Is Judas een verrader?

12-03-2014 door Dr. K.D. Goverts

Matth.10 vers 4…Judas Iskariot, die hem ook verraden heeft… Het Griekse woord dat in onze vertalingen met “verraden” is vertaald, is “paradous”. Het is een vorm van het werkwoord “paradidomi”. Volgens de studie bijbel heeft dit werkwoord verschillende betekenisnuances.

 

  1. Overhandigen, overdragen.
  2. Overleveren, uitleveren.
  3. Overleveren, overbrengen.
  4. Overlaten, toelaten.

Verraden…de meeste bijbellezers zullen bij het lezen van deze tekst zeggen: kijk, daar wordt het meteen al duidelijk: Verrader!….Het ligt al vast! Maar in de Griekse tekst staat: Overleveren! Hij heeft Hem overgeleverd! Daar ligt één van de misverstanden: dat woord verraden heeft dus meegewerkt aan een groot stukbeeldvorming. Daar door is Judas de geschiedenis ingegaan als de verrader. En we zullen straks gaan zien, dat hij anders gedaan heeft dan verraden, dat heeft hij in ieder geval niet gedaan. Wat hij wél gedaan heeft, daar moeten we proberen achter zien te komen. Judas was dus géén verrader. Maar dat heeft deze vertaling erin gebracht. Hij heeft Jezus overgeleverd. En het punt bij overleveren is nu juist, dat het een woord is met een dubbele betekenis laag. Want overleveren kan betekenen: iemand prijsgeven; je geeft iemand bijvoorbeeld over in de handen van de vijand. Maar overleveren kan een heel positieve betekenis hebben. En die positieve betekenis heeft het ook meestal in de Evangeliën en in de brieven. Zo zegt Paulus bijvoorbeeld in verband met het avondmaal: Ik lever weer over aan u, wat de Heer aan mij overgeleverd heeft. En hier staat hetzelfde woord. Overleveren heeft dus ook te maken met overdracht. Je levert iets over.

Judas gaat Jezus dus overdragen

Matth. 17 vers 22…Terwijl zij samen in Galilea verkeerden, zeide Jezus tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen…

Overgeleverd zegt Jezus hier Zelf. En: overgeleverd in de handen der mensen. En dat heeft een enorme draagwijdte. Dat is ook veel meer dan verraden. Hij wordt overgeleverd in de handen van mensen. Maar dat is nou juist de bedoeling. Je zou haast zeggen: dat is het hart van het Evangelie. Zo krijgen de mensen Hém dus in handen. En zo krijgen ze het heil in handen. Jezus wil toch juist naar de mensen toe? Je zou haast zeggen: Jezus staat helemaal achter die overlevering; lever Mij maar over in de handen van de mensen, dan krijgen ze Mij tenminste. Je zou haast zeggen “thuisbezorgd”. Net zoals de graankorrel in de aarde moet vallen, zo moet Jezus in de handen van de mensen komen. En dan mogen ze inderdaad met hem doen wat ze willen. Daarvoor was Hij er juist. Niet om te zeggen; raak Mij niet aan en blijf van Mij af! Jezus verbleef niet op een onbewoond eiland ver van het aardse gewoel. Jezus zat niet in een ivoren toren. Hij zegt: Kom maar, hier ben Ik. Je mag met Me doen wat je wilt. Hij verdedigt Zich niet; Hij bewaart niet keurig afstand. En Hij blijft liefhebben. Het was dus geen verraad! Het ging juist om dat. Overleveren, om die overdracht. Overleveren, zodat Hij bij de mensen terechtkomt als één van hen. De Zoon des mensen moet overgeleverd worden en zal overgeleverd worden.

