Het zuchten van de schepping en de functie van de cherubim

14-10-2010 door Aren van Waarde

De “vier”dieren die Johannes beschrijft in zijn visioen van de hemelse troon {Openb. 4} zijn identiek aan de “wezens”uit de gezichten van Ezechiël {Ezech.1 e.v.} en aan de in andere Bijbelboeken genoemde “cherubim”. Ezechiël zag deze wezens voor het eerst, toen hij te midden van de Joodse ballingen aan de rivier de kebar vertoefde. Nadat de wezens zich in een later visioen opnieuw aan hem hebben vertoond, schreef hij: “Dit was hetzelfde wezen, dat ik gezien had onder de God van Israël aan de rivier de Kebar, en ik begreep, dat het cherubs waren”{Ezech.10 vers 20}. We mogen dus concluderen, dat de “dieren”of “wezens”niets anders zijn dan de cherubim.

Dieren

Uit de manier waarop Ezechiël en Johannes over hen spreken, blijkt dat ze nauw verband staan met het dierlijke leven op aarde. Hun naam {zoa in het Grieks} betekent “levenden. Wij kennen dit woord van uitdrukkingen als “zoölogie”{de wetenschap aangaande het dierlijk leven} en “zoötechniek” {de kennis en vaardigheid die nodig zijn om dieren te houden en te fokken}. Hoewel het woord zoa in sommige Bijbelteksten als “wezens”is weergegeven, is er niets op tegen om het consequent te vertalen als “dieren”. Hetzelfde woord { levenden}, dat Ezechiël voor de cherubim gebruikt, komt in het Oude Testament namelijk dikwijls voor als aanduiding van gedierte {zie b.v. Ezech. 14 vers 15 en 21, 29 vers 5: 31 vers 6 en 13}. In nieuwtestamentische teksten waar dezelfde uitdrukking voorkomt, gaat het ook dikwijls om dieren. Zo lezen we in Hebr. 13 vers 11: “van de dieren, waarvan het bloed als zondoffer door de hogepriester in het heiligdom werd gebracht {d.w.z. een stier en een bok}, werd het lichaam buiten de legerplaats verbrand {vgl. Lev.6 vers 30; 16 vers 14-15; 16 vers 27}. Mannen die de lusten van hun zondige natuur de vrije loop geven, gedragen zich als “redeloze wezens”, d.w.z. als schadelijke dieren die allen maar geschikt zijn om “gevangen en verdelgt te worden”{2Petr.2 vers 12 en Juda 10}. Het lichaam van de mens komt in vele opzichten overeen met dat van de zoogdieren. De mens kan worden aangeduid als een zoön  of “levend wezen”. Eén van de verschijningsvormen van de cherubim is dan ook de menselijke gedaante {Ezech. 1 vers 10 en Openb. 4 vers 7}.

