Het Kerstverhaal

06-12-2011 door Joop Neven

Omdat ook over het kerstverhaal zelf nog al wat misverstanden zijn ontstaan in de loop der tijd, lijkt het ons goed om ook dat nog even onder de loep te nemen. Hoewel de meeste mensen menen het kerstverhaal nu wel zo onderhand te kennen, blijkt een nadere studie toch wel op zijn plaats. Om te beginnen valt het op dat de twee evangeliën eigenlijk een ‘verschillend’ kerstverhaal vertellen. Zo vertelt Mattheüs het verhaal van de ‘wijzen uit het oosten’ en heeft het niet over de herders of de geboorte zelf. Ook vertelt Mattheüs als enige over de vlucht naar Egypte en de kinder moordt. Ook is het Mattheüs die vertelt over de Engel die aan Jozef verschijnt en niets zegt over de Engel bij Maria. Lucas echter vertelt in een korte zin iets over de geboorte en verder het verhaal van de herders. Niets over de ‘wijzen’ of de vlucht naar Egypte. Lucas besteed juist veel aandacht aan de Engel die aan Maria verschijnt en niets over de Engel aan Jozef. Het is wel bijzonder dat juist deze twee evangeliën rond dezelfde tijd zijn ontstaan. Het evangelie van Mattheüs en Lucas zijn, samen met de Handelingen der apostelen en de brief van Judas, rond het jaar 75 na Christus geschreven. Of het nu een bewuste keuze was om beide het verhaal van een andere kant te belichten, of dat de schrijvers andere informatiebronnen hadden, of dat de schrijvers gewoon kozen voor die stukken uit het verhaal die henzelf of hun doelgroep het meest aanspraken, we weten het niet. Wel is duidelijk dat het van belang is beide evangeliën als één geheel te lezen om het verhaal compleet te krijgen. Hoewel wij traditioneel een heel duidelijk beeld hebben over de geboorte van Jezus, blijkt in de praktijk dat alleen Lucas er heel even aandacht aan besteedt. ‘[6] En het geschiedde, toen zij daar wa­ren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou, [7] en zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg.’ (Lucas 2 vers 6,7) Matteòs vertelt alleen maar dat ‘Jezus geboren was te Bethlehem in Judéa,’ (Mattheüs 2 vers 1) Hoewel er dus eigenlijk nauwelijks iets over de geboorte van Jezus in de Bijbel staat hebben de meeste mensen er een heel gedetailleerd idee over. Ook als de engelen aan de herders vertellen waar ze Jezus kunnen vinden lezen we: ‘[10] En de engel zeide tot hen: Weest niet be­vreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk zal ten deel vallen: [11] U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here, in de stad van David. [12] En dit zij u het teken: Gij zult een kind vinden in doeken gewikkeld en liggende in een kribbe. [13] En plotseling was er bij de engel een grote hemelse legermacht, die God loofde, zeggende: [14] Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbehagens. [15] En het geschiedde, toen de engelen van hen heengevaren waren naar de hemel, dat de herders tot elkander spraken: Laten wij dan naar Bethlehem gaan om te zien hetgeen geschied is en ons door de Here is bekendgemaakt. [16] En zij gingen haastig en vonden Maria en Jozef, en het kind liggende in de kribbe. [17] En toen zij het gezien hadden, maakten zij be­kend hetgeen tot hen gesproken was over dit kind.’ (Lucas 2 vers 10 t/m 17) Het enige dat Lucas vertelt is, dat Jezus in een ‘kribbe’ lag en in doeken was gewikkeld. Beide evangeliën zeggen niets over een stal, niets over een os en een ezel.

