Hij zal zijn engelen uitzenden.

18-06-2010 door Dr. K.D. Goverts

De meeste engelen zijn ons welgezind. De rabbijnen halen in dit verband Psalm 91 aan. Al vallen er duizend aan uw zijde, en tienduizend aan uw rechterhand, tot u zal het niet genaken … (Psalm 91:7)

De rabbijnen horen vaak meer in een tekst dan de doorsnee mens. De rabbijnse lezing van deze tekst is dan: Er zijn er duizend om te vallen aan de linkerzijde en tienduizend aan de rechterzijde. Dat betekent niet, dat zij allemaal gaan vallen, maar dat betekent dat als iemand valt, dan staan er aan je linker zijde duizend en aan je rechterzijde tienduizend. De rabbijnen zeggen dan: de linkerkant is de kant van het kwaad, de rechterkant is de kant van het goede. Dus, zegt de zohar, die middeleeuwse Joodse traditie: er zijn er duizend aan je linkerkant om je te beschuldigen, maar er zijn er tienduizend aan je rechterkant om je te verdedigen. Aan de linkerkant staan dus de boze engelen, maar aan de rechterkant staan er tienduizend klaar tot je verdediging. Je hebt dus duizend aanklagers, maar je hebt tienduizend advocaten. Dat is dus gelukkig niet in evenwicht. W.G. Overbosch zei ook al: wij geloven niet in een evenwicht tussen goed en kwaad, maar wij geloven in het overwicht van het goede. Tienduizend aan je rechterhand, die het voor je opnemen. Dat zijn die boden, die de mens ontvangen in de toekomende wereld, die hem een welkom bereiden, die hem helpen bij zijn binnenkomst. Dat zie je ook in dat verhaal van de arme Lazarus. Daar wordt ook gezegd, dat de engelen Lazarus droegen tot in Abrahams schoot. Dat zijn die engelen uit de groep van de tienduizend, die verdedigers. Die engelen staan klaar voor de arme Lazarus om hem met een hemels escorte binnen te halen. Dat laatste traject hoeft hij zelf niet te lopen, hij wordt gedragen. Die boden worden dus gezonden; er staat in het Grieks dan apostelei, die boden worden dus apostelen, het worden apostolische engelen. Met luid bazuingeschal. Letterlijk staat er: met een grote bazuin, met een grote sjofar, met een grote ramshoorn. Die grote sjofar komt dan uit het boek Jesaja.

En het zal te dien dage geschieden, dat er op een grote bazuin geblazen zal worden, en zij die verloren waren in het land Assur en die verdreven waren in het land Egypte, zullen komen en zich nederbuigen voor de Here op de heilige berg te Jeruzalem … (Jesaja 27:13)