Troonwezens

In heel de Bijbel worden cherubs verbonden met de troon van God en de heerlijkheid des Heren. We ontmoeten hen voor het eerst in het boek Genesis. Toen Adam en Eva gezondigd hadden, verdreef de Here de mens, “en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken”{Gen.3 vers 24}. In het volgende hoofdstuk blijkt, dat de Here zelf ten oosten van de hof tegenwoordig was. Kaïn en Abel brachten Hem er hun offers en Kaïn ging na zijn misdaad “weg van het aangezicht des heren”om zich in het land Nod te vestigen {Gen.4 vers 1-16}. Cherubim maakten deel uit van het verzoendeksel van de ark, waar de Here met Mozes wilde samenkomen om over Zijn geboden voor de Israëlieten te spreken {Exod.15 vers 17-22, Num. 7 vers 89}. Aangezien de heerlijkheid des Heren boven het verzoendeksel, in het heilige der heilige, aanwezig was, waren de cherubim ook afgebeeld op de tentkleden {Exod.26 vers 1} en op het voorhangsel {Exod.26 vers 31}. Koning Hizkia richtte zijn smeekbede tot de Here “die op de cherubs troont”{2Kon.19 vers 15, vgl. Ezech.10 vers 20}. In het heilige der heilige van de tempel van Salomo bevonden zich twee cherubim van houtsnijwerk {1kon.6 vers 23-28}. Ook hier waren cherubs afgebeld op het voorhangsel, in de vorm van ingeweven figuren { 2Kron.3 vers 14}. Bovendien prijkten er cherubs op de onderstellen van de koperen “zee”, het grote wasvat in de voorhof {1 Kon.7 vers 29 en 36}. Zowel in het heilige als in het heilige der heilige van de nieuwe tempel, die Ezechiël heeft mogen aanschouwen, zullen er cherubim op de wanden prijken {Ezech.41 vers 18-21}. Van deze tempel heeft de Here gezegd: “Dit is de plaats van Mijn troon en de plaats Mijner voetzolen, waar Ik wonen zal onder de Israëlieten tot in eeuwigheid”. Uit een vergelijking van Ezech.43 vers 7 met Openb.21 vers 22 blijkt, dat hiermee bedoeld wordt “onafgebroken, gedurende de hele toekomende eeuw”. In de daaropvolgende eeuw van de “nieuwe hemel en de nieuwe aarde”is er immers geen tempel meer {Openb. 21 vers 22}.

Letterlijk of symbolisch

Zien de cherubim er werkelijk zo uit, als ze in apocalyptische visioenen worden beschreven, of hebben we met een symbolische voorstelling te maken? Uit wat de Bijbel over hen vertelt, blijkt mijns inziens duidelijk, dat in de visioenen verschijningsvormen worden beschreven die een symbolische betekenis hebben. De cherubim vormen geen onbekende “diersoort”wiens kenmerken aan de hand van de Bijbel kunnen worden vastgesteld, maar ze verschijnen in uiteenlopende gestalten die samenhangen van het visioen in kwestie. Net zo min als Christus in letterlijke zin een lam of lammetje is {Openb.5 vers 6}, Hij is immers een mens {1Tim.2 vers 5-6}, net zo min zijn de cherubim gedrochten die door fusie verschillende diersoorten zijn ontstaan {Openb.4 vers 7}. Het zijn symbolische vertegenwoordigers van de levende wezens op aarde, van “alle levende zielen van alle vlees”, waarbij de mens is inbegrepen{ vgl. 9 vers 15}. Omdat de cherubim er niet werkelijk zo uitzien als ze in visioenen worden beschreven, kunnen ze bij verschillende gelegenheden op uiteenlopende manieren verschijnen. Ze hebben soms twee vleugels {Exod.25 vers 20; 37 vers 9 en 1Kon.6 vers 24 en 27}, maar ook wel eens vier {Ezech.1 vers 11 en 23} of zes {Openb.4 vers 8}. Ze hebben soms vier gezichten {Ezech.1 vers 6}, maar ook wel eens twee {Ezech.41 vers 18-21}. In het ene geval heeft elke cherub vier verschillende gelaatstrekken {Ezech.1 vers 10}, maar in een ander geval vertoont iedere cherubs slechts de kenmerken van één enkel schepsel {Openb.4 vers 7}. Rondom en van binnen zijn ze vol ogen {Ezech.1 vers 26-28;10 vers 1; Openb.4 vers 8}, waaruit we kunnen concluderen dat ze de schepping aandachtig gadeslaan en tevens voortdurend op God en Zijn bevelen letten.