Hoewel men tegenwoordig juist de stal gebruikt om aan te geven dat Jezus geboren was in armoede, geeft Lucas alleen maar aan dat hij geboren was in een ‘kribbe’. Als de stal werkelijk belangrijk zou zijn geweest voor het verhaal had men dat zeker vermeld. Ook als de engelen aan de herders vertellen waaraan zij het kindje Jezus kunnen herkennen, vertellen zij niets over een stal. Wel noemen zij met nadruk de ‘kribbe’. We hebben het woord ‘kribbe’ nadrukkelijk tussen aanhalingstekens geplaatst omdat het een verwarrende vertaling van het Griekse woord is dat in de grondtekst gebruikt word. Het Griekse woord ‘phatne’ dat hiervoor gebruikt is, komt van het woord ‘pateomai’ en betekend ‘om te eten’. Een ‘phatne’ is een houten bak die inderdaad gebruikt zou kunnen worden als een kribbe, een voederbak. Toch is dit niet het eerste waar een Jood aan zou hebben gedacht in die tijd. Joden maakten namelijk gebruik van houten bakken om voedsel in te bewaren. Vooral brood werd in die tijd bewaard in houten bakken. Wij kennen nog wel de broodtrommel van vroeger, een aparte bak waarin we brood bewaarden, om het zo beter vers te houden. Door de invoering van plastic verpakkingen behoort ook dit zo goed als tot het verleden. Ook wikkelde men in de tijd van Jezus (later ook nog) de broden in doeken. Zeker als de broden nog warm waren, zorgde dit ervoor dat ze konden uitwasemen en toch vers bleven. Als we nu de uitspraak ‘in doeken gewikkeld en liggende in een kribbe/houten bak’ lezen zien we daar ineens de uitspraak die Jezus over zichzelf doet: ‘[48] Ik ben het brood des levens. [49] Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven; [50] dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet sterve. [51]Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. In­dien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld.’ (Johannes 6 vers 48 t/m 51) Hoe kwam Jezus dus op aarde? Volgens Zijn eigen woorden ‘als een levend brood’. Zoals brood behandeld werd, werd Jezus behandeld tijdens zijn geboorte. Je zou dus kunnen lezen dat de engelen dus eigenlijk zeggen: Je zult hem vinden toebereid als het levende brood. Jezus is niet gekomen als voer voor dieren maar als levend brood voor mensen!

David M. Hargis, een Jood die onderzoek heeft gedaan naar de geboorte van Jezus beschrijft het als volgt. ‘Wat betreft het feest der Tabernakels (Loofhuttenfeest), heeft G-d bevolen dat Israël het volgende in acht zou nemen. Ze moesten een tijdelijke verblijfplaats bouwen die een ‘sukkah’ (loofhut) genoemd werd en daar acht dagen in wonen. (Leviticus 23:34-43). Deze ‘sukkahs’ moeten naast het huis gebouwd worden met slechts basis benodigdheden en voedsel voor de acht dagen. Het voedsel werd dan, in een kist of krib, in de hut geplaatst. De King James vertaling noemt deze houten bak een ‘manger’. (De Nederlandse vertaling noemt het een krib) (Vertaald uit: Messiah’s Conception and Birth, IV Birth of Yeshua, geschreven door David M. Hargis). Nu blijft nog staan de tekst: ‘omdat er voor hen geen plaats was in de herberg’ (Lucas 2 vers7).Het Griekse woord dat vertaald is met plaats is ‘topos’. Dit is een woord met een nogal uitgebreide betekenis. Zo kan het een gedeelte van een ruimte betekenen, een bepaalde bladzijde in een boek of bijvoorbeeld je positie of status binnen een groep. Als wij westerlingen denken aan een herberg, denken we aan een huis waar je kamers kunt huren voor één of meer nachten. Voor de Joden uit die tijd was dat niet zo. Om een goed idee te krijgen over een herberg moeten we een ander verhaal lezen waar hetzelfde Griekse woord ‘kataluma’, dat hier vertaald is met herberg, gebruikt wordt. Het woord komt nog twee keer voor in het nieuwe testament: ‘….maakt het Pascha voor ons gereed, opdat wij het kunnen eten. [9] En zij zeiden tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij het gereed maken? [10]Hij zeide tot hen: Zie, wanneer gij de stad inkomt, zal u een man tegenkomen, die een kruik water draagt. Volgt hem in het huis, dat hij binnengaat, [11] en zegt dan tot de heer van dat huis: De Mees­ter zegt u: Waar is het vertrek, waar Ik met mijn discipelen het Pascha kan eten? [12] En hij zal u een grote boven­zaal wijzen, van alles voorzien: maakt het daar gereed. [13] En zij gingen heen en vonden het zoals Hij hun gezegd had, en zij maakten het Pascha gereed.’

