Het Lichaam van Christus

25-05-2010 door Joop Neven

Het geheimenis

Het Geheimenis is niet gebaseerd op zegeningen van een verbond, hetzij oud of nieuw, en hangt niet samen met het zaad van Abraham (het zand of stof van de aardse zegeningen voor de volkeren, of het sterrezaad van de hemelse zegeningen) waartoe ook Christus’ Joodse bruid en haar heidense gasten behoren (Joh.3:29; Rom.11:17; 15:27). Het Geheimenis is Gods genadegave aan zowel de heiden als de Jood (Ef. 2:8-10); “Christus in u, de hoop der heerlijkheid” (Col. 1:26-28); want God is bezig “de twee tot één nieuwe mens te scheppen” (zowel Jood als heiden, beide met een nieuw leven), het Lichaam van de Christus in de heerlijkheid waarvan Hij, Christus Jezus, de Heer der Heerlijkheid, het verheven Hoofd is (Ef.1:19-23; 2:12-18; Col.1:25-27). Dit geheim was “verborgen in God”. De profeten wisten er niets van af en het kan niet gevonden worden in de Schriften, behalve in de brieven van Paulus die geschreven zijn na de afsluiting van de Handelingenperiode. Men moet goed begrijpen dat het geheimenis van het ene Lichaam, de Gemeente, alleen in Paulus’ latere brieven gevonden kan worden en niet in zijn brieven die geschreven zijn in de Handelingentijd. Als Paulus schrijft aan de Efeziërs zegt hij dat hij nu een gevangene van Christus Jezus is voor u heidenen (Ef. 3:1). Paulus is niet langer een gevangene voor de hoop van Israël. Hij is de spreekbuis voor de opgevaren Christus met een boodschap voor ons die heidenen zijn. De Gemeente die het lichaam van Christus is, verschilt van elke andere gemeente in de Schriften. Het is niet de vergadering (gemeente) in de woestijn (Hand. 7:38); noch de gemeente waarover wordt gesproken in Psalm 22:23 en Hebreeën 2:12. Het is de nieuwe mens, en het doel daarvan is op te groeien tot een VOLWASSEN MAN (Ef. 2:15; 4:13). Christus is het hoofd van het Lichaam, de Gemeente (Col. 1:18) en geen lid van dit lichaam is onderdeel van het hoofd. De openbaring van het geheimenis, de Gemeente van het ene Lichaam, is een verborgenheid, en veel van gelovigen, heden ten dage weten niets aangaande dit geheim gegeven aan en door Paulus de prediker, apostel en leraar voor de heidenen. De Here Jezus Christus maakte Paulus een dienaar van het evangelie en een dienaar van het lichaam, de Gemeente van het geheimenis om onder de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te kunnen verkondigen en allen te tonen wat de bediening (is: bedeling, of bestuur) van het geheimenis dat verborgen was in God, inhoudt. (Ef. 3:6-9; Col. 1:23-26). Er kan alleen een Gemeente des Heren worden gevormd overeenkomstig het evangelie van Paulus en Jezus Christus kan alleen worden gepredikt in overeen stemming met de openbaring van het geheimenis (Rom. 16:25). Laten we dagelijks de Schriften nagaan of deze dingen zo zijn (Hand. 17:11) en mogen de ogen van ons hart verlicht worden zodat we mogen weten welke hoop Zijn roeping wekt (Ef. 1:18).

De brieven van Paulus hebben te maken met een hogere roeping! Zijn brieven zien verder dan de wet en de besnijdenis, verder dan het komende Vrede Rijk, verder dan de komende aioon. In Christus valt het onderscheid tussen Jood en Griek {heiden} weg! In Christus zijn wij al een nieuwe schepping {Gal.6 vers 15; 2Kor.5 vers 17; Efe.2 vers 15, 4 vers 24} In Christus zijn wij reeds gestorven en in de geest weer opgestaan! {Rom.6 vers 4-8; Kol.2 vers 12-13}. Dat is de reden waarom Paulus in 1Kor.10 vers 11 zegt; dat tot ons de einden der aeonen zijn gekomen.

In Christus zijn wij, de gemeente, het Lichaam van Christus, reeds volmaakt. God is reeds ALLES in de gemeente, zoals Hij eens wanneer de aeonen hun loop hebben voleindigd; “alles in allen zal zijn”. Laten we goed het verschil zien: Diegenen uit de volkeren, die tot geloof zijn gekomen door de verkondiging van het evangelie van Paulus, zijn niet tot geloof gekomen vanwege de éénheid van Israël!!! Integendeel, niet vanwege haar éénheid, maar juist vanwege haar val komt het heil nu de volkeren ten goede. In de toekomst zal door middel van de éénwording van Israël de kennis des Heren de aarde gaan bedekken als de wateren de bodem de zee {Jes.25 vers 6, 11 vers 9 }. Er is één ding dat de gelovigen meer dan iets anders nodig heeft. Eén ding, dat de basis vormt voor al het andere en waar al het andere om draait. Het is een zekerheid in Gods Woord en ook in onze eigen ervaring dat ‘we niet weten wat we bidden zullen naar behoren’. Maar ‘de Geest komt onze zwakheid te hulp’ (Rom. 8:26). Hij weet waarvoor we moeten bidden. Hij weet wat we nodig hebben. Hij is de Voorspraak in en voor ons. Hij leert ons wat we moeten bidden. In Efeze 1:17 is Zijn gebed voor ons als volgt weergegeven: … opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de geest van wijsheid en van openbaring om hem recht te kennen. Dit is dus wat we het meeste nodig hebben: de rechte kennis van God. Als de Heilige Geest het op deze wijze plaatst vóór al het andere, kan dat alleen maar betekenen dat het belangrijker is dan alle andere dingen. Dit is het fundament van het geloof, het is het begin van Het leven. Het is de kern van alle vertrouwen. We kunnen niet iemand vertrouwen die we niet kennen. Althans, het is veiliger voor ons om dat niet te doen en in de regel doen we dat ook niet. Aan de andere kant, als we iemand door en door kennen, moeten we hem wel vertrouwen. Het kost ons geen enkele moeite als we iemand heel goed kennen. Het vergt in dat geval juist inspanning hem niet te vertrouwen. De vraag is nu: waarom vertrouwen we God niet op die manier? Is het antwoord daarop niet duidelijk? Dat komt omdat we Hem niet kennen! We zien nu dat de kennis van God onze grootste behoefte is. In de Fillippenzen brief staat: {Dit alles}”om hem te kennen en de kracht zijner opstanding …..{Filp.3 vers 10}. Dat gaat alle wetenschap van de wereld te boven. “Opdat ik Hem kenne” dat is wat God ons in Hem en mét Hem gemaakt heeft en wat Hij voor ons gemaakt heeft. Daarom noemt Paulus het ook “de uitnemende kennis van Jezus Christus”. Verborgen met Christus in God. Uit de kracht van de éénheid met Christus bezit het Lichaam een zodanig geestelijk karakter, waarvoor de “eerste beginselen der wereld”, de wet en inzettingen uitgediend is. Wij zijn “mede-erfgenamen en medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie” {Efe.3 vers 6}.

EN DIT EVANGELIE IS GERICHT “AAN U” {Efe.3 vers 2}.

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

406067 bezoekers sinds 07-06-2010