Nog een tekst waar datzelfde woord overleveren in voorkomt. Rom. 8 vers 32…Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?.. Daar wordt dus van Jezus gezegd: Hij heeft Zich overgegeven, overgeleverd voor de mensen, voor mij. Ook hier zal niemand op het idee komen om te vertalen. Jezus heeft Zichzelf verraden. Jezus heeft Zichzelf niet verraden; Hij is juist trouw gebleven aan Zichzelf en aan de mensen, tot het einde toe. Zo zien we, dat die vertaling “verraden” helemaal komt vanuit een bepaalde beeldvorming. Nu komen we dan bij het lijdensverhaal. Matth. 26 vers 2…Gij weet, dat het over twee dagen Paasfeest, en alsdan wordt de Zoon des mensen overgeleverd om gekruisigd te worden… vers 14. Toen ging één van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, naar de overpriesters… En dan is het heel vreemd, hoewel psychologisch heel goed te begrijpen: let er eens op wat er gebeurt in preken. Je kunt vele preken horen waarbij mensen zich vereenzelvigen met de discipelen en vooral met Petrus. Als je preken hoort over Petrus, dan is de toehoorder ineens Petrus. We zien Petrus die probeert te wandelen op het water en dan omlaag zinkt en dat zijn wij! Dat zijn wij met ons kleingeloof, met ons vallen en opstaan. En gelukkig is daar de Heer en die staakt ons de hand toe. Zo hebben mensen zich altijd geïdentificeerd met Petrus. Petrus verloochent de Meester, maar gelukkig hij krijgt berouw, hij weent bitter en hij kijkt in de ogen van de Here Jezus en hij krijgt een nieuw begin. Petrus, heb je Mij waarlijk lief? En dan zijn we allemaal Petrus, al eeuwen lang. Maar in geen enkele preek is daar de identificatie met Judas. Je kunt duizend preken horen waarin gezegd wordt: we zijn allemaal zondaars. Maar dat zondaarsschap gaat tot Judas en niet verder. We zijn allemaal zondaars, dus…Zijn we ook allemaal Petrus, daar heeft niemand moeite mee. Die identificatie met Petrus is vaak niet zo moeilijk en met de andere discipelen gaat dat ook nog wel. We zijn ook vaak de twijfelende Thomas. Maar zodra we bij de twaalfde apostel komen, zijn we niet thuis. En dan wordt Judas apart in een hoek gezet. Judas is een boosdoener, maar dat zijn wij niet! Wij zijn wel zondaars, maar niet zo. We distantiëren ons daarvan en zetten Judas in de hoek van de verdoemenis, dat zijn wij niet, dat is hij, dat is er maar één. Opeens trekken we een lijn. En Judas staat aan de verkeerde kant van de lijn en wij met z0n allen aan de goede kant!

Uiteindelijk heb je zondaars en zondaars, verschil moet er wezen. Allen hebben gezondigd, maar die ene, die heeft érg gezondigd. Daar kun je je niet mee vereenzelvigen. Judas bestaat niet, ja die heeft ooit bestaan, maar nu meer. Matth.26 vers 16…En van toen af zocht hij een goede gelegenheid om Hem over te leveren.

En dan komt daar de laatste maaltijd. Jezus zit daar met de twaalven. Het brood wordt gebroken en de beker gaat rond. Matth. 26 vers 21. En terwijl zij aten, zeide Hij: Voorwaar, Ik zeg u, dat één van u Mij overleveren zal..vers25.. het ware voor die mens goed geweest, als hij niet geboren was.{Lett:”Beter niet geboren”}. Daarmee is niet gezegd, dat Judas verdoemd is of voor eeuwig verloren is. Daarmee is alleen gezegd: hier en nu; in het leven hier. Wee is geen dreigement, maar een angstig voorgevoel. Dus Jezus zegt eigenlijk: war erg voor die mens! Wat erg, als je zo moet leven. Z0on leven wens je niemand toe. Wat heeft die man een vreselijk bestaan! Wat is het erg om zo door het leven te moeten. Vlak bij Jezus en toch ook er niet bij. Wat ontzettend voor die mens; dan heb je je bestemming als mens toch totaal gemist.