(Lucas 22 vers 9 t/m 13) ‘…zeiden zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan en toebereidselen maken, opdat Gij het Pascha kunt eten? [13] En Hij zond twee van zijn discipelen uit en zeide tot hen:

Gaat naar de stad en er zal u een man tegenkomen, die een kruik water draagt; volgt hem, [14] en zegt tot de heer van het huis, waar hij binnengaat: De meester zegt: Waar is voor Mij het vertrek, waar Ik met mijn dis­cipelen het Pascha kan eten? [15] En hij zal u een grote bovenzaal wijzen, van al het nodige voorzien. Maakt het daar voor ons gereed. [16] En de disci­pelen gingen heen en kwamen in de stad en vonden het, zoals Hij hun ge­zegd had en zij maakten het Pascha gereed.’ (Markus 14 vers 12 t/m 16) Hier wordt het Griekse woord ‘kataluma’ dus vertaald met ‘vertrek’ of nog beter gemeenschappelijke ruimte. Ook uit opgravingen blijkt dat herbergachtige gelegenheden uit een aantal grote gemeenschapplijke ruimtes bestonden. Mannen en vrouwen gescheiden. Op een binnenplaats met meestal een galerij eromheen stonden dan de dieren. Omdat het hier om grote gemeenschappelijke ruimtes ging en niet om kleine privé gedeeltes (privacy is typisch westers) is het ook niet zo vreemd dat een bevallende vrouw daar niet zo maar tussen kon zitten. Zeker voor een Jood is dat onmogelijk, omdat een vrouw die bevallen is volgens de wet (Leviticus 12) onrein is. Voor een dergelijke vrouw was er dus geen plaats in de gemeenschappelijke ruimtes. Ook al zouden er maar drie gasten zijn geweest, zelfs dan zou ze niet toegelaten worden in de gemeenschappelijke vertrekken.

In bijvoorbeeld een studiebrief uit Israël vonden we de volgende beschrijving van een oude herberg: ‘De herberg zoals beschreven in Lucas 2:7 was geen hotel zoals wij die kennen. Het was een open hal, met tafels langs de muren, waar de gasten zich terug trokken om te eten en te drinken. Dan lag men rond de tafels te slapen. Het was erg open en publiek, erg druk en lawaaierig, het best te vergelijken met een wachtruimte voor vliegtuigen, treinen of bussen.’ (Vertaald uit: -Israël Teaching letter- Chrismas a new look at an old story.)