De vier hoofdstukken van Jesaja: 24 tot en met 27 worden wel de Jesaja-apocalyps genoemd. Dat is dus een boek ‘Openbaring’, dat verpakt staat in het boek Jesaja. In Jesaja staat als het ware een verborgen apocalyps. Martin Buber, die grote Joodse denker, wijsgeer en bijbelvertaler, had 70.000 boeken. Hij woonde in 1933 in Duitsland. Toen Hitler aan de macht was gekomen, was er een bevel uitgevaardigd, dat alle Joodse winkels en bedrijven een bord op de deur moesten hebben de aard van het bedrijf erop. Toen ze bij Buber ook kwamen, zei de desbetreffende controleur: ik heb een probleem, ik weet niet wat ik bij u op de deur moet zetten. Ik zie hier al die boeken en weet niet wat ik daarmee aan moet. Welk bord moet u hebben? Buber zei toen: meneer, dat moet u zelf maar uitzoeken, ik heb geen bord besteld. Toen die man al die eindeloze rijen bekeek, zei hij: nu weet ik het, ‘Joodse boekhandel’. In 1938 ging Buber weg uit Duitsland, hij merkte wel, dat het daar niet veilig meer was. In 1938 is hij naar Israël geëmigreerd. Alleen, toen had hij één probleem: waar laat je zo gauw 70.000 boeken! Hij bleef aan het inpakken. Een gestapo-agent moest toezicht houden op die eindeloze inpakkerij. Die Gestapo zei toen: meneer, dit gaat wel een poosje duren, hebt u niets voor me te lezen zolang? Nou, zei Buber, ik heb hier wel iets voor je. Hij gaf de man een boek, dat hij zelf had geschreven: ‘Chassidische vertellingen’, een bundel met schitterende Joodse verhalen over onder andere rebbes uit landen als Polen en Rusland. Dus terwijl Buber samen met zijn vrouw daar aan het inpakken was, zat die man van de Gestapo dat boek te lezen. Toen het inpakken eindelijk klaar was, had hij intussen het boek uit. Hij zegt: meneer, ik vind het zo mooi, mag ik het houden? En wilt u er dan een opdracht in schrijven? Buber nam toen het boek en zette voorin zijn handtekening, waarop hij het weer aan die beambte gaf. Later vertelde Buber dat en zei: ik had er toch moeilijk voorin kunnen zetten: aan mijn geliefde Gestapo. Een paar boeken had Buber altijd binnen handbereik, in een laatje van zijn bureau. Dat was zijn Hebreeuwse Bijbel en het ‘Griekse Nieuwe Testament.’ Buber kon moeiteloos Hebreeuwse teksten in het Grieks of in het Aramees vertalen. Binnen dat boek Jesaja zit dus ook zo’n verborgen boek, de hoofdstukken 24 tot en met 27, de Openbaring, de onthulling van Jesaja. Die hoofdstukken (oorspronkelijk had je natuurlijk nog geen hoofdstukken) hebben ze toen in het boek Jesaja ingebouwd, zoals je een zwerfsteen ergens een plaats geeft in een gebouw. Die apocalyps van Jesaja eindigt dus met hoofdstuk 27:13, waar sprake is van een grote bazuin. Dat is die bazuin uit Mattheüs 24. Er zal geblazen worden op een grote sjofar. Als je iedereen wilt bereiken, moet je desnoods een extra grote bazuin aan schaffen, een megafoon. Die laatste tekst van Jesaja 27 wil dus zeggen: mensen het wordt hier groots opgezet. Letterlijk staat er, dat er op die grote bazuin gestoten zal worden: jittaka (eqty). Dat is niet zomaar een deuntje of een melodietje. Je hoort wel aan dat Hebreeuwse woord ‘jittaka’, dat er sprake is van een bazuinstoot. Als de sirene wordt proefgedraaid, wordt erbij gezegd: dan weet u dat er niets aan de hand is. Nou, als er op die grote bazuin wordt ‘gestoten’ is er wèl wat aan de hand. Want dan staat er in het vervolg van vers 13: Zij die verloren waren in het land Assur en zij die verdreven (verstoten) waren in het land Egypte, zullen komen. En zij komen! Dat krijgt in de Hebreeuwse tekst het volle gewicht. en zich nederbuigen (ook te vertalen met aanbidden) voor de Here op de heilige berg (‘berg van de heiliging’) te Jeruzalem.

Wie komen er dus: de verlorenen van Assur en de verstotenen van Egypte. Dat slaat dan in eerste instantie op de Joden, op al die kwijtgeraakte mensen. Hierbij moeten we bedenken: Israël staat model voor allen! Israël gaat de weg die alle volkeren zouden moeten gaan. Israël als voorbeeld, als prototype. In Israël zijn alle volkeren besloten!

‘De verlorenen’

Op zich is dat al een zeer ondogmatische tekst. Als je spreekt van ‘verlorenen’, denk je dus: die komen ‘er’ niet. En hier staat juist: ‘de verlorenen’: en zij komen!