Overgeleverd

Matth.26 vers 25.. Judas, die Hem overleverde antwoordde: Ik ben het toch niet, Rabbi? Hij zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Matth. 26 vers 45. Zie, de ure is nabijgekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen van zondaren… Opdat Hij zal komen in de handen van de zondaren. Zij moeten Hem in handen krijgen, dan krijgen ze eindelijk het heil in handen. Het uur is gekomen.

Matth.26 vers 46… Staat op, laten wij gaan. Zie, die Mij overlevert, is nabij.

Hoe gaat dat overleveren zich dan voltrekken? Matth. 26 vers 47.. En terwijl Hij nog sprak, zie, daar was Judas, één van de twaalven, en met hem een grote schare met zwaarden en stokken, gezonden vanwege de overpriesters en oudsten des volks. Daar komt hij. Eén van de twaalven! Matth.26 vers 48-49..En die Hem overleverde had hun een teken gegeven, zeggende. Die ik zal kussen, die is het, grijpt Hem. En terstond trad hij op Jezus toe en zeide: Wees gegroet, Rabbi, en kuste Hem. Twee punten zijn hier opvallend. Het eerste is: De kus en het tweede is: de begroeting. Als het hier ging om verraad, dan waren twee punten overbodig! Dar heeft in het kader van verraden ten ene malen géén functie. Verraders blijven altijd in het donker. Iemand die verraad pleegt, zal zich altijd verbergen. En als Judas een geniepige verrader was geweest, dan was hij in het donker van de hof gebleven achter een boom. Een kus was dan totaal overbodig geweest. Tegen de soldaten had hij kunnen zeggen: Daar staat ze en die daar, dat is hem. Hij had ook kunnen zeggen: arresteer de hele ploeg maar, dan ontdek je vanzelf wie de leider is. Bovendien, wat gebeurde er feitelijk: toen ze Jezus arresteerden, waren de andere discipelen in een mum van tijd verdwenen. Die gingen er allemaal vandoor. Het was helemaal niet moeilijk om te weten wie ze moesten hebben. Dar was die Ene, die niet wegvluchtte. Er was dus beslist geen noodzaak, om dat via een kus en een begroeting te doen. Die kus en die begroeting waren dus geen kenmerken van verraad, maar die moeten een andere betekenis gehad hebben. Die kus is de laatste poging van Judas om nog iets te bereiken! Judas doet hier zijn laatste wanhoopspoging. Hij heeft steeds gezien dat er niets gebeurde bij dat woord: Gij zijt de Messias. Toen bij die zalving in Bethanië. En dan bij de intocht in Jeruzalem. En nu denkt Judas. Ik probeer het nog één keer. Ik zet alles op alles, nu gaat het erop of eronder! Ik zal Hem kussen. Ik zal Hem begroeten. En wat zegt Judas in die begroeting?  

Matth. 26 vers 49.. En terstond trad hij op Jezus toe en zeide: Wees gegroet, Rabbi, en hij KUSTE Hem..