‘De herberg aan de rand van Bethlehem leek veel op deze typische karavanserai, een van de vele soortgelijke logementen langs de voornaamste handelsroutes in die tijd. Behalve huisvesting bood een ka­ravanserai ook bescherming. Ze waren gebouwd van rotsblokken uit de omgeving of van in de zon ge­droogde stenen en omgeven door een muur om ro­vers buiten te houden. Een herberg die aan de ho­rizon opdoemde, moet een welkom teken zijn geweest aan het einde van een stoffige reisdag. Zulke onderkomens werden altijd rond een waterbron ge­bouwd. De reizigers konden hun dieren op de open binnenplaats voeden en drenken en hun waterzak­ken aan de put vullen. Arme reizigers sliepen waarschijnlijk ook op die binnenplaats, maar bij slecht weer zochten ze met hun dieren onderdak in de overdekte gang onder de eerste verdieping.’ (Jezus en zijn tijd door: Hanny Ris-Hoogendoorn). Waar Maria zich teruggetrokken heeft om het kind te baren, vertelt het verhaal niet. Een aannemelijke reden voor het verhaal van de stal dat later ontstond is er wel. Toen het feest van de geboorte van Jezus eenmaal op de feestdag van Mitras gevierd werd, verstrengelden een aantal gewoontes en verhalen. Mitras was namelijk wel in een grot/stal geboren. De rotsgeboorte van Mitras was in die tijd een bekend verhaal. Omdat de meeste stallen van dieren in grotten gevestigd waren, kan je hier dus zowel grot als stal gebruiken. De bijeenkomsten van de Mitrasgelovigen waren ook altijd in een grot of een nagebouwde grotachtige ruimte. Juist omdat de bijbel nergens aangeeft waar Jezus geboren werd, ligt het voor de hand dat men dit oude verhaal gebruikt heeft om deze ‘leegte’ in het kerstverhaal te vullen. Ook omdat men gewend was om op 25 december iemand te gedenken die in een grot/stal geboren was, maakte dit de verwarring kompleet. Ooit hoorde ik een Jood zeggen: ‘Het kerstverhaal is zo westers dat het nooit in Israël kan hebben afgespeeld. Geen enkele Jood zou een pasgeboren kind in een voerbak leggen, waar onreine dieren uit kunnen eten en dat nog afgezien het hygiëne probleem.’

Drie koningen:

Volgens het traditionele verhaal zouden er drie koningen uit het Oosten gekomen zijn. In alle kerststallen zien we dan ook drie mannen met kronen op hun hooft en met ieder een voorwerp (cadeau) in hun hand. Volgens het traditionele verhaal knielen ook zij voor de pasgeboren Jezus neer. Hoewel we dit verhaal allemaal wel tientallen malen hebben gehoord is het niet het verhaal zoals het in de bijbel staat.

Laten we om te beginnen goed kijken wat er in de bijbel staat:

[2] Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem in Judéa in de dagen van koning Herodes zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem, [2] en vroegen; waar is de Koning der Jo­den, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te be­wijzen. Het woord dat hier vertaald is met wijzen is van oorsprong het Griekse woord ‘magos’ het was de naam voor een Babylonische en Perzische kaste* van priesters, magiërs, raadgevers en wetenschappers.

*(laag van de bevolking)

Hoewel de rooms-katholieken nog steeds het drie koningen feest vieren, staat in hun eigen ‘Catholic Encyclopedia’ (katholieke Encyclopedie):

‘Zoals het soms gebeurt, een liturgische verwijzing van een tekst, achteraf gezien niet zo goed gekozen zijn als men de historie bekijkt. Ook waren het geen tovenaars: een goede uitleg van het woord ‘magoi’ wordt niet in de bijbel gevonden, dus is men verplicht dit in de context van het tweede hoofdstuk van St. Mattheüs te bekijken. Deze magiërs kunnen niemand anders geweest zijn dan de priesterkaste waar we al eerder naar verwezen [- die van Babylon en Persië -]. De religie van de Magiërs was voornamelijk die van ‘Zoroaster’ een verboden tovenaarsverbond. Hun astrologie en vermogen om dromen uit te leggen waren de fundamenten om Christus te vinden.’ (Vertaald uit: ‘Catholic Encyclopedia’) Een voorbeeld hiervan zien we ook in Daniel 5 vers 11 en 12, Als Daniel in ballingschap is in Babylon. ‘Er is een man in uw koninkrijk in wie de geest der heiligen goden woont, en in wie in de dagen van uw vader verlichting, verstand en wijsheid als de wijsheid der goden, gevonden werd; hem heeft koning Nebukadnes­sar, uw vader, tot hoofd der geleerden, bezweerders, Chaldeeën en waarzeg­gers aangesteld, – uw vader, 0 koning. [12] Omdat dan een uitnemende geest en kennis en verstand, uitlegging van dromen, onthulling van verborgenhe­den en ontwarring van knopen in hem gevonden wordt, in Daniël, aan wie de koning de naam Beltesassar gegeven heeft, laat dan nu Daniël geroe­pen worden en hij zal de uitlegging te kennen geven.’

