Immers, als ik denk aan uw tranen…

21-09-2010 door Joop Neven

“Immers, als ik denk aan uw tranen, verlang ik u te zien om met blijdschap vervuld te worden”. {2Tim.1 vers 4}.

Blijkbaar had Timotheüs tijdens hun laatste samenzijn in tranen afscheid genomen. De zoon had ongetwijfeld gevreesd dat hij zijn geestelijke vader nooit meer zou terug zien. Om diezelfde reden waren ook de oudste van Efeze de apostel eens om de hals gevallen en hadden hem innig gekust {vgl. Hand.20 vers 25;31-32}. Toen Paulus van de Efeziërs afscheid had genomen was hij ervan overtuigd dat hij hen nooit zou terugzien, maar zijn “geliefd kind” hoopte hem nog minstens éénmaal te mogen ontmoeten {vgl.2 Tim.4 vers 9;21}. Het is opmerkelijk, dat Paulus in zijn brief wel vier verschillende uitdrukkingen gebruikt die op “gedenken” of “herinneren” betrekking hebben.

“dat ik u onophoudelijk mag gedenken” {letterlijk: in herinnering mag houden, echoo mneian}. 2 Tim.1 vers 3.

“als ik denk aan uw tranen” {letterlijk: als ik me herinner, memneeemenos}. 2 Tim.1 vers 4.

“en dan komt mij voor de geest” {letterlijk: dan wordt ik herinnerd aan, hupomneesin}. 2 Tim.1 vers 5.

“om die reden herinner ik u eraan” anamimneskoo}. 2 Tim.1 vers 6.

Gedenken is blijkbaar een kernbegrip. Voor Paulus, die aan het eind van zijn loopbaan was gekomen, was het vanzelfsprekend om te gaan terugblikken op het verleden. En voor Timotheüs, die een moeilijke en gevaarlijke toekomst tegemoet ging, was het van groot belang om niet te vergeten wat hij had geleerd {2 Tim.1 vers 13-14 en 2 vers2}, op welke wijze hij het had geleerd {2 Tim.3 vers 10-11} en welke gave hij voor welk doel van God had ontvangen {2 Tim.1 vers 6-7}. Door regelmatig terug te denken aan de jaren waarin hij met Paulus had samengewerkt zou hij de juiste koers kunnen bewaren en kunnen voorkomen dat hij van het rechte spoor afdwaalde {vgl. 2 Tim.2 vers 7, 15}. In het vervolg van de brief komt het thema “gedenken” of “herinneren” opnieuw ter sprake, zo lezen we b.v

“gedenk, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt” {2 Tim.2 vers 8}.

“Blijf dit in herinnering brengen….” {2 Tim.2 vers 14}.

Timotheüs moest “blijven in hetgeen hij geleerd had”. Hij mocht het geleerde nooit vergeten {2 Tim.3 vers 14}. Uit vers 4 blijkt, dat Paulus zijn opvolger een warm hart toedroeg. Timotheüs was bij hun afscheid diep bedroefd geweest omdat hij vreesde zijn mentor nooit meer te zullen terug zien. Wanneer Paulus zich zijn tranen herinnerde, dan verlangde hij ernaar om Timotheüs opnieuw te mogen ontmoeten teneinde “met blijdschap te worden vervuld”. De brief wisseling die beide mannen mochten voeren was op zich al een reden tot blijdschap. Ook uit andere brieven blijkt, dat Paulus voor zijn medechristenen een diepe genegenheid had. De apostel verlangde er bijvoorbeeld naar om de Romeinen {Rom.1 vers 11}, de Fillippenzen {Filp.1 vers 8} en de Thessalonicenzen {1 Thess.3 vers 6} te zien, en einde hen te kunnen versterken en te bemoedigen. Toch mooi dat Paulus oog had voor de ander. Toch mooi dat Paulus zorg had dat het woord der waarheid recht gesneden moest worden. Toch mooi dat Paulus zorg bleef houden dat de Blijde Boodschap werkelijk een Blijde Boodschap bleef. Toch mooi dat hij aan Timotheüs de taak gaf om te prediken; “dat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Heiland is van alle mensen, inzonderheid voor de gelovigen” En dan zegt Paulus tot Timotheüs; “Beveel en leer dit” {1 Tim.4 vers 10-11}. Laten wij hopen en bidden dat veel voorgangers deze Blijde Boodschap verkondigen.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

390910 bezoekers sinds 07-06-2010