Hij blijft getrouw

25-05-2010 door Joop Neven

door Aren van waarden

In een evangelisch magazine las ik een aangrijpend verhaal. Een christelijk echtpaar had één van hun kinderen, een tiener, verloren. Hij kampte al jarenlang met depressiviteit. In een vlaag van wanhoop had hij zichzelf van het leven beroofd. De moeder troostte zich in haar verdriet met een woord van Paulus: “Indien wij onttrouw zijn, Hij blijft getrouw, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet” {2 Tim.2 vers 13}. Het getuigenis trof mij. Maar tot mijn verbazing reageerde medechristenen, die het artikel ook hadden gelezen, afwijzend op het verhaal. Ze koesterden sympathie voorde bedroefde moeder, maar waren het niet eens met haar uitleg van Paulus woorden. Volgens hen was 2Tim.2 vers 13 niet als troost, maar als waarschuwing bedoelt. Ik sloeg er allerlei commentaren op na en ontdekte, dat de meeste uitleggers het met mijn medechristenen eens waren. De Engelsman Matthew Henry schreef bijv. “Indien wij Hem onttrouw zijn, dan zal Hij ook Zijn dreigementen trouw blijven; Hij kan zichzelf niet verloochenen, niet terug komen op enig woord dat Hij gesproken heeft, want Hij is de getrouwe getuige”. De negentiende-eeuwse theoloog J.J.van Oosterzee was het met Henry eens en zei: ”Beeld u niet in, dat als gij ontrouw zijt, de straf des Heren zou uitblijven. Hij is even getrouw in Zijn dreigementen, als Hij het in Zijn belofte is”. Indien deze interpretatie correct is, dan had de moeder uit het verhaal zich ten onrechte aan het bijbelwoord vastgeklemd. Maar is deze uitleg wel juist?

2 Tim.2 vers 13 staat niet op zichzelf. Paulus citeert waarschijnlijk een lied, dat in de door hem gestichte gemeente werd gezongen. Het lied bestaat uit vier regels en luidt als volgt.

“Indien wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven.

Indien wij volharden, zullen wij ook met Hem als koningen heersen.

Indien wij Hem zullen verloochenen, zal Hij ons verloochenen.

Indien wij Hem ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, {want zichzelf verloochenen kan Hij niet} {vs.11b-13}. Wanneer we nagaan wat de commentaren over dit fragment opmerken, dan blijkt dat ze het algemeen weinig aandacht schenken aan de details van de tekst. Regel één en twee zouden parallel lopen en vrijwel hetzelfde betekenen. Met regel drie en vier zou dit ook het geval zijn. De commentaren maken nauwelijks onderscheid tussen “gestorven zijn” en “volharden”, ”leven” en “als koningen heersen”, “Hem verloochenen” en “ontrouw zijn”, “ons verloochenen” en “zichzelf trouw blijven”.

De gemiddelde bijbelverklaring zegt ongeveer het volgende.

“Als we – net als Hij – voor de zonde dood zijn, dan zullen we – net als Hij – mogen opstaan ten leven.

Als we in het afwijzen van de zonde volharden, dan zullen we bij Hem in de hemel mogen komen.

Als we afvallig worden, dan zal Hij ons ook laten vallen,

Als we nalatig zijn, dan zal Hij aan zijn bedreigingen vasthouden en ons veroordelen”. Als ik zo`n uitleg lees, dan kan ik maar tot één conclusie komen: wat hier klinkt, is niet het evangelie! Geen blijde boodschap, maar de donder van de Sinaï. Als deze interpretatie juist zou zijn, wie kan dan bestaan? Zou Paulus het werkelijk zo bedoeld hebben? Ik zou uw aandacht willen vragen voor het volgende: “Leven” is niet hetzelfde als “als koningen heersen”. Er leven miljarden mensen op aarde, maar het is slechts enkele gegeven om als koningen te heersen. “met Hem gestorven zijn” is niet hetzelfde als “volharden”. Zowel in het Grieks als in het Nederlands blijkt immers, dat “gestorven zijn” betrekking heeft op een éénmalige gebeurtenis, die in het verleden heeft plaatsgevonden. “Volharden” heeft echter betrekking op een proces, dat nog altijd doorgaat. “Hem verloochenen” is een bepaalde vorm van “ontrouw”zijn”, maar er bestaan talloze andere vormen van ontrouw en nalatigheid. Regel één en twee hebben dus verschillende betekenissen, en dat geldt ook voor regel drie en vier.