De drie koningen zouden volgens de verhalen de volgende koningen zijn:

  1. Melgior, koning van Arabië
  2. Caspar, koning van Tarsus
  3. Baltasar, koning van Ethiopië

Iedereen die goed is in aardrijkskunde (of een atlas heeft) zal direct ontdekken dat alleen Arabië redelijk ten oosten van Israël ligt. Tarsus ligt ver ten noorden van Israël en Ethiopië ligt ver ten zuiden van Israël. Er is nog iets opvallend aan het verhaal, lees de tekst uit Mattheüs 2 nog eens en ontdek dat er niet over drie ‘wijzen’ gesproken word, maar gewoon over ‘wijzen’. Dat kunnen er twee zijn maar ook honderd.

‘In de oosterse traditie heeft 12 de voorkeur. Vroeg christelijke kunst is geen maatgever:

· Een schilderij op het kerkhof van St. Peter en Marcellinus laten er twee zien.

· Een in het Lateran Museum, drie;

· Een in het kerkhof van Domitilla, vier;

· Een vaas in het Kircher Museum, acht.’

(Vertaald uit: ‘Catholic Encyclopedia’)

Men neemt wel eens aan dat het getal drie is ontstaan vanwege de drie giften die ze bij zich hadden. Toch zal straks duidelijk worden dat hier een nog veel belangrijkere reden achter zit. Er is nog iets dat helemaal niet klopt met het ‘traditionele’ kerstverhaal. Volgens de ‘traditie’ zouden de wijzen uit het oosten de stal binnenkomen en de baby Jezus aanbidden, maar dat is niet wat er in de bijbel staat in Mattheüs 2: ‘[9] Zij hoorden de koning aan en reis­den weg; en zie, de ster, die zij hadden gezien in het Oosten, ging hun voor totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het kind was. [10] Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. [11] En zij gingen het huis binnen en zagen het kind met Maria, zijn moeder, en zij vielen neder en bewezen hem hulde…’ Er staat hier heel duidelijk ‘het kind’ vertaald van het Griekse woord ‘paidion’. Dat woord betekent een jong kind en zeker geen baby of zuigeling. Het staat ook in duidelijk contrast met de boodschap van de engel aan de herders in Lucas 2 vers 12: ‘…Gij zult een kind vinden in doeken gewikkeld..’ De Statenvertaling zegt ‘kindeke‘, wat duidelijker aangeeft dat het hier om een baby gaat. Het Griekse woord dat hier gebruikt is ‘brephos’ en dat betekent embryo of pasgeboren baby.