Vertegenwoordigers

Zowel in het Bijbelboek Ezechiël als in Openbaring bezitten de cherubs kenmerken van vier verschillende schepselen± mens. Leeuw, rund en arend {of, lammergier}. Uit wat door de profeet Micha en door de Here Jezus over de vogel in kwestie wordt gezegd{ dat hij een kale kop heeft, Micha 1 vers 16, en zich in grote aantallen bij een stuk aas verzamelt, Marrt.24 vers 28}, blijkt dat we eerder aan een gier dan aan een arend moeten denken. Waarom zouden de cherubs de karaktertrekken van juist deze soorten vertonen, en niet die van andere wezens uit het dierenrijk? Waarschijnlijk omdat de cherubs terug verwijzen naar het verbond dat de Here na de zondvloed met alle aardbewoners heeft gesloten. In het boek Genesis wordt ons verteld, dat de Here Zijn verbond destijds heeft opgericht met “alle levende wezens van alle vlees” {Gen.9 vers 15}. Maar in andere teksten wordt gezegd, dat Hij het met vier groepen van schepselen heeft gesloten: {1} Noach en diens nageslacht, {2} het gevogelte, {3} het vee en {4} het wild gedierte der aarde {Gen.9 vers 9-10}. Kort samengevat: met de mensheid en met “alle gedierte der aarde”{Gen.9 vers 10}. In apocalyptische visioenen worden de aardse partners van het Noachidisch verbond door één soort uit elke categorie vertegenwoordigd: {1} de mens, {2} de arend {of lammergier}, {3} het rund en {4} de leeuw {Ezech.1 vers 10, Openb.4 vers 7}. De leeuw is de koning van de wilde dieren, de os het grootste kuddedier, de arend of lammergier de machtigste vogel van het Midden Oosten en de mens de koning van de ganse schepping {vgl. Gen. 9 vers 2}. Als teken van het verbond met Noach heeft de Here “Zijn boog” in de wolken gesteld {Gen.9 vers 12-17}. De wateren zullen nooit meer tot een vloed worden om al wat leeft te verderven. In apocalyptische visioenen verschijnt Gods opnieuw {Ezech.1 vers 28; Openb.4 vers 3}. Daaruit blijkt, dat de Here Zijn schepping trouw blijft, ook wanneer er vreselijke gerichten over de aarde gaan. Vernietiging van al wat leeft is niet Zijn einddoel, maar bevrijding van de schepping van de vloek die door Adams zonde over haar gebracht {vgl. Rom.8 vers 18-21; Openb.21 vers 4; Openb.22 vers 3}.

