Het goddelijk kind

10-12-2012 door Joop Neven

In een kerstlied staat: “het goddelijk kind, Gods zoon, in een menselijk kleed”. Jezus zou dus een menselijk kleed hebben gehad. Als dat zo is, dan krijg je de suggestie: “dat was dan alleen maar de verpakking, maar eigenlijk was Hij iets anders”. Van binnen was Hij toch een beetje van en andere orde. Hij had dus, zegt men dan, alleen maar een menselijk kleed aan. Hij kon wonderen doen omdat Hij God was.

Filipp.2:5-11

 “….Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan mensen gelijk geworden is. En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem een naam boven allen naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God de Vader…{Filipp.2:5-11}.

Hij heeft zichzelf ontledigd

Het betekent niet: Hij was eerst God en dat heeft Hij toen afgelegd. Nee, als mens heeft Hij zich ontledigd. Dat woord is een citaat uit Jesaja 53:12 “…Hij heeft zijn leven uitgegoten in de dood..”. Er staat het woord nefesh, zijn ziel, zijn hele bestaan. Zijn hele mens-zijn heeft Hij uitgegoten in de dood. Dat heeft Paulus hier letterlijk vertaald in het Grieks. Uitgieten is het zelfde als ontledigen. Dat kerstlied is toch niet Bijbels. Jezus had maar niet alleen een menselijk kleed, maar Hij was werkelijk mens. Als mens wandelde Hij op het water. Als mens deed Hij al die wonderen. Als mens heerste Hij over de demonen. Als mens ging Hij de weg voor allen, als Voorganger. De Hebreeënbrief gebruikt daar het woord “prodromos” voor, de “voorloper”de “voorganger”, de “voortrekker”.

Het offer van Jezus

In veel godsdiensten heerst de gedachte, dat de goden wat willen hebben. “Ik geef wat aan die goden om ze gerust te stellen, om hun toorn te doen stillen”. Ook in het christendom leven die gedacht. Ook God moest blijkbaar tevreden worden gesteld, door de komst van Jezus. Als je het Hebreeuwse woord voor offer gaat bekijken, zit je meteen op een andere gedachte. Het Hebreeuwse woord voor offer is “korban”, en dat betekent “toenaderen”. Het gaat er bij God niet om: “wat moet je Hem aanbieden”, maar hoe krijg Ik toenadering. God creëert de toenadering. Dat staat zo mooi in Jesaja 57:19, “…Ik schep de vrucht der lippen: vrede, vrede voor hem die verre, en voor hem die nabij is..”. God hoeft niet tevreden gesteld te worden met en gave, en zijn aangezicht hoeft niet glad gestreken te worden. De verzoening ging van God uit. Voor Jezus was het in feite geen offer. Hij was volkomen toegewijd, getuige de tekst uit Filippenzen 2 vers 5-11. Hij wordt het offerlam. Hij is de uitbeelding van Gods geduld. Maar omdat dat terechtkwam bij mensen die er niet klaar voor waren en te midden van een wereld vol van duistere machten en krachten, daardoor werd het een offer. In dat offer betekent het dat je terug gebracht wordt naar je oorsprong. In dat offer kom je thuis.

“Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons geven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God. Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede…” {Jesaja 9:5-6}.

 

 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

383937 bezoekers sinds 07-06-2010