Ook staat er in Mattheüs 2 vers 11 dat ze een huis binnen gingen en geen herberg of stal. Ook staat er niet dat ze het kind zagen liggen in een bak of iets dergelijks. Niets van dat alles. Er is nog een duidelijke reden waarom we kunnen weten dat de wijzen niet bij de geboorte geweest kunnen zijn. We vinden dat in Lucas 2 vers 22 t/m 24: ‘..brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem de Here voor te stellen, [23] gelijk geschreven staat in de Wet des Heren: Al het eerstgeborene van het manne­lijke geslacht zal heilig heten voor de Here [24] en om een offer te brengen overeenkomstig hetgeen in de Wet des Heren gezegd is, een paar tortelduiven of twee jonge duiven.’ Volgens de wet gold dit als een offer voor arme mensen! In Leviticus 12 vers 2 t/m 7: ‘De HERE sprak tot Mozes: preek tot de Israëlieten: Wanneer een vrouw moeder wordt en een kind van het mannelijke geslacht baart, dan zal zij zeven dagen onrein zijn; als in de tijd van haar maande­lijkse afzondering zal zij onrein zijn. [3] En op de achtste dag zal het vlees van zijn voorhuid besneden worden. [4]Drieëndertig dagen zal zij blijven in het reinigingsbloed; niets heiligs zal zij aanraken, naar het heiligdom zal zij niet komen, totdat de dagen van haar reiniging vervuld zijn. [5] Indien zij echter een kind van het vrouwelijke geslacht baart, zal zij twee weken onrein zijn zoals in haar maandelijkse afzondering; zesenzestig dagen zal zij blijven in het reinigingsbloed. [6] Als de dagen van haar reiniging vervuld zijn, zal zij voor een zoon of voor een doch­ter een éénjarig schaap ten brandoffer, en een jonge duif of tortelduif ten zondoffer, naar de ingang van de tent der samenkomst tot de priester bren­gen. [7] Deze zal het voor het aan­gezicht des HEREN offeren en over haar verzoening doen; dan zal zij rein zijn van haar bloedvloeiing. Dit is de wet voor haar die gebaard heeft, hetzij het een kind van het mannelijke of van het vrouwelijke geslacht betreft. [8] In­dien echter haar vermogen niet toerei­kend is voor een stuk kleinvee, dan zal zij twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen: de ene ten brandoffer en de andere ten zondoffer, en de priester zal over haar verzoening doen, en zij zal rein zijn.‘ We lezen hier dat Maria 8 dagen tot de besnijdenis en toen nog eens 33 dagen moest wachten met het offer. Dus 41 dagen na de geboorte van Jezus was Maria nog steeds arm want ze offerde ‘een paar tortelduiven of twee jonge duiven.’ En had blijkbaar geen geld voor een stuk kleinvee. Als ze de geschenken van de ‘wijzen’ toen al gehad zouden hebben was ze rijk genoeg geweest! Dit lost tevens een ander probleem op. Mattheüs 2 vers 13 vertelt dat Jozef en Maria direct na het bezoek van de ‘wijzen’ vluchten naar Egypte. Terwijl Maria volgens Lucas 2 vers 22, 41 dagen na de geboorte nog naar Jeruzalem gaat om duifjes te offeren. Deze schijnbare tegenstelling wordt door sceptici vaak aangegrepen om aan te geven dat de verhalen elkaar tegen spreken, maar dat is dus niet waar. Als we weten dat de ‘wijzen’ pas veel later op bezoek kwamen, had Maria meer dan genoeg tijd om duifjes te offeren. Het verklaart ook een beetje waarom alle kinderen van 2 jaar en jonger (Mattheüs 2 vers 16) omgebracht werden en niet alleen alle baby’s. Herodes had immers nauwkeurig navraag gedaan wanneer de wijzen de ster hadden gezien (Mattheüs 2 vers 7). Hij kon dus kennelijk ongeveer uitrekenen hoe oud Jezus geweest moest zijn. Nu weten we dat het niet om ‘koningen’ ging maar om ‘wijzen’. Dat de ‘wijzen’ niet bij de geboorte waren, maar pas later kwamen. Dat het aantal niet drie was, maar onbekend

Als dit duidelijk is zal iedereen zich afvragen hoe het zo ver heeft kunnen komen dat het ‘altijd’ verkeerd is verteld. Er zijn wel verhalen waarin drie koningen (hier gaat het dus niet om wijzen!) een pasgeboren baby, die op 25 december uit een maagdelijke moeder geboren was, komen bezoeken. Helaas horen deze drie koningen beslist niet thuis in ons kerstverhaal. Een van die verhalen/legendes is het verhaal dat drie koningen de baby Tammuz* komen bezoeken. Deze drie koningen waren of verwezen naar Sem Cham en Jafet de drie zonen van Noach. Of een afgezant van hen. Omdat zij de grondleggers waren van de nieuwe wereld is het heel normaal dat naar hen als koningen werd verwezen. Het is een redelijk aannemelijk verhaal omdat Tammuz het achterkleinkind van Cham was. Omdat Tammuz de ‘gereïncarneerde’ Nimrod zou zijn, de machtigste man op aarde, is het sowieso al heel aannemelijk dat koningen komen om hem te eren.

