Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil…

05-11-2018 door Dr. K.D. Goverts

Romeinen 9 vers 18 zegt: “Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil“. En natuurlijk komt er dan een vraag op. Een vraag die niet tegen te houden is. Een vraag die Paulus daarom zelf opwerpt. Vers 19: “gij zult nu tot mij zeggen: wat heeft Hij dan nog aan te merken?” Wat heeft God op farao aan te merken als deze niets anders doet dan Gods plan uitvoeren? Die vraag is niet te stuiten, die dringt zich gewoon aan je op wanneer je aandachtig luistert en het betoog van de apostel Paulus volgt. Wat heeft God dan nog aan te merken? Want wie weerstaat zijn wil? Het gaat niet om farao, of farao wilde of dat farao rende. De farao diende hoe dan ook Gods doel terwijl hij inderdaad zich zo verschrikkelijk verzette tegen Gods wil. Dat is wat Paulus hier zegt. Het vervolg van vers 19 zegt: “want wie wederstaat zijn wil?” Dit staat in de grondtekst als voltooid. Dus: want wie heeft zijn wil weerstaan? Het gaat hier namelijk specifiek over Esau en over farao. Heeft Esau Gods wil weerstaan? Of farao? Kijk, nu wordt het moeilijk. Want je zou kunnen zeggen: ja. Esau weerstond Gods wil zowel in het boek Genesis als in de latere geschiedenis. En bij farao is het helemaal onmiskenbaar. God zei bij monde van Mozes: “laat mijn volk gaan”, en farao zei bij herhaling: nee. Iedere keer weer opnieuw. Dus weerstond farao Gods wil? Ja.
Maar de vraag is hier retorisch en het antwoord op deze vraag zou moeten zijn: nee, niemand heeft Gods wil weerstaan. Hoe zit dat nu? Nu moet ik iets héél belangrijks zeggen, namelijk dat het woordje “wil” hier niet behoort te staan. Het woord in het Grieks voor “wil” is namelijk een heel ander woord. Het gaat erom dat er hier een woord staat dat normaal gesproken vertaald wordt met: raad of bedoeling. Dat is het woord wat hier gebruikt wordt.
In Efeze 1 vers 11 woorden beide woorden gebruikt: “God werkt in alles (ta panta) werkt naar de raad van zijn wil.” Dat zijn twee verschillende woorden. Dat is absoluut niet hetzelfde.
En de vraag hier is dus – en nu zeg ik het zuiver zoals Paulus het naar voren gebracht heeft – “wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie heeft zijn bedoeling weerstaan?” En nu is het antwoord inderdaad: niemand!
Ja, Gods wil wel, want farao weerstond Gods wil, maar Gods bedoeling niet. Want Gods bedoeling was dat Hij zijn kracht zou tonen en zijn naam zou verbreiden over de hele aarde, juist via farao. En farao zei nee tegen Gods wil. Hij weerstond Gods wil, maar diende juist zo Gods bedoeling!
In de theologie kent men een soortgelijk onderscheid. Alleen hanteert men daarvoor de verkeerde termen. Men spreekt over Gods weerstandelijke wil en Gods onweerstandelijke wil. D.w.z. een deel van Gods wil kun je weerstaan en een ander deel van Gods wil kun je niet weerstaan. En dat laatste zal ongetwijfeld onder andere ontleent zijn aan de Romeinen 9. Maar als we gewoon de bijbelse woordenschat gebruiken, dan zeggen we: Gods wil is inderdaad te weerstaan. Een mens doet niet anders. Maar als je de vraag stelt: wie heeft zijn bedoeling weerstaan, dan is het antwoord: helemaal niets en niemand. Zelfs een goddeloze als farao, die zich zo uitdrukkelijk verzet tegen Gods wil, dient slechts Gods bedoeling. Die farao was een weerzinwekkend figuur, maar – en dat is zo machtig – toch diende hij Gods doel.

