Het verschil tussen de oude en het nieuwe verbond

10-05-2010 door Joop Neven

Toen God met Abraham het oude verbond sloot, werden er dieren geslacht en door midden gehouwen. Een verbond werd in Israël steeds met het soorten van bloed gesloten. In Jeremia 34 spreekt van twee mensen, die voor Gods aangezicht een verbond maakten, waarbij een kalf in tweeën werd gehouwen en men tussen de stukken doorging. Als na ruim 400 jaar slavernij in Egypte Mozes met het zaad van Abraham in de woestijn is, herhaalt God dit verbond met hen, zeggende: ”Dit is het bloed des Verbonds, dat de Heer aan ulieden heeft geboden”

Er werd weer bloed vergoten van kalveren en bokken, tot God alle geboden van de Wet tot het volk had uitgesproken. Toen antwoordde het volk éénparig: “Alles wat de Heer gesproken heeft, zullen wij doen”. Dit oude verbond was dus een voorwaardelijk verbond, de gehoorzaamheid van Israël was de voorwaarde. Men weet hoe kort daarop Israël dit verbond al heeft verbroken. Het nieuwe verbond echter is onvoorwaardelijk, en hangt alleen af van de trouw van God, en daaraan hoeven wij niet te twijfelen. Na de mislukking van het oude verbond belooft God bij monde van Jeremia 31, het nieuwe verbonden Israël. Het zijn alle belofte Gods waaraan geen enkele voorwaarde is verbonden. Maar zoals het met vele beloften van God is: in de Geest is het geschied, maar in de tijd moet het nog komen. Het is zelfs nu nog toekomst.

Waar in het oude verbond steeds klonk: Gij zult, b.v. in Deut. 26 en 27, waar bijna elk vers begint met: Gij zult, Gij zult, daar is de aanhef betreffende het nieuwe verbond steeds: Ik zal, Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonden niet meer gedenken. Ik zal met hen een verbond der vredes maken, een eeuwig {aionisch} verbond. Ik zal hun een plaats geven, hen vermeerderen en Mijn heiligdom eeuwig {aionisch} te midden van hen stellen. Mijn woning zal bij hen zijn. Ik zal Mijn thora in hun binnenste leggen. Ik zal hen maken tot een roem en tot een sieraad bij alle natiën. Ik zal hen een hart geven, en een nieuwe geest in hun binnenste, en een weg om de Heer te vrezen, alle dagen hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen {Opdat zij allen één zijn Joh. 17}.

Ik zal Mij over hen verblijden als Ik hen weldoe. Ik zal ze getrouwelijk in dit land planten. Ik zal maken dat zij in Mijn inzettingen zullen wandelen en Mijn rechten zullen bewaren en doen, Ik zal hen stellen tot een eeuwige {aionisch} heerlijkheid, tot een vreugde van geslacht tot geslacht. “Dan zullen de volken die om u heen overgebleven zijn, weten dat Ik de Heer ben” {Opdat de wereld gelove, Joh. 17}

Israël is dan immers Gods eerstgeboren volkenzoon! Wat vanzelf inhoudt dat er ook later geboren volkenzonen zullen zijn. In de toekomende eeuw zal Israël glanzen, als de duisternis de andere volken nog bedekken.

Zo wel het oude als het nieuwe verbond behoort alleen aan Israël. Van Israël zijn de verbonden, zegt Paulus in Rom. 9 vers 4 {en de door God ingestelde eredienst}. Christus is gestorven voor de zonden der gehele wereld, maar Zijn bloed betrof allereerst de VELEN {Israël}. Maar al is door de mond van Jeremia het nieuwe verbond aan Israël beloofd, en door de Heer ingesteld, daarom trad het nog niet dadelijk in werking. Toen b.v. de Hebreeënbrief geschreven werd bestond het oude verbond nog, maar het was nabij de verdwijning. De toen levende generatie verwachtte toen spoedig de wederkomst van de Heer en met Hem het nieuwe verbond. De Hebreeën schrijver spreekt over: “een korte tijd en Hij Die komt zal er zijn”.

Ook Petrus schrijft over de laatste tijde, en Johannes zelfs over de laatste uren. Deze spoedige verwachting van het toen nabij zijnde Koninkrijk is gedurende deze {onze} bedeling onderbroken.

Wanneer de Hebreeënbrief spreekt van de Middelaar des nieuwen Verbonds, Jezus, dan staat er dat de aarde bewoog toen Deze {Jezus} het oude verbond met hen sloot, maar dat bij het ingaan van het nieuwe verbond óók de hemelen zullen bewogen worden; dat het oude verbond bewegelijk is, maar het nieuwe verbond onbewegelijk; dat Christus het eerste wegneemt om het tweede te stellen; dat Hij een betere Verbondsmiddelaar is in betere beloften bevestigd. Christus zal tijdens het nieuwe verbond het Pascha opnieuw met hen eten, met een nieuw geboren volk, in een nieuwe wereldorde.

Het nieuwe verbond is het verbond van die eeuw {aioon}, waar God Israël niet meer zal verlaten en zij niet meer KUNNEN afwijken. Zo dikwijls als er staat: “zij zullen Mij tot een volk zijn en Ik zal hun tot een God zijn “,staat dit in verband met het nieuwe verbond, Dán zijn zij eikenbomen der gerechtigheid, een koninklijk priesterdom, een priesterlijk Koninkrijk, want van Sion zal de Wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem.