*(Het verhaal van Tammuz, de gereïncarneerde Nimrod, staat in het kort in hoofdstuk 3)

Ook in de katholieke encyclopedie wordt naar deze mogelijkheid verwezen.

‘Als we puur naar de legendes zouden kijken, vertegenwoordigen ze (de drie koningen) de drie families die voortkwamen uit Noach.’ (Vertaald uit: ‘Catholic Encyclopedia’)

Ook in het verhaal van Mitras* komen de koningen voor. Hoewel de god Mitras officieel uit Perzië** komt, beleefde hij zijn grootste bekendheid in het Romeinse rijk rond de eerste 300 jaar na de geboorte van Jezus. Gerekend vanuit Rome, het middelpunt van de Mitras cultus, zouden de koningen inderdaad uit het oosten gekomen zijn. Omdat veel bekeerlingen uit de eerste christentijd uit het Mitras geloof kwamen is ook deze mogelijkheid aannemelijk.

*(Mitras was de geïncarneerde god uit het ‘Saturnalia’ feest van de Romeinen. Zie ook Hoofdstuk 3)

**(Perzië = tegenwoordig Iran)

Naast deze voorbeelden, zien we ook sporen van heidense Driekoningen gebruiken in Europese landen. ‘Hoe oud het gebruik is weten wij niet, maar in Stubbe’s Anatomy of Abuses in Engeland van 1583 wordt een Driekoningenfeest, dat vrij zeker als een oudere en meer heidense vorm van het feest kan worden beschouwd, als volgt beschreven: De jongemannen van een kerspel kiezen met Driekoningen een aanvoerder, die zij plechtig tot koning kronen. Deze kiest dan twintig, veertig, zestig of honderd volgelingen voor zijn erewacht. Deze kleden zich in lichtkleurige gewaden, zoals lichtgeel of lichtgroen en tooien zich met linten en sjerpen, gouden ringen en edelstenen. Om elk been knopen zij twintig tot veertig bellen en zij dragen een zakdoek in de hand en soms een kruis over de schouder. Behalve dit voeren zij hun hobby-horses met zich mede, of ook wel hun draken e.d. en hebben zij trommelslagers en pijpers bij zich om hun duivelsdans (! ) te spelen. Dit heidens (! ) gezelschap trekt dan naar de kerk en dringt zelfs binnen, terwijl de geestelijke aan het preken is. Dansende en met hun zakdoeken zwaaiende als geïncarneerde duivels maken zij zoveel geraas, dat niemand zijn eigen stem kan verstaan. Daarop gaan zij naar het kerkhof, waar zij hun priëlen en tenten hebben opgeslagen en dansen daar dag en nacht.Wij hebben hier een voorbeeld van een geraasmakende ommetocht, waarvoor het centrale punt de oude gewijde plaats is: de thans christelijke kerk met het kerkhof. De minachting voor het christelijke geloof blijkt wel daaruit, dat de deelnemers de kerkdienst verstoorden, zonder dat de autoriteiten daaraan, blijkbaar lange tijd, paal en perk aan konden stellen. Zij worden dan ook heidens genoemd en hun dans heet een duivelsdans. Blijkbaar heeft de Kerk er later een christelijke tint aan gegeven en in plaats van de ene gekozen koning – het zinnebeeld van de godenkoning Wodan, die met zijn einherjar rondtrekt – heeft men een drietal koningen ingevoerd, waarvan er een zwart zou zijn. Hoewel dit op geen enkel bijbels gegeven steunt’

(Noordeuropese mysteriën en hun sporen tot heden door: F.E. Farwerck)