In Spreuken 16 vers 4 staat ook zoiets wonderlijks: “De HERE heeft ALLES gemaakt voor zijn doel, ja, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads”. Leest u het goed? Zelfs de goddeloze is gemaakt voor zijn doel, namelijk voor de dag des kwaads. Let erop in welke volgorde het staat. Niet de dag des kwaads is gemaakt voor de goddeloze, nee de goddeloze is gemaakt voor de dag des kwaads. Zo staat het er. Dat verzin ik niet.

God is GOD. Alles verloopt naar de bedoeling van zijn wil. Je moet het wel goed zeggen. Niet alles wat gebeurt is de bedoeling. Ik zou dat niet zo durven zeggen. Zo staat het ook niet in Efeze 1. Daar staat dat Hij in alles werkt “naar de bedoeling van zijn wil”. In het Grieks staat er ‘kata’, d.w.z. ‘in overeenstemming met’: naar de bedoeling van zijn wil. Alles heeft een bedoeling en dat is wat anders dan dat alles de bedoeling is. Laat ik u een voorbeeld geven: de dood is niet Gods bedoeling. Maar dat de dood er is, is wel naar zijn bedoeling. D.w.z. in overeenstemming met zijn bedoeling, namelijk om het leven te laten triomferen. Om te triomferen heb je een tegenstander, een donkere achtergrond nodig. En dat is in wezen het hele bijbelse relaas. Het leven kan slechts triomferen tegen de achtergrond van de dood. Dus de dood is niet Gods bedoeling, maar is wel naar zijn bedoeling. Niet alles wat er gebeurt is de bedoeling, ziekte is niet Gods bedoeling, de dood is niet Gods bedoeling, de zonde is niet zijn bedoeling niet, maar het feit dat het er is, is in overeenstemming met zijn bedoeling. Hij geeft het een plaats. Als je dat eenmaal gaat zien en gaat geloven en gaat verstaan, dan krijg je zo’n machtig besef van dat God werkelijk GOD is en dat er ook werkelijk niets mis gaat.
Niemand heeft ooit Gods bedoeling weerstaan. Zelfs een farao, die zulke verschrikkelijke dingen deed, zo afschuwelijk inging tegen Gods wil, past in het machtige plan van God. Niemand weerstaat zijn bedoeling. Waarmee maar gezegd wil zijn: zelfs degene die Gods wil weerstaat, dient slechts zijn bedoeling. Dat is zo machtig. Zelfs de grootste tegenstander van God, ook satan, die dient slechts Gods doel. Heb je dan een God of niet? Zoals een bekende van mij pleegt te zeggen: er kan van alles fout gaan maar er gaat niets mis. En zo is het: er gaat werkelijk niets mis, want we hebben een God die alles in zijn hand heeft en die in alles werkt naar de bedoeling van zijn wil. Romeinen 9 is geschreven vanuit Gods gezichtspunt. Voor ons rijmt het pas aan het eind. Wij zijn zo slecht in staat de dingen vanuit het nu te beoordelen. Of iets goed is of kwaad. We overzien namelijk het geheel niet. Je kunt iets pas beoordelen, iets werkelijk taxeren wanneer je alle factoren erin betrekt. God overziet alles. Hij heeft het grote einddoel op het oog. Hij verkondigt van de beginne reeds de afloop, lezen we in Jesaja. En alles wat er gebeurt dient slechts dat doel.

Dat wordt ook zichtbaar in Israël. Paulus laat in Romeinen 9, 10 en 11 zien: Israël is inderdaad verhard, ze zijn vijanden van het evangelie. Maar dan zegt hij er bij: “om uwentwil” (Romeinen 11 vers 28). Op zich lijkt Israëls ongeloof fout. Maar het wordt anders wanneer we het bezien in relatie tot … En zo is dat met alles. Iets is niet goed op zichzelf, iets is niet kwaad op zichzelf; het is goed ten opzichte van. En iets is kwaad ten opzichte van. Voor Degene die alles in zijn hand heeft, en alles laat werken naar de raad van zijn wil, voor Hem gaat er NIETS mis!

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

486369 bezoekers sinds 07-06-2010