze spier niet in het leven op: het blijft iets wat men niet als einddoel ziet. In de toekomst zal met de nieuwe hemel en de nieuwe aarde ook dat Israël verschijnen waarin leven en dood, het verborgene en dat wat verschijnt gelijk zijn, waar beide zijden dus ook als gelijk verschijnen. Het hinken van Israël zal dan verleden tijd zijn. De wederkomst is nodig om dit evenwicht ook hier te kunnen beleven.

Wij nu hebben deze eenheid in Christus nu al ontvangen, Hij het Hoofd, wij het Lichaam. In de bedeling van de verborgenheid is God bezig om een gemeente te vormen, Hij het hoofd wij de leden van het Lichaam. Het hinken op twee gedachten is verleden tijd, “..en u één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, één Here, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen” { Efe.4 vers 3-5}. Deze eenheid is aanwezig in het Lichaam van Christus, dit Lichaam zal eens getoond worden aan de schepping, opdat de wereld ziet wat een liefde en heerlijkheid Christus brengt. In de voleinding van alle dingen zal de verheerlijking openbaar zijn en de blijdschap volmaakt. Want dat is de vreugde van de Vader, als Zijn al kinderen thuis gehaald worden. Want de vreugde van God is, de thuiskomst van de gehele schepping. Geen “hinken” meer, maar “God alles in allen”

 “ Ik verblijd mij over Uw Woord als iemand die rijke buit vindt” {Ps.119 vers 162}.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

390910 bezoekers sinds 07-06-2010