Dat het hier om een drietal ging dat onder leiding van Wodan stond ligt voor de hand. Het drietal Wodan, Donar en Frya, trokken volgens legendes de wereld door en beleefden van alles. Omdat Wodan een god van de doden was, werd hij wel vaker afgebeeld met een zwart gezicht. Ook blijkt het dat 26 december een speciale dag was die aan Wodan was gewijd. Dat men dus al bepaalde feesten en rituelen had rond die tijd is dus niet verwonderlijk. In het begin van de kerk in Europa stond de kerk oogluikend toe, dat bepaalde heidense rituelen in gebruik bleven. Het duurde tot 743 voor Bonifacius de ‘Indiculus superstitionum et paganiarum’* opstelde. Toen dit na jaren nog niet voldoende werkte, heeft men besloten het meest gangbare heidense gebruiken en feesten te ‘kerstenen’**

*(Dit stuk werd in 743 op het concilie van Leptines opgesteld. Het beschreef in ongeveer 30 paragraven welke heidense gebruiken uit de kerk moesten worden gebannen.)

**(Het vervangen van heidense gebruiken door ‘Christelijke’ rituelen of feestdagen)

Er zijn nog een aantal zaken die besproken zouden kunnen worden, maar het lijkt ons voldoende om het bij deze punten te houden. Sommige verschillen hebben ook te maken met kerkelijke traditie. Iedereen is uiteindelijk in staat om alles nog eens opnieuw te bekijken. Een paar belangrijke punten hebben we er uitgelicht, maar dat betekent niet dat dat het enige is waar misverstanden over bestaan.

Peter en Rolanda Noordzij

Bloemstede 36

3608 TJ  Maarssen

E-mail: Peter7@wanadoo.nl

Opm: In dit verslag treft u gegevens aan die te maken hebben, met (soms vergeten) historische gegevens over het kerstfeest. Dit verslag wil vooral helpen om gegevens aan te dragen, die u verder kunnen helpen om beter inzicht te verkrijgen en mogelijke verwarring, duidelijk onderbouwd uit de weg te ruimen. Het is niet de bedoeling dat deze gegevens gebruikt worden om een leerstelling of wetmatigheid te onderbouwen. Ook is het niet bedoeld om een bepaalde leer of kerkgenootschap te promoten. Wij geloven dat ieder individu zijn eigen verantwoording heeft ten opzichte van zijn schepper.

 

4 comments on “Het Kerstverhaal”


  1. lammertink says:

    Het kerstfeest zoals wij dat heden ten dage vieren komt in de gehele Bijbel niet voor, ook de datum 25 dec. kan men in de Bijbel nergens vinden. Het is een door de Roomse kerk m.i. gecreeerd ”feest”.Jezus viert nergens zijn geboorte dag. Shalom H.L. te E.


  2. sonja vogel says:

    sorry, maar het is mij niet duidelijk uit welk boek ‘hoofdstuk 3’ wordt genoemd…waar het verhaal van Tammuz staat. kunt u dat nog even mailen voor de duidelijkheid?
    met vriendelijke groet
    sonja Vogel

  3. Ik heb het artikel met aandacht gelezen! Ik ben een gelovig mens, maar noem mij geen christen, want daar geeft de Bijbel geen aanleiding toe. Hoe komt het, dat Paulus niet méér over Jezus van Nazareth gezegd heeft, dan dat dat Hij de uit een vrouw geboren Zoon van God was, die alléén het volk, dat onder de wet was, vrijkocht. En gaat het niet ten koste van de leerstelligheid van beide Evangelien (Het E. der Besnijdenis en dat der Voorhuid, van Paulus) als het verhaal van Jezus’ geboorte zo geromantiseerd wordt?
    Vriendelijke groet,
    Piet Strootman


  4. Sjoukje oudhoff says:

    Als de wijzen een ster in het oosten zien moeten ze zelf toch uit het westen komen.? Vanuit Egypte?

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

384917 bezoekers sinds 07-06-2010