‘En de verstotenen’

Al die mensen – en dan denk je allereerst aan het Joodse volk – die de afwijzing, de verwerping, zo diep in hun ziel hebben ervaren. Voor hèn was het niet; zij mochten er niet zijn. En dan eindigt vers 12: en gij zult ingezameld worden één voor één, kinderen Israëls …

Ook dit is een heel unieke tekst. Gij, dat krijgt de nadruk in de Hebreeuwse tekst. Je zou dat ‘gij’ eigenlijk nog een keer moeten herhalen. En gijlieden zult ingezameld worden, gij, één voor één, zonen van Israël. Het is of de profeet, of God, wil zeggen: we doen dat heel zorgvuldig. Niet: als het gros maar binnen is, als het maar redelijk volloopt, nee, één voor één.

en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere … (Mattheüs 24:31)

De uitverkorenen worden bijeengebracht, ze worden tot één doel bij elkaar verzameld. Letterlijk staat hier: van de uitersten der hemelen tot hun uitersten. Dat is om verschillende redenen toch wel een merkwaardige uitdrukking. Het is in ieder geval iets, waar je niet zo maar overheen moet lezen. De eerste vraag is: waarom staat er nu ‘die uitersten’? De tweede vraag is dan: waarom uitersten van de hémelen? Er staat namelijk niet: ‘de uitersten van de aarde’, maar ‘de uitersten van de hemelen’. Het gaat in deze regels dus om een inzameling, het gaat om een reünie. Eindtijd is een tijd van reünie. Je zou dus boven deze tekst ook kunnen zetten: niet een ruïne, maar een reünie! Het gaat om een hereniging. We zullen ons dus af moeten vragen: waar komt de uitdrukking van ‘uitersten der hemelen’ oorspronkelijk vandaan? Als je de teksten waarin deze uitdrukking voorkomt eens naast elkaar gaat zetten, krijg je een uniek beeld. Vaak worden er eindtijdtheorieën verkondigd, zonder dat men zich eerst eens grondig heeft verdiept in de achtergrond van de teksten die men te berde brengt. Dat kan een mens ook bewaren voor allerlei haarkloverijen. Misschien is dat wel een medicijn tegen allerlei dogmatische twisten: ga eerst maar eens graven, wellicht vind je een schat. Zalig zijn zij die spitten, want zij zullen ‘s avonds tot rust komen.

Want vraag toch naar de dagen van het verleden, van vóór uw tijd, sinds de dag dat God de mens op de aarde schiep; en vraag van het ene einde des hemels tot het andere, of er zo iets groots is gebeurd of iets dergelijks is gehoord … (Deuteronomium 4:32)

‘De dagen van het verleden’

Hier wordt dus blijkbaar ook ‘gespit’; de dagen van vroeger; de tijd van je oorsprong. Zo hebben ze dat gedaan in die dagen van omzwervingen en ballingschap. Zoals in Babylon, waar men zei: we volgen het spoor terug.

‘Van vóór uw tijd’.

De dagen, die er al waren, voordat jij er was. In deze tekst wordt dus gesproken van het ‘einde des hemels’. En aan het einde van de hemel zijn al die volkeren te vinden. Daar zijn al die volken met hun culturen, met hun achtergronden, met hun religies. Volken ook als de Etrusken, de Azteken, volken die geheel of gedeeltelijk zijn verdwenen, waar niemand meer iets van weet. Het ene einde van de hemel – van de hemelen, want dat is in het Hebreeuws altijd meervoud – tot het andere einde van de hemelen.

‘zo iets groots’.

Letterlijk: een groot woord. Hier staat het woord dabar (rbd); dat is een woord en een daad ineen, tegelijk. Is er ooit zo’n grote ‘woorddaad’ geschied? Of is er ooit zo’n groot daadwoord gehoord? En het daadwoord waar het hier over gaat slaat op de uittocht uit Egypte. Gods volk wordt uitgeleid. ‘Nooit van gehoord’, zeggen al die volkeren, nooit meegemaakt. Dit is dus de eerste keer, dat er in de Bijbel gesproken wordt van het einde van de hemelen; het ene einde en het andere einde van de hemelen. En dat omvat samen de hele aarde; de hele oikumenè, de hele bewoonde wereld. Zo komen we al enigszins in de sfeer, namelijk in Deuteronomium 4, want daar gaat het over al die volkeren met al hun goden. Daar gaat het ook over het volk Israël, dat zijn zwerftocht maakt over de aarde. In de tekst staat: van het ene einde van de hemelen tot het andere einde van de hemelen. Kun je nu zeggen, dat dit het zelfde is als de aarde, omdat dat inhoudt: al die volkeren? We zullen in het onderstaande hierop terugkomen.