Gelukkig zijn er commentaren, die zulke details rekening houden. Zij vatten het lied op de volgende manier op:

“Indien we met Hem zijn gestorven{op Golgotha, omdat we door het geloof met Hem verbonden waren},

dan zullen we straks ook mogen opstaan en voor altijd met Hem mogen leven.

Indien we in navolging volharden,

Dan zullen we zelfs bestuurlijk verantwoordelijkheid moge dragen, samen met hem.

Indien we Hem echter verloochenen,

Dan zal Hij onze naam niet noemen en ons geen taak waardig achten.

Indien we nalatig zijn, dan blijft Hij trouw aan Zijn voornemen om zondaars te behouden,

Want Hij geeft Zijn plannen en bedoelingen niet op”.

{Aangezien Hij voor ons gestorven is, ontvangen we Zijn leven,

maar we zullen beschaamd staan en onze roeping gedeeltelijk mislopen}.

 Deze uitleg is – in tegenstelling tot de vorige – in overeenstemming met wat Paulus op andere plaatsen schrijft. Als in het Nieuwe Testament van gelovige wordt gezegd dat zij “met Christus gestorven zijn”, dan kan dit maar één ding betekenen: dat elke gelovige stierf op Golgotha: “Eén is voor allen gestorven, dus zijn zij allen gestorven” { Kor. 5 vers 14}. Over “met hem leven” schreef Paulus aan de Thessalonicenzen: “God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot verkrijgen van behoudenis door onze Heer Jezus Christus, die voor ons is gestorven, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem leven” {1 Thess.5 vers 10, Telos}. Vele teksten laten zien, dat de Here onderscheid maakt tussen nalatige en trouwe volgelingen, hoewel beide groepen behouden zullen worden. Wie op de goede manier op Christus heeft gebouwd, zal “loon ontvangen”; wie echter verkeerde materialen heeft gebruikt zal “schade lijden” – hoewel hijzelf behouden zal worden, maar als door vuur heen” {1Kor.3 vers 14-15}. Een gemeentelid dat zich aan een ernstige vorm van incest schuldig had gemaakt en daar geen berouw koesterde, werd door Paulus “aan de satan overgeleverd” {d.w.z uit de gemeente geworpen, of met ziekte geslagen}, “opdat zijn geest behouden zou worden in de dag des Heren” {1Kor.11 vers 27-33}. De Here kan gelovige die zich misdragen, tijdens hun aardse leven door een oordeel tuchtigen. Hij doet dit “opdat zij niet met de wereld veroordeeld zouden worden” {1Kor.11 vers 27-33}. Droevig is de uitleg, die in de commentaren van het woord “trouw” wordt gegeven. Gods trouw zou inhouden dat Hij Zijn voornemen om kwaaddoeners te straffen onwankelbaar handhaaft. Heel de Schrift staat echter vol met getuigenissen waaruit blijkt dat God vasthoudt aan Zijn voornemen om de mensheid in het algemeen, en Israël in het bijzonder, uiteindelijk te zegenen, hoewel de betrokkenen dat helemáál niet verdienen. Daarnaast verschaft de Schrift tal van voorbeelden die tonen dat God wel degelijk kan afzien van Zijn voornemen om kwaaddoeners te straffen. Het lijkt mij daarom bijbelser om Gods “trouw” op te vatten als: trouw aan Zijn voornemen om zondaren het leven te geven, op grond van de kruisdood van Zijn Zoon.

Bij nader inzien klinkt in het lied toch het evangelie. En bij nader inzien had de bedroefde moeder méér van God karakter begrepen van de predikanten en theologen. Volgens de bijbel is het zelfs regel, dat God het dwaze der wereld uitkiest om de wijzen te beschamen, en Zijn plannen voor wijzen en verstandigen verborgen te houdt, maar aan de kleine kinderen openbaart {1Kor.1 vers 27, Luk.10 vers 21}.

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410335 bezoekers sinds 07-06-2010