Israël is de bruid of de vrouw van Jehova. Zo zegt de Heer: ”Ik gedenk de weldadigheid uwer jeugd, de liefde uwer ondertrouw toen gij Mij nawandelde in de woestijn”. In die woestijn nu deed die rouw in haar jeugd geloften die te zwaar voor haar waren om na te komen, zoals ook deze: “Al wat de Heer bevolen heeft, zullen wij doen en gehoorzamen”.

Israël verbrak het verbond en kwam zodoende onder de vloek van Deut. 28. Maar in Num. 30 vers 14 en15 staat: “Zwijgt echter haar man van dag tot dag geheel tegen haar, dan bekrachtigt hij al haar geloften of al de verplichtingen die op haar rusten; hij bekrachtigt ze, omdat hij tegen haar zwijgt, wanneer hij het hoort. Maar maakt hij ze nadrukkelijk ongeldig, nadat hij ze gehoord heeft, dan zal hij haar ongerechtigheid dragen”,

Die Man is Christus, Die Israël ontslaan zal van de vloek die op hen rust, wegens het niet nakomen van haar gelofte. Dit maakt dus een nieuw verbond noodzakelijk, dat Christus instelde en waardoor en waarvoor Hij Zijn bloed gaf, terwijl zelfs de vrouw Hem nog ontrouw wás en is. Gelukkig weten we ook uit de profetie dat de rouw zichzelf straks zal bereiden, en gedurende het koninkrijk de bruiloft des Lams zal plaats hebben. Dan heeft de Heer iets nieuws op de aarde geschapen: de vrouw zal de Man omvangen. Gelukkig dan ook degenen die geroepen zijn tot de bruiloft de Lams. Het verkiezen van Israël, en niet alleen van Israël, maar alle verkiezingen houden op als de taak volbracht is.

Abraham maakte zijn roeping en verkiezing vast: Israël nog niet.

God beloofde Abraham het gehele land Kanaän tot een eeuwig {aionisch} bezit, voor hem en zijn zaad, ja, hij zal volgens Paulus zelfs erfgenaam der wereld zijn, terwijl hij er als sterfelijk mens nog geen voetstap van heeft bezeten.

Aan Israël gaf God, als taak, alle mensen te brengen in Gods gemeenschap, opdat de beloften, door hem aan Abraham gedaan, vervuld kan worden: “In u en uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde”.

Deze belofte is veel meer omvattend dan men algemeen gelooft, ze omvat alle volken, ook de reeds vergane volken die nooit van Christus hoorden.

De tijd waarin wij nu leven, door Paulus meerdere malen genoemd: De bedeling der verborgenheid, begon vóór de verwoesting van de Tempel en Israëls verstrooiing, en zal ten einde zijn als Israël als volk tot God gaat roepen. Tijdens onze bedeling der verborgenheid is de wet buiten werking gesteld, niet door God afgeschaft, maar de wet met zijn inzettingen is buiten werking, zolang het volk Israël buiten werking is, omdat de Wet van God eeuwig {aionisch} is, dus weer in werking gedurende de eeuw {aioon}, het a.s. Koninkrijk.

Het boek Openbaring {dat Joods is} zal straks weer aansluiten op het ontijdig afgebroken boek Handelingen der Apostelen. De tijd, gedurende welke de oordelen in het boek Openbaringen beschreven, plaats zullen hebben, behoren nog bij deze boze eeuw {aioon}, die juist met deze oordelen zal worden afgesloten.

Met de prachtige heilsbelofte uit Zach 8, zie je als het ware het vastgrijpen van die mannen uit alle volken van allerlei taal, die aan één Joodse man zullen vragen: “Wij willen met u gaan, we hebben gehoord dat God met u is”.

Op Zijn naam zullen de volkeren hopen. De volkeren zullen hunkeren naar de Levende God. De Messias zittende op de troon Zijner heerlijkheid. De Fillp. Brief zegt zo prachtig: “Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader. {Fil.2 vers 10-11}.

Omdat men meende dat Israël en zijn wet voorgoed hadden afgedaan, heeft men de Hebreeënbrief in het verleden tijd vertaald, zij is echter geschreven in de tegenwoordige tijd, hoofdzakelijk als onderwijs betreffende het Oude en het Nieuwe Verbond.

Wij hebben het Nieuwe Verbond van Israël afgenomen, en daardoor is het eigenlijk een karikatuur geworden. Ook gaf God geen wetten om nooit door Zijn volk te worden volbracht, maar als schaduw der toekomende dingen.

En Christus, gekomen zijnde als Hogepriester der toekomende dingen, heeft een eeuwige {aionisch} verlossing verworven. Daarom is Hij de Middelaar van een Nieuw Verbond geworden, opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden, tot verlossing van de overtredingen onder het oude verbond, de geroepenen de beloften der eeuwige erfenis ontvangen zouden.

En dat is Israël.

De veel grotere beloften waar God in onze bedeling toe roept is, medeburgers en huisgenoten Gods te zijn, om straks als Zijn Lichaam hemelen en aarde tezamen te brengen; dit onderwijs kunnen we vinden in de gevangenisbrieven van Paulus, die hij schreef na Israëls tijdelijke verwerping.

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

384772 bezoekers sinds 07-06-2010