En bij de maaltijd had Judas ook al gezegd vers 25 Ik ben het toch niet Rabbi?.. Tot tweemaal toe zegt Judas dus tegen Jezus: Rabbi. Matth. 23 vers 7-8 .. en van de begroetingen op de markten en om door de mensen Rabbi genoemd te worden…..Gij zult u niet Rabbi laten noemen. Want één is uw Meester en gij zijt allen broeders. Jezus had gezegd: “Rabbi” moet je niet zeggen. Tegen niemand, tegen Mij ook niet. Als Judas tot twee maal tot dus zegt Rabbi, en juist in zulke bijzondere situatie, dan is dat puur een uitdaging, hij provoceert. U zegt nou wel: je moet niemand “Rabbi” noemen, maar ik ga u aanspreken als “Rabbi” Judas zegt als het ware: wees nu eindelijk een Rabbi voor ons. Dat heb ik van U al die jaren verwacht. U wimpelt dat wel af, maar ik laat dat niet afwimpelen. Een laatste poging om Jezus uit de tent te lokken. Was het echt nodig om een ploeg soldaten mee te nemen? Natuurlijk niet!: Jezus zegt zelf: Matth. 26 vers 55.. Als tegen een rover zijt gij uitgetrokken. Dagelijks zat Ik in de tempel te leren, maar gij hebt Mij niet gegrepen. Ze hadden hem zo kunnen arresteren. En bovendien: Hij verdedigde Zich toch niet. Dus waarom zoveel manschappen. Ook daar moet Judas een bedoeling mee gehad hebben. Hij heeft ongetwijfeld gedacht: Als Jezus nu al die Romeinse soldaten ziet, zou het dan niet kunnen, net als in de dagen van Gouds, dat de Geest van God over hem komt en dat hij verbolgen wordt in de Geest. Dan zal Hij toch roepen: Vader, geef me twaalf legioenen engelen. Dan zal Hij tot zijn discipelen zeggen: Jongens, ga er tegenaan. Pak ze, sla ze neer, de grote bevrijding gaat beginnen! En Judas, jij voorop, want daarvoor ben je hier: En één van de discipelen pakt het zwaard. En misschien heeft Judas wel gedacht: gelukkig, dat is er alvast één, die begint tenminste. En dan dat rampzalige moment, althans in de ogen van Judas. Jezus gaat dat oor weer genezen en zegt: doe dat zwaard weer terug. Op dat moment moet er iets zijn in het hart van Judas. Dus niet.. Toen moet Judas gedacht hebben: nu is alles voorbij! Al mij Messiaanse verwachtingen zijn de grond ingeslagen. Judas kon niet meer vooruit of achteruit. Ik hoor alleen maar die vraag: Matth. 26 vers 50.. Maar Jezus zeide tot Hem: vriend, waartoe zijt gij hier? Vriend. In het Grieks staat: kameraad, strijdmakker. En strijdmakker had Judas nou juist willen zijn. En dan verdwijnt Judas een moment uit beeld. En dan komen we bij: Matth. 27 vers 2-3… En zij boeiden hem, leidden hem weg en zij LEVERDEN Hem OVER aan Pilatus, de stadhouder… Toen kreeg Judas, die Hem OVERGELEVERD had berouw, daar hij zag, dat Hij veroordeeld was, en hij bracht de dertig zilverlingen aan de overpriesters en oudsten terug. Veroordeelt! Dat is voor Judas het verbijsterde, dat deze Jezus Zich heeft laten veroordelen. Als een Lam ter slachting geleidt, stemmeloos voor zijn scheerders. Hij heeft niets gedaan,

Vers4. en hij sprak: Ik heb gezondigd, onschuldig bloed verraden!

Dat is het kernpunt: Judas zegt: Ik heb gezondigd!  En waarom wordt dat nooit serieus genomen? Als Petrus heeft verloochend en dat erkent, neemt men dat wél serieus. Maar bij Judas wordt dat nooit serieus genomen. Dat berouw kwam te laat, zegt man dan. Maar berouw komt altijd na de zonde, anders is het geen berouw. Ik had het niet moeten doen, maar dat is achteraf. Berouw heb je nooit van tevoren, altijd achteraf. Waarom zou je Judas’ schuldbelijdenis niet serieus nemen? En dan zegt judas het zelfs met woorden vanuit de Torah: “onstraffelijk bloed heb ik overgeleverd” En daarmee erkend Judas: Deze Messias was onschuldig. Matth.27 vers 4 .Maar zij zeiden: wat gaat ons dit aan? Gij moet zelf maar zien wat ervan komt. Zo spreken de priesters. Niet bepaald een pastorale opmerking. Matth. 27 vers 5.En de zilverlingen in de tempel werpende, verwijderde hij zich; daarop ging hij heen en verhing zich. Hij werpt het geld van zich af. Daarmee tracht Judas het kwaad van zich af te werpen. En dat einde dan? Toen Petrus berouw kreeg, keek hij in de ogen van Jezus, in de ogen van de ontferming, van Barmhartigheid, van liefde. Jezus keek hem aan en door die ogen van de liefde kon Petrus weer verder. Voor Judas waren die ogen op dat moment niet in de buurt, al had hij het gewild. Judas kijkt in de ogen van de leiders, leiders van het volk. En in die ogen leest Judas géén ontferming, die ogen staan bikkelhard. Die ogen zeggen: je bekijkt het maar. Dat is jouw zaak, daar hebben wij verder geen boodschap aan. Die ogen dreven hen de nacht in. Dus als je hier een schuldige wilt aanwijzen, dan ligt de schuld niet bij Judas, naar bij de leiders. De leiders hadden hem pastoraal het donker ingejaagd. Er was geen nazorg voor Judas, geen ontferming, er was alleen een meedogenloze reactie. Dan is Judas totaal wanhopig en kan nog maar één laatste daad bedenken, hij stapt uit het leven. Blind en gebroken. Maar, we hebben te maken met een Liefde, die de handen van een mens kan pakken, ook in de duisternis. Welke Vader zou het niet doen? En Hij is meer dan een vader. Welke Vader zou een kind verstoten, omdat dat kind wanhopig is?