Reikhalzend uitzien

Volgens de apostel Paulus wacht de schepping met reikhalzend verlangen op het “openbaar worden van de zonen Gods”, d.w.z. op de onthulling van de gelovige met een onsterfelijk lichaam {Rom.8 vers 19, vgl. Rom.8 vers 23 en 2Kor.5 vers 2-5}. De schepping verlangt ernaar om dat moment te zien aanbreken, want de “zonen Gods” zijn eerstelingen {vgl. Jak.1 vers 18} Hun verheerlijking is slechts de eerste stap van een proces waardoor de totale aardse werkelijkheid aan de vruchteloosheid zal worden ontrukt. Uiteindelijk zal de hele schepping van de slavernij aan de vergankelijkheid worden bevrijd en in de vrijheid van de heerlijkheid der “zonen Gods” komen te staan {Rom.8 vers 21, vgl. Jes.11 vers 6-9; 65 vers 25}. Indien de cherubim het menselijk en dierlijk leven op aarde vertegenwoordigen, weerspiegelt hun optreden dan dit “reikhalzend verlangen”? ik meen van wel. In het boek Openbaring wordt vertelt dat God het kwaad in de wereld tenslotte een halt zal toeroepen en zal gaan “verderven wie de aarde verderven” {Openb. 11 vers 18}. De cherubim spelen hierbij een belangrijke rol. Ze zien uit naar oordeel omdat ze weten dat er zonder oordeel geen sprake kan zijn van bevrijding. De lofzang van de vier dieren en de vierentwintig oudsten, die in het vierde hoofdstuk van de Openbaring wordt beschreven en waarin God vanwege Zijn almacht en heiligheid wordt geprezen {Openb.4 vers 8}, loopt uit op de zegenbede: “Gij, onze Here en God, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de macht; want Gij hebt alles geschapen, en om uw wil was het en werd het geschapen” {Openb.4 vers 11}. In deze lofzang schuilt iets merkwaardigs. Bezit God “de heerlijkheid, de eer en de macht”dan nog niet? Hij is immers de Almachtige? In welke zin moet hij dit alles nog ontvangen? Blijkbaar in twee opzichten: {1} door het koningschap op zich te nemen en via Zijn Messias op zichtbare wijze over de mensheid te gaan regeren {Jes.2 vers 2-4; 9 vers 2-6; Micha 4 vers 1-3; Openb.11 vers 16-18; 20 vers 1-6 en {2} door de schepping {aanvankelijk gedeeltelijk, later totaal} van de vloek te gaan bevrijden { vgl. Jes.11 vers 6-9; 65 vers 22; en 25; Ezech.16 vers 53-63; Ezech.47 vers 8-12; Openb.21 vers 4, 22 vers 5}. De schepping zoals wij die kennen is vergankelijk en onvolmaakt. Bij de voleinding zal ze daarentegen een toonbeeld van Gods heerlijkheid, eer en macht te zijn. Reikhalzend verlangen blijkt ook uit het verdere optreden van de cherubim. Zij roepen de apocalyptische ruiters op, telkens nadat het Lam een zegel van de losserakte heeft verbroken. De ruiters bestrijken de hele aarde en staan model voor misleiding door valse messiassen, oorlog, hongersnood en massale sterfte {vgl. Openb. 6 vers 1-7 met Matth.24 vers 4-8}. Elk van hen wordt weer door een ander “dier”opgeroepen, dat met een stem “als een donderslag”roept: “Kom!” {Openb.6 vers 1, 3, 5 en 7}. Het optreden van de ruiters is het “begin der weeën”, de aanvang van een proces dan tot de geboorte van het zichtbare koninkrijk Gods op aarde zal leiden. Hoe vreselijk de gerichten ook zijn, ze dienen een positief doel {Matth.24 vers 8}. Vandaar dat de “dieren” met zoveel kracht om de ruiters roepen. De verwoesting van de ruiters loopt uit op de gezegende heerschappij van de Messias! Cherubs spelen niet alleen een rol bij het aanbreken van de komende toorn, maar ook bij de afsluiting daarvan. Eén van de dieren overhandigd immers aan de zeven gouden schalen, vol van Gods gramschap {Openb.15  vers 7}. Het uitgieten van die schalen brengt de “zeven laatste plagen”en daarmee is de gramschap Gods “voleindigd”{Openb.15 vers 1}. Gods toorn zal met ontzaglijke felheid ontbranden, maar aan die toorn komt spoedig een eind. Een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven lang in Zijn welbehagen {Ps.30 vers 6}. Niet altoos blijft Hij twisten, niet eeuwig zal Hij toornen {Ps.103 vers 9}. Zo is de God van Israël. De korte periode van de gramschap zal worden gevolgd door een alles overtreffende, blijvende heerlijkheid.

Onomstreden?

Onomstreden is deze interpretatie van de cherubim vanzelfsprekend niet. Op reliëfs {zoals boven de zijingang van de St.Servaaskerk in Maastricht} zijn ze dikwijls afgebeeld als symbolen van de vier evangelisten. Volgens vele commentatoren zouden ze model staan voor perioden uit de heilsgeschiedenis, terwijl anderen hen vereenzelvigen met de vaandels van de vier stammen {Juda, Efraïm, Ruben en Dan} die aan het hoofd van de kinderen Israëls gingen wanneer ze tijdens de woestijnreis moesten opbreken {vgl. Num.2}. Voor zulke interpretaties ontbreekt echter ieder bijbels bewijs, terwijl de bovengenoemde uitleg aanknoopt bij de Schrift. Zo opgevat zijn de cherubim een beeld van Gods trouw ten opzichte van de door Hem geschapen “levende zielen”. De hemelse troon rust op zorg voor het geschapene {vgl. 2Kon.19 vers 15; Ezech.10 vers 20}.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

390627 bezoekers sinds 07-06-2010