‘zijn uitverkorenen verzamelen’

In eerste instantie is dat de ‘selecte groep’; je zou kunnen zeggen: de elite, de eklektoi (eclectoi), het is de keurbende. Maar, die uitverkorenen staan namens het geheel. Zoals de eerstelingen heenwijzen naar de oogst, zoals de voorlopers verwijzen naar de kudde. Dr. G.H. van Senden placht dan te zeggen: de kern ziet wijd. Je hebt dus een kleine kern, maar vanuit die kern kun je heel ver kijken. Een vuurtoren is maar een betrekkelijk klein bouwwerk, maar vanuit die vuurtoren gaan de stralenbundels tot in de uithoeken van de nacht.

Wanneer uw broeder, de zoon van uw moeder, of uw zoon, uw dochter, uw eigen vrouw of uw boezemvriend u in het geheim wil verleiden en zegt: laten wij andere goden gaan dienen, goden die noch gij noch uw vaderen gekend hebben, behorende tot de goden der volken rondom u, dichtbij of veraf, van het ene einde der aarde tot het andere … (Deuteronomium 13:6,7)

Deuteronomium, het laatste Torah-boek, het boek op de grens van de woestijn en het Beloofde Land is ook het boek om weer terug te komen uit die woestijn van al die eeuwen en eindelijk thuis te komen. Je zou ook boven het boek Deuteronomium kunnen zetten:

Eindelijk Thuis.

‘Zouden wij ook eenmaal komen’. Dat lied zou je hier heel goed bij kunnen zingen; dat is echt een Deuteronomium-lied. Stel je voor, dat er iemand uit je naaste familie komt, die je op de een of andere manier van het rechte pad wil afbrengen.

‘uw boezemvriend’

In het Hebreeuws staat er dan zo’n prachtige uitdrukking: uw naaste, die als uw ziel is. In de Keltische wereld wordt dan van je ‘soulfriend’ gesproken. Elk mens heeft een soulfriend nodig, een ‘zielevriend’. ‘van het ene einde der aarde tot het andere’. Daar wordt dan gesproken van het einde der aarde. Letterlijk: van het einde van de aarde en tot het einde van de aarde. In Deuteronomium wordt dus gesproken over het einde van de hemel en ook over het einde van de aarde. Raken die elkaar? Als je het beeld voor ogen hebt van de hemel als een dak, als een koepel over de aarde, dan krijg je ergens een raakpunt, een raakvlak. De einden van de hemelen en de einden van de aarde raken elkaar. De Fransen zeggen dan: de uitersten raken elkaar, al wordt dat wel in een ander verband bedoeld. Wat zijn nu de einden van de hemelen? De einden van de aarde kun je je nog wel een beetje voorstellen. Daar staat in het boek Jesaja bijvoorbeeld het één en ander over: ze worden geroepen van de randen van de aarde. Ze worden geroepen uit de randgebieden; de randfiguren worden geroepen. Het is net of de God van Israël een voorliefde heeft voor datgene wat aan de rand zich bevindt. Het lijkt net of die randfiguren ook bijna van die aarde afvallen; ze kunnen zich maar met veel moeite nog aan die rand vastklemmen. Het zijn de schipbreukelingen, die zich nog net aan een stuk wrakhout kunnen vastklampen. Barthold van Ginkel zei eens: geloof is, dat je op een plank over de oceaan gaat.

De volledige studie is in boekvorm te verkrijgen bij:

J. Bies

Schaperstraat 104

3317  LR Dordrecht

Tel:078-6510685

Giro 1292693

E-mail jan.bies@kpnplanet.nl

– Prijzen zijn excl. Verzendkosten

– Van elk boek wordt € 2.25 afgedragen aan het Afrika-fonds

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

384682 bezoekers sinds 07-06-2010