Denkt u daar eens over na?

En dan nu de tekst in Johannes 13 vers 20…Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie ontvangt, die Ik zendt, ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem, die Mij gezonden heeft.. vers 21.. Na deze woorden werd Jezus ontroerd in de geest en Hij getuigde en zeide: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: één van u zal Mij OVERLEVEREN. In vers 20 zegt Jezus: Ik ga iemand zenden. En die ik zend, ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt mijn Zender. En pal daarop wordt Hij ontroerd, verbijstert in de geest en Hij egt: Voorwaar, voorwaar, één van u zal Mij overleveren. Met andere woorden: wat hier met Judas gebeurt, is in diepste wezen: Hij wordt door Jezus gezonden. Judas wordt een gezant; dat wordt de lijn in het Johannes-Evangelie. Judas wordt een gezant van Jezus. Dat blijkt ook uit het vervolg. Hier in vers 20 gaat het over de zending van de twaalf. Als Jezus dit zegt, is Hij geschokt in de geest, de roeach. En de roeach is de verbinding mat de adem van God. Maar nu is er iets dat Hem schokt tot in het diepste van zijn bestaan. Want nu gaat vers 21 over de mens die Hem zal overleveren. Ook Judas is één van de twaalven; dus wie Judas ontvangt, ontvangt Jezus. Judas levert Jezus over aan de leidslieden. Zij ontvangen Judas en daarmee ontvangen ze Jezus. En de leidslieden en Judas leveren Jezus over aan de Romeinen. En zo ontvangen de Romeinen Jezus uit de handen van Judas. Daar staat Pilatus en hij ontvangt. Hij weet niet wat hij ontvangt of Wie, dat is voor hem nog verborgen. Maar door deze daad, doordat Jezus wordt overgeleverd in de handen van de Romeinen, daardoor wordt Rome overwonnen! En daardoor worden de volkeren bevrijd! Die Romeinen weten niet wat ze in huis hebben gekregen. Op het moment, dat Pilatus zijn paleis openzet en Jezus binnenlaat, weet hij niet wat hij krijgt. Op dat moment heeft hij het einde van het Romeinse Rijk in huis en hij heeft het niet beseft.

Op dat moment heeft Pilatus zijn eigen bevrijding in huis en hij heeft het niet geweten. Misschien heeft hij ergens bevroed, want hij zegt wel: “Zie de Mens”. Blijkbaar heeft hij toch gevoeld: hier is eindelijk een echt mens! Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt, een Mens als Hij, zo uniek.

