Hun zijn de woorden Gods toevertrouwd

25-05-2010 door Joop Neven

Paulus zegt: “hun zijn de woorden Gods toevertrouwd” {Rom 3 vers 2}dat wil zeggen: zij zijn geroepen om de drager te zijn van alle openbaring Gods aan de gehele verdere mensheid. Paulus zegt dan in de Romeinen brief: eerst de Jood en dan de Griek. En dan zegt hij in Rom.3 vers 1: Wat is dan het voorecht van de Jood, of wat is het nut van de besnijdenis. Sommige zeggen “geen enkel”. Maar Rom3 vers 2 zegt: Velerlei in elk opzicht. In de eerste plaats toch dit, dat hun de woorden Gods zijn toevertrouwd. Aan hen zijn de woorden van trouw, de trouw van God toevertrouwt. Want, wat toch is het geval? Als sommige ontrouw geworden zijn, zal dan hun ontrouw de trouw Gods tenietdoen? Rom.3 vers 3. Maar zie de prachtige tekst uit Ps.147 vers 19-20: Hij heeft Jacob zijn woorden bekendgemaakt, Israël zijn inzettingen en zijn verordeningen. Aldus heeft Hij aan geen enkel volk gedaan, en zijn verordeningen kennen zij niet. Halleluja. Israël heeft inzicht mogen ontvangen in het Woord als een kostbare schat, als een onvergankelijk eigendom. Paulus gaat daar op door wat het Woord allemaal inhoud. In Rom.3 vers 29-30 staat: Of is God alleen de God der Joden? Niet ook der heidenen? Zeker, ook der heidenen. In dien er namelijk één God is, die de besnedene rechtvaardigen zal uit het geloof en de onbesnedene door het geloof. Wat hier gezegd wordt, is uitermate fundamenteel. Indien er namelijk één God is, zegt Paulus in vers 30. Dat is een aanhaling uit Deut. 6 vers 4. Hoor, Israël: de Here is onze God; de Here is één. Hij zegt; de besnedene worden gerechtvaardigd uit het geloof en de onbesnedene door het geloof. Waarom staat er nu bij het één “uit” en bij het ander “door”. Je zou zeggen: het is beide geloof. Maar toch zit er een verschil in. De besnedene wordt gerechtvaardigd uit het geloof, want voor hen is het geloof de wortel, waar ze uit gegroeid zijn. “Uit het geloof”; dan is het geloof dus de wortel van de boom. Ze horen er immers van huis uit bij! Ze hebben de Woorden van huis uit meegekregen. Dus dan leef je “uit het geloof” En de volkeren zijn op die olijfboom ingeënt, dus dan komt dat geloof dóór die stam van de olijfboom in die takken en in de twijgen, die daar dan weer op geënt zijn. Je zou het ook zó kunnen zeggen: het volk Israël uit het geloof, staan met hun wortels in de goede aarde, van huis uit. De volkeren door  het geloof, of via het geloof, voor hen is het geloof een brug of een poort. Zij komen van buiten in de stad om op die manier ook te mogen delen

 Heeft God zijn volk verstoten?

De droefheid van Israël is verbonden met de droefheid van de Vader. De eenzaamheid van Israël weerspiegelt de eenzaamheid van de Vader. Het lijden van Israël vindt zijn vervolg in het lijden van de Schepper. De Vader kan toornig worden, maar Hij zal nooit afwezig zijn. Er is geen ruimte zonder Hem; Hij bevindt Zich tot in het lijden. Ik vraag dan: God heeft zijn volk toch niet verstoten? Volstrekt niet! {Rom 11 vers 1}.De verwerping van de Messias is de verzoening der wereld, wat zal hun aanneming anders zijn dan het leven uit de doden. Tegenover deze vijandschap stelt God Zijn verzoenend handelen, nu reeds op beperkte schaal in de bedeling der genade, maar eenmaal{ nadat Israël zijn Messias heeft aangenomen} de gehele wereld. … omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Redder is van alle mensen, inzonderheid voor de gelovige. Beveel en leer dit {1Tim.4 vers 10-11}. Gods wil tot verzoening is zo groot, dat als Israël terzijde gaat staan, Hij een Gemeente gaat vormen van Jood en Heiden, n.l. De Gemeente het Lichaam van Christus. Wij hebben nu de toekomstige voltooiing van de éénheid van Christus ontvangen en tevens hebben wij de toekomstige verzoening van de gehele schepping voor ons. In Romeinen 11 vers 32 staat: want God heeft allen {“hen” staat er niet} onder ongehoorzaam besloten, om Zich over allen te ontfermen. In de context van Rom 11 vers 32 spelen voorwaarden geen rol. God heeft allen onder weerbarstigheid besloten. En God is het ook die Zich over allen ontfermd, vandaar dat Paulus door deze conclusie uitbreekt in een lofzang met als bekroning vers 36: Want uit Hem en door Hem en tot Hem zij alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.

De uitdrukking “tot Hem”, sluit uit dat de Ene God die alle dingen geschapen heeft, een deel van Zijn schepselen bestemd zou hebben om verre van Hem te blijven. De bestemming van allen is dat zij komen en éénsgezind zich verheugen in Hem die hen altijd heeft liefgehad en daarom alleen waard is te ontvangen alle lof. Alle volken, die Gij gemaakt hebt, zullen komen en zich voor U nederbuigen, o Here, en uw naam eren. {Ps.86 vers 9}.

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410820 bezoekers sinds 07-06-2010