Dus Judas wordt ondanks alles en ondanks misschien zijn eigen geblokkeerde verwachting een afgezant van Jezus. Jezus levert Zichzelf uit aan Rome om Rome te overwinnen. En Rome is heel dat systeem van de wereld. De volkerenwereld mat al hun verblinding. Jezus levert Zich over op die manier de volkeren te overwinnen. Maar dan MOET er één van de twaalven gezant zijn om Jezus over te leveren. Jezus is geschokt in de geest. Het strijdt zo met de vrede, waar de geest uit leeft. Innerlijk wil Hij dat niet. Het moet komen in de weg van vrede. Jezus is geschokt over Judas, die zo’, vreselijke zending op zich moet nemen. Die zending is zo zwaar, dat zijn motief een vals motief moet zijn om het te kunnen uit houden. Als Judas voor honderd procent geweten had wat hij moest gaan doen, had hij het niet kunnen dragen. Daarom moet hij wel werken vanuit een motief. En Judas denkt, dat hij op die manier iets moet gaan uitlokken. Hij denkt: er moet iets gebeuren. En als ik het niet doe, dan komt er niets van terecht, dan blijft Jezus maar zitten wachten. En Judas wil, dat Jezus de leider wordt. Daar wil Judas zich voor inzetten. En let erop wat er dan gebeurt: Joh.13 vers 26… Jezus dan antwoordde: Die is het, voor wie Ik het stuk brood indoop en wie Ik het geef. Hij doopte dan het stuk brood in en nam het en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. Let erop wat Jezus doet: Hij neemt het stuk brood, hij doopt het in. En dan staat er: en Hij nam het. Letterlijk kun je dat ook zo lezen, dat Jezus eerst van dat brood eet. Hij neemt dat stuk brood, Hij breekt er een deel af en dat eet Hijzelf. En het andere deel van hetzelfde stuk brood geeft Hij aan Judas. Dus samen eten ze van hetzelfde stuk brood, elk een deel. Jezus bereidt het brood voor Judas, Hij doopt het in, eet er eerst Zelf van en het overige deel geeft Hij. Joh. 13 vers 277. En na dit stuk brood, toen voer de satan in hem. Jezus dan zeide tot hem: wat gij doen wilt, doe het met spoed… vers 30.Hij nam dan het stuk brood en hij vertrok terstond. En het was nacht. Judas wordt dus gezonden: doe het met spoed. En dan zie je tegelijk ook: zee eten van dat ene brood. Zo gaat Judas naar buiten, in de nacht van Pesach. De satan vaart in Judas. Het is net of de zaak zich moet toespitsen. Al moet je voorzichtig zijn met het woord “moet”. En dan moet er haast wel iemand tegenover Hem staan die de vertegenwoordiger wordt van de werelds, van de overste van de wereld. En zoals het goede zich belichaamt in Jezus, zo wordt de aanklacht belichaamd in de tegenpool. Haast zoiets van: er moet toch een tegenspeler zijn! Zoals je een Saul hebt en een David. Telkens zie je die gestalten. Kaïn en Abel. Zo staan ze daar op het hoogtepunt tegen over elkaar. En Jezus zegt: de overste van de wereld zal geoordeeld worden. En die zal buiten geworpen worden. En uiteindelijk wordt Jezus buiten geworpen. En Hij draagt het oordeel. Dan voel je, dat het om iets anders gaat dan de vraag: is Judas nu als mens behouden of verloren. Maar het gaat om de confrontatie, en die gaat zich voltrekken en die wordt uitgebeeld in: Jezus, de Zoon van Juda. En dan wordt Juda buitengeworpen.

De volledige studie is in boekvorm te verkrijgen bij:

J. Bies

Schaperstraat 104

3317  LR Dordrecht

Tel:078-6510685

Giro 1292693

E-mail jan.bies@kpnplanet.nl

– Prijzen zijn excl. Verzendkosten

– Van elk boek wordt € 2.25 afgedragen aan het Afrika-fonds 

1 comment on “Is Judas een verrader?”


  1. henk says:

    Inderdaad kun je het woord overleveren gebruiken maar evenzo is het Griekse woord te vertalen met verrader. Wat is de context die men aanneemt. Ik wil wijzen op de koopman die schone paarlen zoekt en een kostbare parel vind, mat.13 vers 45 en 46.Als deze gedachten worden gebruikt geeft dit m.i. een breder perspectief. Het bovenstaande artikel heeft teveel aannames derhalve roept het veel vragen op , eigenlijk is dit jammer.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410337 bezoekers sinds 07-06-2010